Tuesday, May 31, 2011

Immersie 23

Een aantal dagen geleden zag ik een politieserie op televisie (je wordt op dit moment op televisie doodgegooid met series waarvan de verhaallijnen minieme variaties op een versleten thema zijn) waarbij een boef een grote bom in de stad had geplaatst. Agenten wilden uit de boef halen waar de bom lag, en deden dat, door hem in een ruimte te laten plaatsnemen waarin hem op alle mogelijke wijzen werd wijsgemaakt dat de bom al was afgegaan. De boef werd blootgesteld aan geraas, trillende muren, en uiteindelijk fopreportages op een televisie waarin gewag werd gedaan van honderdduizenden doden en enorme verwoesting.

Men zou kunnen zeggen dat in bovenstaande situatie sprake is van een representatie en immersie. De boef wordt immers blootgesteld aan een representatie van een niet-bestaande situatie, waardoor hij in een staat van immersie geraakt.

Mijn stelling is echter, dat die conclusie onjuist is. Als voor de immersief niet duidelijk is, dat sprake is van een representatie, kan naar mijn mening geen immersie optreden, of is datgene wat optreedt geen immersie.
Als een representatie de schijn wekt echt te zijn, bijvoorbeeld als je gelooft dat je bij het zien of ondergaan van een representatie gevaar loopt, dan is van immersie geen sprake meer. Het is derhalve noodzakelijk dat de beschouwer weet dat hij geen deel uitmaakt van de representatie en dat de representatie niet ‘echt’ is. Het medium moet ‘fouten’ bevatten die de immersief herinneren aan het feit dat de representatie niet echt is. Stel je voor dat je in een bioscoop naar een James Bond film kijkt, waarin de boef zijn pistool leegschiet waarna je vriend naast je in de bioscoop dodelijk wordt geraakt.

Dit is uitleg bij punt 3 van post 'Immersie 21'.

Thursday, May 26, 2011

Immersie 22

Toch is er nog wat te zeggen over de rol van interactie en mediale eigenschappen naast een representatie in kunstwerken. Wollheim zegt: "..the appreciation of artworks presupposes that we treat them as realising intentions of human beings (artists)". Misschien is het wel zo, dat van belang voor immersie niet zozeer is, dat het voor de immersief constant duidelijk is dat de representatie niet echt is, maar dat het voor de imersief constant duidelijk is dat de representatie door iemand is gemaakt die iets wil communiceren. Dat zou een veel makkelijker te verteren propositie zijn. Toch is deze propositie niet helemaal zonder haken en ogen: hoe classificeer je datgene wat Waterhouse met zijn Ophelia wilde communiceren? Als je het kunt classificeren is het niet nodig geweest dat Waterhouse het werk schilderde, omdat het tonen van de classificatie helderder communicatie zou hebben opgeleverd. Als het niet te classificeren is, hoe bepaal je dan wat wordt gecommuniceerd? is er dan sprake van communicatie die in de intersubjectiviteit zweeft? (dat zou goed kunnen) Maar kijken mensen naar een film met in het achterhoofd constant de vraag naar wat de filmmaker wilde communiceren? Dat lijkt mij geen immersie.

Wednesday, May 25, 2011

Immersie 21: Brain Farts From Outer Space

Na lange tijd het probleem van immersie te hebben omschreven, ben ik, min of meer tegen wil en dank, in een oplossingsrichting gaan denken. Zo overkwam mij twee weken geleden plotsklaps een ‘brain fart from outer space’ waar ik erg enthousiast over ben. In vijf kale proposities geformuleerd ziet die ‘Alien Fart’ er als volgt uit:

1) Elk medium bestaat uit een representatie. Afhankelijk van de mediale eigenschappen bezit die representatie ook eigenschappen, maar zonder representatie is geen sprake van een medium. Dit is een algemeen aanvaarde gedachte.

2) Elke representatie heeft als doel immersie bij de beschouwer op te wekken. Media hebben dus onder meer hetzelfde doel. Ook dit is een algemeen aanvaarde gedachte.

3) Het is noodzakelijk voor het geraken in een staat van immersie, dat de beschouwer weet dat de representatie niet echt is, dus de representatie moet zodanig zijn, dat dat feit altijd helder is. Deze propositie is nieuw.

4) Twee manieren staan de ontwerper van de representatie ter beschikking om zorg te dragen voor het feit dat de immersief altijd weet dat de representatie niet echt is, te weten: de eigenschappen van het medium, en de interactie tussen de immersief en het medium. Ook dit is nieuw.

5) Als in een medium weinig zichtbare mediale eigenschappen zijn, dan moet de interactie omgekeerd evenredig (dus navenant groter) zijn om immersie op te wekken bij de beschouwer. Andersom: als weinig interactie aanwezig is, dan moeten de mediale eigenschappen omgekeerd evenredig aanwezig zijn om immersie op te wekken.

Natuurlijk stellen bovenstaande ‘farts’ niets voor als ik ze niet kan schragen met een goed gefundeerd logisch systeem van argumenten. Ik kan uiteraard niet overzien of dat gaat lukken. Daarnaast weet ik niet of ik het probleem voldoende heb ingekaderd, om bovenstaande proposities te kunnen rechtvaardigen. Ik ga in elk geval een poging doen in aankomende posts deze gedachten te funderen met argumenten, en er moet bovendien worden onderzocht wat ze precies inhouden voor de definities van bijvoorbeeld de begrippen ‘medium’, ‘mediale eigenschap’, ‘interactie’, etc.

Wednesday, May 11, 2011

Amerika Trivia 2



Op dit moment is de VS in de ban van 21 mei. Volgens een handvol voorspellers, waarvan de belangrijkste al tien jaar geleden is overleden, is die dag 'Judgement Day' en wordt de aarde vernietigd. Een aantal invloedrijke 'Christelijke' groeperingen zijn een campagne gestart om de Amerikaanse bevolking van dit feit te verwittigen. Televisiespotjes, radiocommercials, grote pamfletten in universiteiten en openbare gebouwen etc. moeten mensen overtuigen van het feit dat het einde nabij is. Berekend is, dat de kosten van deze campagne zouden voldoen om alle daklozen en armen van New York een jaar lang gratis kost en inwoning te verschaffen.

Tuesday, May 10, 2011

Amerika Trivia 1

Leden van de ultraconservatieve Amerikaans populistische politieke groepering die bekend is onder de naam Tea Party hebben op hun website Hillary Clinton weggefotoshopt van de afbeelding van de War Room waarin de president en anderen de liquidatie van Osama Bin Laden bekeken. Reden: Hillary was te sexy voor een kamer met mannen, en zou de aandacht van de kijker afleiden.

Tuesday, May 03, 2011

Immersion 20: some remarks for Alex

Alex Reuneker has published some of his writings on immersion at his blog (www.reuneker.com/blog) I cannot recommend his writings enough, to anyone interested in the subject of immersion or media-theory. However, I find that some relevant questions, posed by Alex, remain to be answered.

I will try to formulate an answer to one of the questions in this small article.

Alex touches the sensitive and difficult topic regarding the symbiosis between technology and immersion, on which the main question would be something like this: does the involvement of modern technology, used to add lifelikeliness or more persistency to the mimesis, necessary or probably improve on the quality or grade of immersion in a viewer?
To phrase this question in the form of an example: does a movie in 3d necessary impose more or better immersion on a viewer than the same movie in 2d? Or: Does the holodeck on the Starship Enterprise, programmed to play a scene of the ‘Chants de Maldoror’ impose more or better immersion than a paper copy of the book by Isidore Ducasse?

My answer to these questions would be: no.

Apparently, the consensus in the books, on which Alex bases his texts, would be, that modern technology indeed improves on immersion. The writers of these books might or might not have themselves allowed to be blinded by the joys and wonders of recent developents in technology, or the bright promises of future endeavours and predictions in science fiction, or they might be handicapped by their somewhat limited (sometimes even embarassing) understanding on the subject of immersion. Anyhow, I believe Alex agrees with me in my rejection of technology as necessary on the improvement of representations and their enhanced adequacy on imposing immersion on a viewer. But I think his argumentation augmenting this rejection lacks immediacy.

Alex: "Janet Murray thus defines immersion as the sensation of being surrounded by another reality that feeds our whole perception. (..) In her view, digital media will become as explorable and extensive as the ‘real’ world and it is this view that determines her explanation of immersion. (..) She thinks it is essential that the medium itself disappears from our perception. The boundary between what is represented and what is physically present fades and eventually disappears."
Alex' counterargument is the notion that the physical aspects of the representation will always be there, in the form of real world objects (technological equipment) or instrumental media-related obligations to the viewer, that are not part of the mimesis. (interactions) Alex thus emphasizes the impossibility of Murray's theory.

Let us give the propositions by Murray some more thought.
Wittgenstein’s ‘seeing-as’ is only valid on the subject if it is used to illustrate Wollheim’s response or addition to ‘seeing-as’ which is ‘seeing-in’. Wollheim’s ‘seeing-in’ is relevant to the discussion because it somewhat demystifies the relation between matter and representation. According to Wollheim, a blob of red paint on a painting is matter, (seeing-as) the same blob on the same painting can also be a red roof on an old barn in the country, which makes it representation. (seeing-in) A 3d videodevice to be placed on a volunteer’s head is matter, the 3d movie shown with it, is representation. According to Wollheim, it is not possible to see both at the same time, meaning that the technology and the representation can never interfere, even if one or the other is prominently there. The abundance of technological equipment can therefore never influence the immersion. Although the principle of ‘seeing-in’ by Wollheim is an enduring subject of polemization, I believe that in this particular case the argument stands firm.

The main characteristics of a representation are, at first:
The represented world is NOT really happening. Representations do not make believe that the represented world is really happening. To make it appear more true does not change the fact that it isn’t true. I believe there cannot be immersion in a viewer if the represented is really happening, because a really happening representation cannot exist. Projecting a scene out of the ‘Chants the Maldodor’ in the holodeck of the Enterprise perhaps makes it easier to believe that the representation is really happening, (I’m not even sure that is true..) but the immediate fact remains that it is not. If it was, it would be reality. If a viewer believes, even for one moment, that the represented world is really happening, than there can be no immersion. The immersed person needs to know that the represented world is not really happening, and needs to keep that in mind during his state of immersion. He needs to feel ‘safe’. This vital characteristic of a representation is directly opposed to the use of technology to enhance the representation into an almost lifelike mimesis, during which the immersed person might not feel ‘safe’ anymore. This is one reason for my rejection of lifelike enhancements of representations to obtain more immersion on a viewer. Secondly, immersion takes place in a viewer’s head, triggered by a mimesis. Goal of the mimesis is to cause immersion. One has to believe that there is a story to tell, that the story has a certain amount of rules, one has to believe that these rules or requirements in storytelling have been met. Obeying the rules of the medium or the story is of great importance and cannot be underestimated, but the lifelikeliness of the representation is not. It is possible to picture a mimesis which contains no lifelikeliness at all, but nevertheless is succesfull in immersing a viewer, because the mental rules of storytelling in the mimesis are met, in relation to the subjective characteristics of the medium at hand.

That is why I believe Murray does not have sufficient grasp of the concept of immersion.

I will address more of Alex's writings in future posts.

Osama

Een objectief geformuleerde opsomming van recente gebeurtenissen:

De president van een democratische rechtsstaat, met de grootste economie ter wereld, zet door overheidsgelden betaalde huurmoordenaars in om een verdachte, zonder enige vorm van proces of kans op verdediging, te laten vermoorden. De rechterlijke macht van de rechtsstaat, alsmede samenwerkingsverbanden tussen staten, bedoeld om de rechtsgang op wereldschaal objectief en eerlijk te laten verlopen, worden volledig terzijdegeschoven. De president, en zijn minister van binnenlandse zaken, en zijn minister van buitenlandse zaken, en nog enkele andere hoogwaardigheidsbekleders, volgen de moordaanslag live vanuit de ambtswoning. De moord vindt plaats op soeverein territorium van een andere staat, die daarvoor geen toestemming heeft verleend. Na de bekendmaking van de moord gaan grote hoeveelheden burgers van die democratische rechtsstaat de straat op om te juichen en wordt de president door veel collega's over de wereld gefeliciteerd met het behaalde succes. Bij de moord komen ook nog minstens drie mensen om die niet verdacht zijn. Na de moord wordt het lichaam van de verdachte in zee gedumpt.

Thursday, April 28, 2011

Immersie 19

Een leuk boek over representatie en immersie (alhoewel dat woord niet wordt genoemd) is "Richard Wollheim on the Art of Painting" onder redactie van Rob van Gerwen. De ideeen van Wollheim worden kernachtig maar wel adequaat door van Gerwen uit de doeken gedaan, een aantal experts (o.a. Paul Crowther) geeft een kritische reaktie op het denken van Wollheim in korte artikelen en Wollheim zelf reageert tenslotte op die reakties. De reakties zijn m.i. van wisselende kwaliteit en sommige tegenwerpingen worden door Wollheim op overtuigende wijze gepareerd. Nochthans zijn de gedachten van Wollheim zelf over het onderwerp 'representatie' het interessantst.
Wat mij bijzonder interesseert is de discussie tussen Wollheim en van Gerwen over de kwestie van het niet-handelen naar de representatie. We voelen wel met de protagonist mee als die in de problemen komt, maar we schieten die niet te hulp. (stel je voor dat we in de bioscoop naar voren snellen om James Bond te waarschuwen voor naderend onheil, of Blofeld een pak slaag te geven.. we zouden voor gek worden versleten door de overige bioscoopbezoekers) Eerder op deze blog merkte ik op dat als ik naar een voetbalwedstrijd kijk, en er op doel wordt geschoten, dat ik merk dat mijn rechtervoet met het schot meebeweegt.

Monday, April 11, 2011

... but is it art?

Criticizing the robot 'EVE' as a work of art: "EVE was confronted by curators of the so-called "official art". Since Eve didn't fit in to their highly refined concept of what art is, the"not-so-beaux-arts" jury rejected Her. These deniers of beauty and craft would rather this robot resemble a tin can on legs. As a product of love designed to please the human eye, I rema...in convinced that knowledge, emotion and inspiration are the critical traits in a work of art." (Thierry Ruby) How kan one know if 'knowledge, emotion and inspiration' are the critical traits in art? How kan one determine if these qualifications are present in a current work of art? Funny thing is, that Thierry Ruby accuses a bunch of critics that they do so when they should not, or under false pretenses, and at the same time he makes the same mistake. In a way, this is a discussion about the value of institutions, or whether they have certain rights to evaluate art, not about the value of a specific work of art or art in general, which turns the argument into a fallacy.. (argumentum ad hominem) These mistakes happen remarkably often in art criticism.

Sunday, April 03, 2011

Immersie 18

Hoe kun je bepalen wat een representatie, of mimesis, is? Ik denk, dat de definities van deze begrippen in relatie tot de huidige technologische ontwikkelingen problematischer worden.
Bijvoorbeeld: een representatie is een verwijzing naar iets door iets anders te laten zien, te representeren. (mimesis staat in tegenstelling tot diegesis, waarbij naar iets wordt verwezen door te vertellen..)
Maar als je naar de televisie kijkt, naar een wekelijkse live uitzending van het gesprek met de minister president, is dat dan een representatie? Nee, het is alleen een andere manier van kijken naar iets dat op dat moment werkelijk gebeurt. De politicus representeert zichzelf niet, want hij is zichzelf.
Als dat de conclusie is, dan kom je in de problemen, want dan is de live uitzending geen representatie maar een waarneming, maar de herhaling van de uitzending de volgende dag is wel een representatie en geen waarneming... wat is dan het verschil? Kun je bij de ene wel in een staat van immersie geraken en bij de andere niet?

Tuesday, March 29, 2011

Ton van de Boomgaard


Afgelopen nacht is mijn grote vriend Ton van de Boomgaard overleden aan een levensbedreigende ziekte. Ton is de afgelopen vijftien jaar een dag in de week bij mij langs geweest om samen te schilderen en te filosoferen over de kunsten en het leven. Wij hebben samen de meest prachtige avonturen beleefd.

Rust zacht, jongen. Je bent altijd een echte vriend geweest. Zolang ik leef zal ik mij jou herinneren.

Immersie 17

Nog verder problematiseren: Als immersie inhoudt dat je vrijwillig tot op zekere hoogte 'gelooft' in een representatie, dus dat je gelooft dat die representatie op een beperkte manier 'echt' is, hoe kan het dan dat iemand gelooft in iets dat in de representatie afwezig is? Dat betekent dat iets of iemand niet in de representatie aanwezig is, maar toch wordt gesuggereerd, en dat een aan de mimesis onderworpen persoon toch immersief kan zijn ten opzichte van het niet-gerepresenteerde maar wel in de representatie gesuggereerde object. Een lastig probleem. Eerder heb ik voorgesteld, dat datgene wat je niet laat zien of maar heel kort laat zien, meer immersie bij een beschouwer oplevert dan iets wat je heel lang laat zien. Horrorfilms bijvoorbeeld, worden sterker naarmate het monster, of de enge heks of de zombie minder in beeld is, zodat je je verbeelding nodig hebt om de representaties in de film aan te vullen. Maar dat zou moeten betekenen dat je immersie versterkt wordt door datgene wat niet wordt gerepresenteerd. Misschien zelfs wel dat immersie wordt opgewekt door het niet-gerepresenteerde.

Wednesday, March 23, 2011

Over een religieus wereldbeeld zonder religie

1
In Nederland rijden treinen, volgens bepaalde trajecten. Die treinen hebben een identiteit, ze zijn van elkaar te onderscheiden door een nummer dan aan de zijkant van de trein staat. Die treinen rijden volgens bepaalde trajecten, je kunt je heel goed voorstellen dat er iemand is geweest die bepaald heeft wanneer welke treinen waarheen rijden. Daar zit een bepaald evenwicht in. Treinen botsen niet tegen elkaar, ondanks dat er heel veel zijn, en ze zijn op een bepaalde tijd op een bepaalde plaats. (althans, dat is de bedoeling) Dit is allemaal bedacht door die ene persoon, die de dienstregeling heeft gemaakt.

Die persoon noemen we God.

Stel je nu voor: je bent een treinspotter. Je staat langs de kant van het spoor, bij Dordrecht, en je verbaast je over het vernuft van die grote kolossen, die op tijd rijden en regelmatig voorbijkomen, en een schijnbaar moeiteloze vanzelfsprekende harmonie tentoonspreiden. Je prijst God om de schoonheid van datgene wat hij heeft gecreeerd. Je ziet die schoonheid als een bewijs van het bestaan en de almacht van God. Je onderkent dat je het zelf nooit zo zou kunnen bedenken, aan de hand van hetgeen je ziet voorbijkomen. Maar je ziet niet alles, je ziet alleen wat er in Dordrecht voorbij komt.

Maar nu ga je een schema maken. Je noteert de tijden en de identiteitsnummers van de treinen die voorbijkomen. Je trekt al snel bepaalde conclusies.
Treinen komen meer dan eens voorbij, dus ze leven langer dan een rit
Als ze ergens heen gaan en ze komen nog een keer voorbij, moeten ze dus ook terug zijn gegaan.
Je merkt een correspondentie tussen lengte en type van de trein en het tijdstip van voorbijkomen.
Je gaat intercity’s van stoptreinen onderscheiden.
Enzovoorts.

Met andere woorden: je gaat het systeem achter het voorbij komen van treinen steeds beter begrijpen, en je kunt al snel modellen opstellen waarin het voorbij komen van treinen voorspeld kan worden. Misschien ben je in staat om aan de hand van de treinen in Dordrecht voorspellingen te doen over de treinen in Utrecht. Op een gegeven moment, en na het verzamelen van veel informatie, kun je zelfs de identiteit van voorbijkomende treinen voorspellen.

Daarmee tast je de almacht en het bestaan van God aan. Hoe meer je begrijpt van het systeem, en hoe meer je de gebeurtenissen kunt voorspellen, hoe minder je de God respecteert. Op het moment dat je fouten in het systeem gaat ontdekken, zoals treinen die te laat rijden of overvolle treinen, verlies je je geloof in God, en ga je de ontwerper van het schema als een gelijke zien.

2
Stel je voor, je speelt een racespelletje op de computer. Dat racespel is door iemand gemaakt, de ontwerper van het spel. Als je begint met spelen moet je eerst het spel leren kennen. Je blaast constant de motor op, je vliegt uit de bocht en eindigt steevast als laatste. Toch ga je door. Waarom?

Omdat je er van uitgaat dat het spel zo is gemaakt door de ontwerper dat het speelbaar is. Je vertrouwt zo op de kwaliteit van de ontwerper, dat je je falen bij het spelen volledig aan jezelf wijt.

De ontwerper noemen we God.

Je faalt in het spelen van het spel des levens, maar je blijft doorgaan, omdat de wereld is gecreeerd door een ontwerper die het leven zo heeft bedacht dat het leefbaar, ja, zelfs winbaar is. Dat is een ethische grondhouding.
Stel je voor dat je je geloof in de kwaliteiten van de ontwerper van het computerspel verliest, doordat je, ook na dagen en weken van proberen, niet als winnaar aan de finish komt. Dan zeg je: ‘dit spel is onspeelbaar’. Dat is een evaluatieve conclusie. Die conclusie kun je ook trekken als je merkt dat na veel oefening er nog steeds geen progressie in de resultaten zichtbaar is.

Als je zegt: ‘dit spel is onspeelbaar’ dan kun je twee dingen bedoelen:

Dit spel is door een ontwerper gemaakt die niet goed genoeg is om het spel speelbaar te maken
De ontwerper heeft het spel expres onspeelbaar gemaakt.

Als je de metafoor van het spel gebruikt voor de werkelijkheid, en het spelen van dat spel als leven in die werkelijkheid, komt daar nog een derde conclusie bij:

Er bestaat geen God.

De eerste twee conclusies zijn behoorlijk cynisch. De derde conclusie betekent, zeker op het eerste gezicht, dat het onmogelijk is te bepalen of het spel van het leven wel speelbaar is.

Tuesday, March 22, 2011

korte cursus wereldreligies

Onderzoek

Naar het nu aanziet ga ik in de nabije toekomst mijn onderzoek naar immersie onder de vlag van een promotie doen. Daarbij ga ik nauw samenwerken met Alex Reuneker. Op zijn blog http://www.reuneker.nl/blog/ zal hij ook regelmatig posten over het onderwerp. Natuurlijk zal ik niet kunnen nalaten te reageren op zijn posts.

Thursday, March 03, 2011

PVV

'De PVV kamerleden zijn gemiddeld meer met de politie in aanraking geweest dan Marokkanen'
Tofik Dibi

www.voor1keerniet.nl

Tuesday, March 01, 2011

Weer exposeren?

26 maart wordt het ateliercomplex (TATADADA) geopend waar ik een mooi atelier huur. We zijn serieus aan het schilderen en metselen en boren en zagen om het nog voor die tijd helemaal af te krijgen. Tijdens de opening is werk van mij te zien, in het heiligdom waar in de toekomst nog veel meer werk gemaakt zal worden, maar ook werk van mijn atelierburen etc. wordt getoond. Daarnaast zal ik wat muziek maken met vrienden in een grotere gemeenschappelijke ruimte met een klein podiumpje.
Meer info: zie

http://www.facebook.com/home.php#!/event.php?eid=161630173888189

Ton van de Boomgaard

Ton van de Boomgaard is een an mijn beste vrienden. Hijkomt al bijna vijftien jaar een dag per week in mijn atelier om gezamenlijk te schilderen. Daarnaast hebben wij ook vele andere avonturen meegemaakt. Op dit moment heeft hij een levensbedreigende ziekte. Ik heb een boekje gemaakt met afbeeldingen van zijn beste schilderijen, dat is hier online te vinden:

http://www.printkiosk.nl/digitaal/00003/0002592/229134444

Sunday, February 13, 2011

Tentoonstelling


Foto van een wand van de tentoonstelling bij XPozz, met op de voorgrond een keramisch werk van Jose Braam, en op de wand drie schilderijen van mij. Elders op deze blog is de ontstaansgeschiedenis van deze schilderijen, inclusief pentimenti, gedocumenteerd.

Friday, February 11, 2011

Tentoonstelling inrichten


Tijdens de voorbereidingen voor mijn tentoonstelling bij XPozz in Utrecht staan de schilderijen tegen de wand te wachten tot hen een plaatsje wordt toegewezen.

Monday, February 07, 2011

Exposeren bij Xpozz


In het kader van de expositie bij Xpozz in Utrect aankomend weekend zal wellicht ook dit werk te zien zijn. Het is het rechterluik van een drieluik. (de andere twee luiken heb ik vernietigd) Het is geschilderd in een periode, rond het jaar 1999, dat ik met behoorlijk veel wanhoop probeerde de relevantie van de schilderkunst in leven te houden. Ik had de kleur al weggenomen, en wilde een vermenging maken tussen schilderkunst en beeldhouwkunst, waarbij het goede van beide disciplines bewaard zou blijven, en het slechte zou worden geelimineerd. Na dit drieluik verloor ik volledig het vertrouwen in beeldende kunst en heb ik twee jaar niet geschilderd. Ondanks dat het voor mij een moeilijke periode was waarin ik het schilderde, beschouw ik dit werk achteraf als een van mijn beste werken, waarin de essentiele eigenschappen van beeldende kunst worden onderzocht.

Exposeren!


Het weekend van 12 en 13 februari exposeer ik mijn beste werk bij XPozz in Utrecht. Daarom ben ik wat schilderijen aan het vernissen en inlijsten.

Wednesday, January 12, 2011

Immersie 16

Het wordt steeds ingewikkelder. Stel je voor: je bent de maker van een representatie (of een mimesis) zie je dan de toekomstige immersie voor je, bij het bedenken van de representatie? Zou je dat ook immersie kunnen noemen? Je verruilt immers je identiteit en omgeving vrijwillig, temporeel en tot op zekere hoogte voor een identiteit en omgeving van iemand die immersie voelt bij een in je gedachten steeds veranderende en verbeterende representatie, net zolang totdat je de representatie adequaat genoeg acht om voldoende immersie op te wekken. Of is op een andere manier immersie te voorspellen?

(volgens mij is dat de basis van conceptontwikkeling en een belangrijk onderdeel van het creatieve proces)

Maar als dat zo is kun je een staat van immersie bereiken, naar aanleiding van een niet bestaande maar wel ingebeelde representatie, als voorbode op een staat van immersie... (die nog niet kan bestaan omdat de representatie nog niet is gerealiseerd)

Ik vermoed dat deze complicatie is op te lossen door argumenten van Richard Wollheim te gebruiken.

Saturday, January 08, 2011

PVV ellende

"De PVV heeft helemaal niks tegen kunst. Al die bezuinigingen op kunst zijn ook niet de schuld van de PVV, maar van de gemeenten, en van het kabinet. Daar heeft de PVV niks mee te maken. Al die kunstenaars en journalisten die tegen de PVV te hoop lopen, het is allemaal ‘massahysterie in Oud-Zuid’".
Martin Bosma (De Pers, 7 januari 2011)

Toen Winston Churchill ten tijde van de tweede Wereldoorlog werd gevraagd te bezuinigen op de kunst vanwege de huizenhoge oorlogsuitgaven, was zijn antwoord: "Maar waar vechten wij dan nog voor?"
(Forumcommentaar op bovenstaand citaat van Bosma)

Churchill: "het beste argument tegen de democratie is een gesprek van 2 minuten met de gemiddelde kiezer".

Friday, January 07, 2011

expositie

12 en 13 februari exposeer ik samen met vijf andere kunstenaars bij XPozz in Utrecht. Meer informatie is hier:
http://www.xpozz.nl/xpozzities.php

Ook exposeren dan de broers Bosma. Zij maken toegepaste kunst, meubels en tafels, van een bijzondere kwaliteit. Ik zie er naar uit om, onder andere, met hen kennis te maken. Als ik een mogelijkheid zie op deze blog te recenseren zal ik dat zeker niet laten!

Wie een uitnodiging wenst, wordt verzocht even een adres door te mailen.

Tuesday, January 04, 2011

Immersie 15

Eerder deed ik gewag van het feit dat bij representatieve media, bijvoorbeeld een schilderij, een dualiteit bestaat tussen het zien van het object (verf, doek, lijst) en het zien van een afbeelding(landschap, portret) waarbij je of het een of het ander ziet, maar nooit allebei tegelijk. Ik ben ernstig aan het twijfelen of die dualiteit wel houdbaar is. (mij daarmee op gevaarlijk terrein begevend, aangezien die dualiteit door bepaald grote denkers wordt voorgestaan)

Ik geloof niet dat er een verschil in receptie is tussen figuratieve en abstracte beeldende kunst, ingegeven door de gedachte dat de beschouwer altijd op zoek is naar mimesis of representatie, ook in abstracte werken, zelfs in werken die behoren tot de groep van zogenaamde materieschilderkunst. Er is naar mijn idee wel een verschil in interpretatie tussen figuratieve en abstracte kunst, maar dat heeft niets te maken met bovengenoemde dualiteit.

Ontkennen van die dualiteit levert echter wel weer problemen op voor het juist begrijpen van immersie. Als immersie betekent 'tot op zekere hoogte geloven dat een gerepresenteerde wereld waar is' (etc..) dan zou bij elke representatie immersie moeten optreden, omdat de beschouwer altijd op zoek is naar representatie. Misschien is het zo, dat een belangrijke eigenschap van immersie is, dat zij pas plaatsvindt na het herkennen van een representatie. Dat is een behoorlijk gewaagde stelling.

Monday, January 03, 2011

Wat is schilderen?

Een goede schilder imiteert de natuur niet maar reageert op haar.

Sunday, December 26, 2010

Eindejaarsverrassing

Ik heb weer een atelier! Dertig hele vierkante meters (bijna) in een oude bakkerij met een paar andere kunstenaars.
Ik kan niet wachten om weer te beginnen met werken. Maar eerst een beetje opknappen en inrichten, en natuurlijk een slaapbank er in, zodat ik een dutje kan doen tijdens het schilderen.

Thursday, November 25, 2010

Spreuk

Het lijden onder narcistische mensen is omgekeerd evenredig aan de afstand waarop ze zich van jou bevinden. Hoe kleiner de afstand des te groter het lijden. Het zwaarst lijden de mensen in de directe omgeving van de narcist. Staat men op wat grotere afstand, dan slaat het lijden om in bewondering.

(uit mijn aantekeningenboek)

Tuesday, November 23, 2010

Immersie 14

Als je naar de beroemde tekening kijkt van een haas die tegelijkertijd een eend is, valt op, dat je OF een haas OF een eend ziet, maar nooit allebei tegelijk.
Volgens een soortgelijk principe zou ook immersie werken: je bent OF in de objectieve werkelijkheid OF in de door een medium gerepresenteerde werkelijkheid, in dat geval onderga je immersie, maar je bent nooit in allebei tegelijk.

Stel je voor, je gebruikt een medium met een representatie, bedoeld om iets te communiceren, dan valt de communicatie in de objectieve werkelijkheid, en niet in de gerepresenteerde. Teneinde de communicatieboodschap te ontvangen moet je dus als gebruiker in de objectieve werkelijkheid ‘zijn’, en niet in staat van immersie. (dit is een hele lastige, ik ben er nog niet uit wat hier precies bedoeld wordt, ook al heb ik het zelf geschreven....)

Dus een medium dat wil communiceren kan geen gebruik maken van representatie en immersie, of embodiment, omdat dat de communicatie in de weg zit. Als je Nieuwe Media, even voor het gemak, beperkt tot internet, dan zouden er dus twee soorten sites moeten zijn, sites die niet representeren maar communiceren en sites die niet communiceren maar representeren. (je kunt je overigens voorstellen dat een site bestaat uit gedeelten die communiceren en gedeelten die representeren, die kun je dan niet tegelijk bekijken)

Dat vond ik een nogal rare conclusie. Er is geen sprake van twee soorten websites. Daarnaast: verwant aan websites zijn uitingen van grafische media, die communiceren en representeren, en er zijn geen twee aparte soorten grafische media.

Of wel? Ik bedacht mij namelijk dat er wel twee soorten grafische media, zijn, namelijk communicerende grafische media (bijvoorbeeld pamfletten, flyers, kauwgomwikkels etc.) en autonome beeldende kunst.

Toch twee soorten websites?

Saturday, November 20, 2010

Holland op zijn Smalst

Nederland is, in vergelijking met de ons aangrenzende landen, altijd een cultuurarm land geweest. In de negentiende eeuw was dat uiteraard niet anders.

Zo werd destijds de beroemde kunstcollectie van Willem III tentoon gesteld in het Mauritshuis te Den Haag, en wel op de eerste verdieping, omdat op de begane grond een opvanghuis voor verweesde meisjes was gevestigd. De verzameling diende door een curator te worden beheerd, maar de overheid had geen geld over voor een professionele staf. Men haalde dus een bejaarde uit het tehuis, want die kreeg toch al pensioen, om de collectie te beheren. Dat ging niet helemaal vlekkeloos, want de oude-van-dagen was te oud om de trap naar de eerste verdieping van het Mauritshuis op te klimmen. Hij was de eerste museumdirecteur (en de laatste) die, wegens zijn vergevorderde leeftijd, zijn eigen museum nooit heeft bezocht.

In 's Hertogenbosch torent de Sint Janskathedraal trots boven het stadscentrum uit. In de negentiende eeuw bevond zich in die kathedraal een prachtig en zeldzaam Renaissance-oxaal. Het was echter wat verweerd en moest gerestaureerd worden. Nederlandse kruideniersmentaliteit en schraperigheid leidde echter tot een uitnodiging aan de Engelsen om het ding, gratis, maar weg te halen, ze moesten alleen de transportkosten zelf betalen. De Engelsen wisten niet hoe snel ze het ding moesten meenemen naar Engeland, voordat die achterlijke Hollanders in de gaten hadden dat ze iets prachtigs zomaar weggaven. Het oxaal neemt nu nog steeds een ereplaats in, in een Londens museum.

Deze gebeurtenissen, en nog een flink aantal andere, noopten de rijksambtenaar en kunstliefhebber Victor de Stuers zijn wereldberoemde artikel 'Nederland op zijn Smalst' te schrijven. Het verscheen in 1873 in De Gids. De invloed was enorm. Naar aanleiding van dit artikel en het gekrakeel dat erop volgde, besloot men onder andere het Rijksmuseum in Amsterdam te bouwen, om een deel van de kunstcollectie Nederland te kunnen ontsluiten voor groter publiek. Ook het Mauritshuis werd een professioneel kunstinstituut.

Anno 2010 staan we weer voor een soortgelijk moment. Cultuurbarbaren en idioten in Den Haag, wellicht ingegeven door het Neo-Fascistisch getinte populisme van de PVV, bezuinigen zodanig op cultuur dat orkesten moeten verdwijnen, beeldend kunstenaars zich niet kunnen ontwikkelen of naar het buitenland verdwijnen, het doek valt voor menig toneelgezelschap, enzovoorts. Als een samenleving wordt gewaardeerd op haar cultuur, dan deed Nederland het al niet zo best, maar nu dreigen we in een culturele leegte te verdwijnen.

Wil de Victor de Stuers van de 21e eeuw nu opstaan? Het is hard nodig.

Wednesday, November 17, 2010

Immersie 13

Een van de meest interessante discussies over film en immersie is die tussen Claude Lanzmann, maker van de film "Shoah", en Steven Spielberg en zijn film "Schindler's List". Lanzmann verwijt Spielberg in een open brief 'Schindler's List is an impossible story' dat hij het medium film, (m.i. de immersieve eigenschappen daarvan) gebruikt voor verkeerde doeleinden.
Zo vraagt hij zich het volgende af:

"In fact, I fail to see how actors could convey deported people who had suffered for months, years of agony, misery, humiliation and who died of fear"

Met andere woorden: is het mogelijk een toeschouwer een immersieve ervaring aan te doen door het tonen van een representatie waarbij overduidelijk is dat de acteurs de gesuggereerde ontberingen niet werkelijk hebben meegemaakt? (terwijl ze ontegenzeggelijk verwijzen naar mensen die werkelijk hebben bestaan en de ontberingen wel hebben moeten doorstaan) Het problematische aspect is natuurlijk dat de andere films van Spielberg geen connotatie hebben met de bestaande werkelijkheid, of daar niets over willen zeggen, (--of misschien in metaforische vorm--) terwijl "Schindler's List" een duidelijke verwijzing is naar de werkelijkheid in extreme emotionele vorm. (de Holocaust)

Het lijkt wel of er andere regels gelden. Ik ben de overuiging toegedaan dat de discussie tussen Lanzmann en Spielberg draait om een invulling van het begrip immersie in relatie tot film, maar dat zou betekenen dat er verschillende soorten immersie bestaan naar aanleiding van de aard van de representatie die de immersie veroorzaakt.

Sunday, November 07, 2010

Immersie 12

Een belangrijk kenmerk van immersie is dat de onderdompeling in het gerepresenteerde nooit zodanig is, dat de immersief handelt. Zo kan het gebeuren dat je in de bioscoop medelijden krijgt met het meisje dat in de handen van King Kong valt, en later met King Kong zelf, maar je zult niet naar het meisje schreeuwen dat de grote aap er aan komt, of naar de aap dat hij de torenflat niet moet beklimmen. Derek Matravers heeft een deel van zijn gedachten over immersie op dit principe gebaseerd.

Maar deze week keek ik naar een voetbalwedstrijd en ik merkte dat ik mijn voet meebewoog op het moment dat een voetballer op doel schoot, alsof ik voordeed hoe hij moest schieten of zo, of zelf de voetballer was. Een aanwijzing dat bovenstaand principe betwistbaar is?

Tuesday, November 02, 2010

Immersie 11 (-enige antwoorden voor Alex-)

In de taalfilosofie bestaan een aantal theorieen over woordbetekenis. De oudste en meest gekende is de 'referentiele betekenistheorie' die stelt dat een woord (bijvoorbeeld het woord 'koe') of een samengestelde expressie beneden zinsniveau (bijvoorbeeld 'de Keizer van Rome') refereren naar iets in de werkelijkheid. De betekenis van het woord is, in een behoorlijk naieve interpretatie, datgene waar het naar verwijst. (dit is uiteraard een schaamteloos korte omschrijving van de referentiele betekenistheorie, maar het is voldoende voor dit betoog)

John Locke was het daar niet mee eens. (anderen ook niet) Hij stelde, terecht, dat het niet het woord is dat verwijst, maar dat diegene die het woord gebruikt verwijst. Een verwijzing is immers een handeling, en woorden kunnen niet handelen, mensen wel. Locke stelt, dat een woord refereert aan een gedachte in het hoofd van diegene die het woord uitspreekt. De verwijzing is dus niet naar de werkelijkheid maar (intrasomatisch?) naar een concept van de gebruiker van het woord. Dat concept zou dan een representatie kunnen zijn van iets in de werkelijkheid, maar dat hoeft niet. (dit is een groot probleem voor de theorie van Locke, en een reden om hem af te wijzen)

Stel dat de gedachte van Locke ook geldt voor representaties waarbij emoties worden opgewekt, dan verwijst de representatie niet naar een emotie in de werkelijkheid, met alle onoverkomelijke problemen van dien, maar naar een concept van diegene die de representatiehandeling verricht. (dat concept zou dan wel aan de werkelijkheid kunnen refereren)

In dat geval zou een representatie, bijvoorbeeld een schilderij van een landschap, niet verwijzen naar een landschap (dat lost allerlei grote representatieproblemen op, zo wordt de vraag of je niet-bestaande landschappen kunt schilderen ineens irrelevant) maar naar het concept van de schilder.

Immersie 10

Alhoewel beide auteurs het woord 'immersie' niet in de mond nemen, zou je kunnen zeggen dat de twee standaardwerken over immersie van de hand komen van Kendall Walton en Derek Matravers.

Waar Walton het begrip problematiseert in zijn boek Mimesis as Make Believe biedt Matravers naar aanleiding van (en grotendeels als reaktie op-) Waltons probleembeschrijving in zijn boek Art and Emotion een oplossing, die met name wordt ingegeven door het toevoegen van allerlei cognitieve elementen aan emoties waarmee hij de brug tussen emotie en representatie probeert te slaan.

Of het geslaagd is, is een tweede. Rob van Gerwen had, in ANTW, flink wat kritiek op de oplossingen van Derek Matravers. Maar het is zeker een prachtig beginpunt.

Monday, November 01, 2010

Immersie 9

Binnen de traditionele esthetica is het gewoon te spreken van een onderscheid tussen object en representatie. Een schilderij is een object bestaande uit linnen, verf, vernis, veelal een lijst, en daarnaast is er sprake van een representatie, een landschap of een abstract.

Dispuut bestaat over het feit, of een beschouwer het object en de representatie tegelijk kunnen waarnemen. Volgens veel theoretici (onder andere Rob van Gerwen) is dat niet zo. Zijn stellingname is te vergelijken met een beroemd plaatje: je ziet OF een eend OF een konijn.

Als Rob gelijk heeft, dat wil zeggen als de representatie alleen kan worden waargenomen als het object niet wordt waargenomen, dan ligt daar wellicht een criterium voor het verschijnsel 'representatie', dat soelaas biedt voor een bruikbare definiering van immersie, omdat immersie een gevolg is (?) of een eigenschap is van een representatie, en niet van een object.

Saturday, October 30, 2010

Immersie 8

Een aantal auteurs over immersie, bijvoorbeeld Laura Bieger, stelt dat immersie niet (of niet noodzakelijk) met hulp van een representatie bij een beschouwer wordt bewerkstelligd. In plaats daarvan definieren deze auteurs een immersieve ruimte. Dat die ruimte een representatie is, wordt niet als noodzakelijk ervaren voor het opwekken van immersie bij een receptief persoon. Vandaar dat bijvoorbeeld steden of feesten immersie kunnen opwekken, ondanks dat het geen representaties zijn. (die stelling zou ik niet direct willen onderschrijven... het begrip 'representatie' verdient wat dat aangaat nog wat nadere definitie)

In het kader van immersie spreekt Michel Foucault van heterotopische ruimte. Een heterotopische ruimte is een mengvorm tussen een utopische (onwerkelijke) ruimte en een werkelijke ruimte. In een dergelijke ruimte is het het gezelschap dat zich in die ruimte bevindt (bijvoorbeeld een stad of een vergaderzaal) dat oorzaak is van de 'sfeer' of 'immersie' die door elk individu zou worden opgevangen, door het toevoegen of completeren van de werkelijke ruimte met een onwerkelijke ruimte. Zonder het gezelschap of met een andere groep mensen zou de ruimte anders zijn. Daarnaast is het ook zo, volgens Foucault, dat als het gezelschap zich in een andere ruimte bevindt, dat de immersie dan ook een ander karakter zou krijgen. (hoe definieer je het 'karakter' van immersie? Kan immersie een 'karakter' bezitten?)

Wat mij betreft wordt het begrip 'immersie' daarmee wel heel erg opgerekt. Als bedrijfscultuur ook al onder het kopje 'immersie' valt, dan voel ik erg de behoefte om een nieuw begrip te introduceren waardoor de boel wat beknot wordt..

Wednesday, October 27, 2010

Twisten over Smaak

Wat zou iemand bedoelen als hij zegt: "dat is een mooi schilderij"?

Is dat een uitspraak waarbij het woord "mooi" (-schoonheid-) refereert aan een esthetische kwalificatie van het schilderij, een soort evaluatie op basis van (wellicht onbewuste?) criteria?

Of betekent het alleen maar: "Dit schilderij bevalt mij"?

In het eerste geval wordt geimpliceerd dat de term schoonheid een kwalificatie is van het object, het schilderij. In het tweede geval wordt geimpliceerd dat de term schoonheid betrekking heeft op de perceptie van de persoon die het schilderij bekijkt. Dat is een enorm groot verschil.

Monday, October 11, 2010

Beeldende kunst; een Hamvraag?

Rob van Gerwen, destijds mijn docent aan de RUU, bedacht een centrale vraag, waarin, naar zijn mening, het essentiele van beeldende kunst wordt weergegeven, de zogenaamde hamvraag:

".. hoe kan dood materiaal levendige betekenis dragen, tot leven komen?"

Ik kan mij helemaal vinden in deze vraag.
De vraag beantwoorden is echter een hels hoofdpijnkarwei. Het is misschien wel de centrale vraag van deze blog.

Sunday, September 12, 2010

Immersie 7: special over representatie

Lange tijd geleden bestond een behoorlijk fel dispuut tussen filosofen en epistemologen van relieuze snit enerzijds, en met een atheistische grondslag anderzijds. De eersten wisten het bestaan van het lichaam (het 'vlees', zoals de clerus dat placht te noemen) te ontkennen, de tweede ontkenden het bestaan van de geest. Zij gebruikten daarvoor een soortgelijke truuk, die verborgen ligt in de ultieme epistemologische vraag: 'hoe kunnen we de wereld kennen?'

Die vraag werd als volgt beantwoord:

Wij kunnen geen contacten, ter verificatie of falsificate, leggen met de wereld zelf, op welke wijze dan ook, wat dat dan ook moge betekenen. We kunnen haar slechts waarnemen, dus we kunnen uitsluitend de representatie van dingen bestuderen, ofwel de wijze waarop de dingen ons 'aandoen'. Hoe doen we dat? 'Met onze fysiek, onze ogen, hersenen', zegt de atheist. 'Met onze geest', zegt de clerus.

'Als het waarnemen van representaties essentieel is voor het mens-zijn, en de geest is daar niet voor nodig, dan is het niet nodig dat die geest bestaat', zegt de atheist.
'Als het waarnemen van representaties essentieel is voor het mens-zijn, en in de geest voltrekt zich het waarnemen, waarbij het lichaam slechts stoffelijk doorgeefluik van representaties is, dan is de geest superieur over het lichaam', zegt de clerus.

Ziedaar het dispuut. Uiteraard in schandelijk onvolledige samenvatting.

Immanuel Kant kwam met een oplossing, die suste de boel door te stellen dat de waarneming van representaties niet de wijze is waarop wij de wereld kunnen kennen, maar we kunnen dat wel doen door gebruikmaking van een soort a-priori zuivere rationaliteit, het "Reinen Vernunft". Eerst denken, systemen bouwen, dan eens kijken of het klopt. Einstein en Popper voeren er wel bij.

Ik realiseer mij, ook door de bijdrage van Alex (als reaktie op mijn vorige post) dat als je iets zinnig wilt zeggen over immersie als verbeelding door representatie, dat deze oude veelomvattende discussie plotseling relevant wordt. Eigenlijk wil ik dat vermijden, want het is een veel te zware discussie.

Zo is door deze polemiek onderscheid ontstaan tussen angelsaksische filosofen ('hoe kunnen wij waarheden van onwaarheden onderscheiden') en continentale filosofen, ('we kunnen niet zeggen of iets waar is of niet, maar wel wat het voor ons zou betekenen als het waar is') en zijn failliete extremiteiten ontstaan als de Logisch Positivisten, ('we weten niet hoe maar we kunnen objectief onomstotelijke bewijzen formuleren die betrekking hebben op de objectieve werkelijkheid; met andere woorden: we kunnen het epistemologisch representatiebeginsel door logica omzeilen') die draken opleverden als de 'Grundsatze der Arithmetik' van Gottlob Frege. Postmodernisme is weer een ander voorbeeld.

Van dat soort drakerij wil ik mij zo ver mogelijk houden. Het moet mogelijk zijn iets zinnigs te formuleren over immersie zonder de wankele epistemologische representatieprincipes aan te raken. Hoop ik.

Thursday, September 09, 2010

Immersie 6

Als het zo is, dat de definitie van immersie “...vrijwillig je identiteit en omgeving tijdelijk verruilen door een in een medium gerepresenteerde identiteit en omgeving...” (zie eerder op deze blog) ter discussie staat omdat er geen sprake hoeft te zijn van een representatie om een staat van immersie te bereiken, waardoor het onderscheid tussen immersie en fantasie of verbeeldingskracht verdwijnt,

...dan wordt het probleem nog veel groter. Je kunt namelijk het verschil tussen een gerepresenteerde, een gefantaseerde en de werkelijke wereld niet zodanig formuleren dat dat verschil relevant wordt voor zowel fantasie/verbeelding als immersie.

Voorbeeld: Een persoon heeft een kennissenkring en familie. De mensen uit de kennissenkring en de familie kennen allemaal bepaalde eigenschappen van die persoon. Zij identificeren of definieren de persoon naar aanleiding van hun voorstelling van die eigenschappen. Sterker: dat doet hij met zichzelf ook. Dat wil zeggen dat hij net zoveel keer in representatie bestaat als er mensen zijn die hem op enigerlei wijze kennen, inclusief hemzelf. Dus hij is niets anders dan zijn eigen representatie, en er bestaan heel veel verschillende representaties van hem.

Dat betekent dat je ook immersief of verbeeldend kunt/moet zijn zonder dat je de werkelijkheid verruilt voor een gerepresenteerde, omdat de werkelijke wereld en de gerepresenteerde wereld niet logisch van elkaar te onderscheiden zijn.

Saturday, August 14, 2010

Vernietigde Werken


Ik heb weer een paar schilderijen vernietigd, een onvoltooid schilderij van een Joodse begraafplaats te Worms, met twee Sita's. Een schilderij met Sita als Cleopatra, die een einde maakt aan haar leven door een adder in haar borst te laten bijten. Dit schilderij is voltooid, en ik was er best tevreden over, maar het is helaas beschadigd. Deze schilderijen komen uit 1990. Sita was destijds mijn favoriete model. Vervolgens een onvoltooide grijze onderschildering van een ander model, dat was een werk in opdracht maar ik vond het schilderij niet interessant genoeg dus heb deze onvoltooid gelaten en ben opnieuw begonnen. Dit alles was in 1994. Daarnaast ook een vrij groot onvoltooid schilderij van een naakt in drie kleuren. Het onderwerp was wel een aardig idee, maar niet interessant genoeg.




Thursday, August 12, 2010

Louisa


Destijds heb ik drie schilderijen gemaakt van Louisa, dit is de meest gelukte, met een kop van een Griekse Kore uit de pre-Hellenistische periode. (met gebroken neus) De vorige post is een van de andere twee.

Sunday, July 18, 2010

Louisa


Nog een onaf schilderij, ook uit ongeveer 1995. Dit werk is in 1996 vernietigd, en nooit af gekomen. Het is een naaktportret van Louisa, aan de reflectie van de verf is te zien dat deze foto is gemaakt toen de verf nog nat was, als een soort halffabrikaat.

Kop van een Dodo


Ik vond een oude dia van een detail van een schilderij uit ongeveer 1994, nooit afgemaakt en allang vernietigd. Het is een dodo-kop.

Jammer dat het nooit is voltooid, en dat het niet meer bestaat. Ik was het schilderij al helemaal vergeten.

Ik weet ook niet meer waarom ik die dodo nou eigenlijk wilde schilderen.

Friday, July 16, 2010

Korten en Rekkelijken

Ik bladerde ter inspiratie een beetje door mijn oude schrijfsels. Deze citaten komen uit mijn denkboeken van 1990....:

"Steeds meer rijst bij mij het besef, dat het menselijk denken beperkt blijft tot conclusies over het menselijk denken.... wat een vrijheid!|

"De straf voor niet-leven is een ellendige dood"

"Groot, groter, grootst, alleen mijn eigen hoofd is groot genoeg voor mij"

"Waar is de eenheid? Waar is de macht? Die wachten op je, in je geest. Grijp ze en je zult het geluk kennen, laat ze liggen en je zult eenzaam sterven."

"Je in andere mensen verdiepen is eigenlijk een zeer mechanistisch en determinabel proces. Een mens kent een ander mens verschillende stadia van 'bekendheid' toe, en fluctuaties daarin worden promoties en degradaties in het sociaal contact, of toenadering en afwijzing in de volksmond. Een mens staat een ander mens in principe niet toe te 'promoveren'. Dat kan alleen als er iets speciaals gebeurt. Chemie, bij de liefde, of gelijkgeaarde hobby, of stemming, of levensvisie of juist het tegenovergestelde bij vriendschap."

"Ik heb honger. Niet alleen naar liefde maar ook naar genialiteit en grootsheid, ja, zelfs naar voedsel!"

"Ik weet nu wat ik moet schilderen! Een fiets. Of een dinosaurus. Of een tennisbal, heel groot, of een kom FuYong Hai. Of een naakte vrouw, met spiegeleieren als borsten. Of een hond. Of een pissebed. Of een fiets."

"Zielerust is belangrijker dan vruchtvlees.
Vruchtvlees is mooier dan zielerust.
Eenzaamheid is slechter dan onrust.
Onrust is slechter dan vruchtvlees.
Vruchtvlees is duur. Het kost zielerust en eenzaamheid, afhankelijkheid en draaierigheid.
Maar het brengt muziek.
En misschien het hoogst haalbare: goede kunst."

"Ware het niet, dat de nochthans naar het oosten gekeerde wind zich plotsklaps tegen het westen keerde. De ganse culturele constructie van zeilboten die op het oosten gerichte westenwind konden gebruiken ter voortstuwing, diende derhalve op een op het westen gerichte oostenwind te worden gebouwd. Ook de op het oosten gerichte bloemperken in de keizerlijke tuinen moesten worden omgeplant, zodat ze zich tegen het oosten konden keren, en teneinde de westelijke winden te kunnen weerstaan."

"De zich voortkruipende nacht, als een sluipende wolf, ongemerkt maar noodzakelijk, zonder versnelling of vertraging, dodelijk precies en levenloos mechanisch, als een perpetuum mobile, drijvend op haar eigen geweeklaag en gezucht, eindeloos doods op het einde wachtend, in stilte gewelddadig en belust op verschrikking, de stilte gelijk, wachtend op het onontkoombare: de zonsopgang.
Beleef een nacht eens zelf. Het is grappig."

Thursday, July 15, 2010

Meine Bilder Sind Kluger als Ich

Als je ervan uitgaat dat een schilderij mooier is dan datgene wat het afbeeldt, of mooier is dan elk willekeurig ander voorwerp, (dat is bijna altijd het geval, want er is altijd een voorwerp te noemen dat lelijker is dan het schilderij) dan kan die schoonheid niet in het schilderij zitten maar in de bedoeling om het schilderij mooi te maken.

Je kunt er van uitgaan dat schilderijen een bepaald concept communiceren. Je moet het schilderij ‘lezen’, ‘interpreteren’. Theoretici die deze gedachte aanhangen, steunen het idee dat taal niet alle mogelijke concepten kan communiceren en dat beeldende kunst een communicatieve leemte vult. In dat geval zijn kunstwerken verwijzingen naar een concept. (A.C.Danto)

Je kunt er ook van uitgaan dat kunstwerken gewoon ‘mooi’ moeten zijn. Schoonheid hoeft geen fysieke eigenschap te zijn. Zo kan een roman of een muziekstuk ook ‘mooi’ zijn, maar er is geen object aanwezig dat de eigenschap ‘mooi’ bezit. Je kunt je ook voorstellen dat een schilderij bij slecht licht niet mooi is. Bij genuanceerder analyse van het begrip ‘schoonheid’ zou een conclusie kunnen zijn dat de schoonheid plaatsvindt in de bezoeker, en dat het kunswerk een aanleiding is voor dit plaatsgrijpen. Daarmee is het kunstwerk een intentionele katalysator en geen bezitter van de eigenschap schoonheid. Kunst is dus niet object-gebonden, en niet alleen omdat ze dat formeel niet is (muziek heeft nu eenmaal geen object) maar ook intentioneel. (de essentiele eigenschap van kunst, zijnde schoonheid, zit niet in het object besloten maar in de vervaardiger en de gebruiker) (R.Wollheim)

Bovenstaande twee ideeen zijn wat mij betreft problematisch omdat het kunstwerk zelf als object geen rol speelt. Het is mogelijk situaties voor te stellen waarbij schoonheid optreedt of een concept niet-talig wordt gecommuniceerd zonder dat daar een kunstwerk aan te pas komt.

Mijn idee is het derde: een object van beeldende kunst is een object waarmee een gebruiker een vereenvoudigde vorm van intersubjectiviteit kan aangaan, dat wil zeggen, een kunstwerk bezit rudimentaire eigenschappen die we alleen van het subject kennen. Kunstwerken zijn dus altijd slimmer dan diegene die het kunstwerk heeft vervaardigd.

Gerhard Richter zegt: "Meine Bilder sind Kluger als Ich"

Heidegger en Sloterdijk Vertaald naar Onderwijs

In 1999 stond de Duitse filosoof Peter Sloterdijk voor een publiek in het kader van een symposium onder de naam “De Ethisch Theologische Ommekeer van de Filosofie na Heideggers Deconstructie van de Ontotheologie”. Nauwelijks een titel die een revolutie doet vermoeden, maar na beeindiging van zijn lezing mocht Sloterdijk zijn intrek nemen in de bescheten duiventil van geinstitutionaliseerde controversiele gevleugelde denkers. Hij bestond het om in zijn lezing genaamd “Regels voor het Mensenpark” het door het denkend deel van de betreders van het avondland als heilig beschouwde ontotheologische adagium van Heidegger, beter bekend als het ‘dasein’, te pareren met een bestiaal mensbeeld. De goegemeente kon slechts in verwarring en hysterie toehoren. De duitse filosoof met de nederlandse naam en het poolse uiterlijk had zich haat en bewondering van vele “untermenschen” op de hals gehaald.
Zowel de mensinvulling van Heidegger als die van Sloterdijk hebben betrekking op de wijze waarop mensen aan een, meestentijds geografisch begrensd, samenzijn kunnen worden geintroduceerd, teneinde zich in hun menselijkheid te sublimeren. Dat kan niet anders dan verwant zijn aan het openbaren van geschriften van humanistische aard, ‘brieven’ zoals Sloterdijk ze noemt, die verzonden zijn binnen de historie van die mentaal-geografisch begrensde eenheid. Deze eenheid wordt in wezen begrensd door het in de loop der eeuwen opgehoopte canon van geschriften. Intellectueel onderwijs openbaart en exegeert die geschriften aan jonge introducees.

Het opdringen van die opeenhoping van geschriften en de bijbehorende apollogetische bezweringen van docenten in de richting van jonge mensen teneinde fictieve mentaal-geografische begrenzingen, tegen hun aard in, staande te houden, is wat wij onderwijs noemen.

Of bovengenoemde omschrijving van onderwijs nu humanistisch (Heidegger) of Nietzscheiaans (Sloterdijk) te noemen is, liberaal is ze zeker niet. Onderwijs is een introductie aan menselijke onschuldigen die niet in staat zijn zichzelf te introduceren, en zeker geen verdervoeren van bij geboorte aan overdaden van zelfbeschikking lijdende subjecten, die ten allen tijden kunnen beredeneren waarom ze links gaan en niet rechts. Wij spreken van een volk van ganzen dat de moedergans altijd zal volgen, zelfs tot in de dood, uit lijfsbehoud en angst voor de onkenbare metafysica die zij bij het leven op de koop toe krijgen, en waardoor het bestaan ondraaglijk in zwaarte wordt. De beenderen van de laatste liberaal verbleken immers in de felle zon op de kale rotsen van Sint Helena, tenzij wij het bijtende atheisme van Anatole France als liberaal beschouwen.

Zag Heidegger de eigenschappen die een mens maakt tot wat hij is, in het verschil tussen de mens en het dier, Sloterdijk ziet een mens als een wezen dat gefaald heeft in zijn dier-zijn, dat zich in de loop der historie staande weet te houden door te balanceren tussen extreem geweld en het temmen van zijn bestiale eigenschappen. (in de Romeinse geschiedenis is dat het voeren van oorlog en het bijwonen van bloedige taferelen in plaatselijke arena’s) Heideggers’ humanistische ‘dasein’ is een sublimering van de mens boven het dier-zijn in zijn taalgebruik waardoor hij een groter beeld heeft van zijn omgeving en zuiver kan communiceren, als staande in de felle lichtbundel van zijn eigen menselijke taalvaardigheid. Sloterdijk ziet mensen terugtrekken in huizen, immobiel worden, (dasein) hij ziet ze futiele theorieen verzinnen vanachter de veiligheid van de muren van hun huis, pathetisch de wereld beschouwend. Die werkelijkheid buiten, aan de andere kant van het vensterglas, had de mens eens als zijn territorium beschouwd, toen hij nog geslaagd was als dier, maar dat is thans metafysica en mystica geworden. Het is de taal die ons dat heeft aangedaan, en dat is het einde van het humanisme, meent Sloterdijk, want “Wie gaat de mens temmen als het humanisme, de school van het temmen van de mens, daar niet langer in slaagt?”

Jacob van der Linden
(dit is een samenvatting van een eerder geschreven artikel)

Wednesday, July 14, 2010

Musje in huis!


Een mus was door het raam naar binnen gevlogen. Ze was een beetje in paniek, maar ik heb toch een foto genomen voordat ik haar weer buiten zette.

Monday, June 21, 2010

Stemrecht?

Men zegt wel eens, dat als je in een democratisch bestel geen gebruik maakt van je stemrecht, dat je dan ook je mond moet houden als er politieke besluiten worden genomen waar je het niet mee eens bent.

Ik denk het tegenovergestelde: als je stemt, geef je je stemrecht aan een vertegenwoordiger in het parlement. Die kan dan namens jou macht en invloed uitoefenen op te nemen politieke beslissingen. Die gekozen vertegenwoordiger spreekt dus namens de kiezer. Zelf heb je dan geen stem meer, dus kun je niets meer zeggen. Je hebt je stem weggegeven.

Ik stem niet, uit principe. Ik kan dus, indien nodig, een grote mond opzetten, omdat ik mijn stem heb behouden.