Monday, October 29, 2012

Immersie 31: Jan Fabre

De Belgische kunstenaar Jan Fabre deed onlangs een performance waarbij twee helpers katten de lucht in gooiden, terwijl hij zelf bovenaan een trap in een Fred Astaire kostuum stond te dansen. De reakties op deze performance zijn niet van de lucht. Het publiek reageerde geagiteerd op het vermeende 'dierenleed'.
Er wordt gerefereerd aan een andere performance van Fabre waarin hij levende karpers laat sterven in zout water. Ander werk van Fabre is een dode hond die aan vleeshaken is opgehangen.
De thematiek van Fabre is gebaseerd op het esthetiseren van gruweldaden, zoals ook andere kunstenaars doen, waardoor feilloos en meedogenloos het falen van de massa-moraal met betrekking tot leed wordt blootgelegd. Felle reakties van het publiek kunnen worden 'vermoraliseerd' met de opmerking dat de vermeende gruweldaden van Fabre zelf, in zijn kunstwerken, in het niets vallen bij de gruweldaden die dagelijks en op grote schaal plaatsvinden in de bio-industrie, (bijvoorbeeld plofkippen en levende dieren aan vleeshaken) huisdierenindustrie, (eindeloos doorfokken tot schattige diertjes die nauwelijks levensvatbaar zijn) cosmetische en farmaceutische industrie (proefdieren) en wat dies meer zij. Je zou kunnen stellen dat de vele reakties van 'tijdelijke' dierenliefhebbers essentieel onderdeel zijn van het kunstwerk.
Daarnaast stelt Fabre de kunst zelf ter discussie, vanuit de vooringenomenheid dat, klaarblijkelijk, een moreel gegeven wordt geaccepteerd als het om bioindustrie etcetera gaat maar, wanneer een en ander onder het mom van kunst wordt gepresenteerd, gelden plotsklaps andere morele regels. Dat zegt iets over het geinstitutionaliseerde publieke wezen van kunst. Kennelijk geldt voor kunst een exomorale houding.
Maar het (voor mij) interessante aspect van zijn werk is wellicht dat hij een poging doet om leed, en gruweldaden, in een representatie te vatten. De vraag die belangrijk is voor een helder begrip van immersie, is uiteraard, of wel sprake is van een representatie, of dat het werk van Fabre echt is, en niet gerepresenteerd. In het eerste geval slaagt hij er in om middels representatie gruweldaden over te laten komen op een publiek, daarvan getuige de vele verontwaardigde reakties. In het tweede geval slaagt Fabre er in om niet-representatieve kunst te maken, waardoor de gedachte dat alle kunst representatief is, in duigen valt.

Tuesday, October 23, 2012

Schilderwerk van vandaag...

Een reprise van een schilderij dat ik eerder maakte (maar dat toen mislukte) op groter formaat, namelijk 1.30 bij 2.00 meter. Het is een "Saint Jean de Calvaire" naar een vijftiende eeuws houten beeld, dat in het Louvre te bezichtigen is. Ik probeer het houten beeld levensechter te maken, door geen hout maar stofuitdrukking die bij het gerepresenteerde hoort te schilderen. Dat is schildertechnisch niet zo makkelijk. Maar als het meezit kan ik het binnen vier werkdagen af hebben.

Saturday, October 20, 2012

Onderwijskunde 1

In de epistemologie (kenleer) kent het begrip 'deconstructivisme' een heldere betekenis. De deconstructivist gaat ervan uit, dat het voor een mens niet mogelijk is om de dingen in de wereld te kennen. (in tegenstelling tot de Logisch Positivisten) Dat komt omdat de menselijke receptie (de zintuigen) niet te vertrouwen zijn, want je weet immers niet of dat wat je waarneemt correspondeert met hoe de dingen werkelijk zijn. Maar daarnaast is het proces van zintuiglijke indrukken naar conclusies in de menselijke geest ook onbetrouwbaar. De deconstructivistische epistemoloog (Jacques Derrida is er een van) vindt echter, dat, wanneer je het taalgebruik dat in een bepaald gebied of door een bepaald persoon wordt gebezigd, monadisch deconstrueert, dus afbreekt tot op de kleinste eenheden, en daarna analyseert, dat je dan wel heel veel kunt zeggen over de wijze waarop mensen in een bepaald taalgebied de wereld zien. Je kunt die conclusies ook relateren aan conclusies uit een ander taalgebied en zo tot een interessante epistemologie komen, die zelfs ethisch getint kan worden.

In de onderwijskunde heeft men aan het begrip 'deconstructivisme' een andere betekenis gegeven. Deconstructivisme betekent daar, dat je, als docent, het vooringenomen construct van een student over een bepaald onderwerp afbreekt (deconstrueert) en vervangt door een nieuwe, dat beter gerelateerd is aan onderwijscompetenties. De vooringenomenheden moeten dan zijn:
  1. Het construct dat bij een student aanwezig is, is niet adequaat
  2. Bij alle studenten is een soortgelijk, niet-adequaat, construct aanwezig
  3. Het is mogelijk om, in een beperkte periode, menselijke mentale constructen te 'deconstrueren' en te vervangen door andere.
Vooral dat laatste lijkt mij bezwaarlijk. Nemen wij een helder construct: een klas met Moslims, waarbij de religie wordt beschouwd als een mentaal construct. Is het mogelijk om dat binnen een bepaalde lesperiode af te breken en door het construct 'Christendom' te vervangen? Nee, dat denk ik niet.

Religie is een te zwaar construct? Neem een klas met Feyenoord-fans. Kun je een les bedenken waarin dat construct wordt weggenomen en vervangen door een Ajax-fan-construct? En als dat lukt, hoe ga je dan om met cognitieve dissonantie en andere mentale dwarsbalken?


Monday, October 15, 2012

Rommelen met nieuw schilderij...

Kleuren zijn niet goed.. het wordt een heel karwei om hier iets van te maken.

Saturday, July 07, 2012

onderschildering

Vandaag de gehele dag bezig geweest met het zoeken en schilderen van een nieuwe compositie.. een heel dikke man, een soldaat, een gotisch getraceerde spitsboog, een Romeins grafmonument met een afbeelding van de ontvoering van Europa, een stierekop en een contraposto vrouwelijk model. Alles nog in okergeel. Ik ben er bepaald nog niet tevreden over, het is veel te fragmentarisch.

Monday, June 25, 2012

Modelschilderen

Vanmiddag was een model in het atelier, ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt door in acryl deze onderschildering te maken. Misschien probeer ik er een echt schilderij van te knutselen.

Monday, June 11, 2012

Dit is een establishingshot ten behoeve van een animatie. Ik heb een vliegend schip getekend en die moet voor dit landschap gaan vliegen. De kijker ziet dus nooit het gehele establishing shot omdat het schilderij onder de 'camera' door schuift om beweging te suggereren.

Monday, June 04, 2012

Over vrije wil

Als reaktie op diegenen die stellen dat vrije wil niet kan bestaan omdat de objectieve werkelijkheid en de menselijke eigenschappen te determineren zijn tot chemische of natuurkundige processen en daarmee samenhangende causaliteit:
 
Men zou kunnen beargumenteren dat het niet de natuur is die zich in deterministische wetten laat vangen, maar de wijze waarop wij de natuur middels onze zintuigen recipiƫren en middels onze hersenen beschouwen. Dat wil zeggen dat de natuurwetenschappen niet de natuur omschrijven maar de wijze waarop wij die natuur zien. De wereld is niet deterministisch van aard, ons denken is dat, en daarmee beschouwen wij de wereld.
In dat licht bezien zou het onzinnig zijn om vanuit een causaliteit die voortkomt uit een wereldbeeld dat een derivaat is van de anatomische eigenschappen van onze zintuigen en denkeigenschappen (bijvoorbeeld categorisering als aanleiding tot wiskunde) te ontkennen dat wij als beschouwende zelf geen vrije wil zouden kennen. Die gedachte is immers te herleiden tot een circulaire drogreden.

Tuesday, May 29, 2012

Nut en kunst

Probleem voor de cultuur is, dat in een darwinistisch-kapitalistische maatschappij, en dito wereldbeeld, en een utilistisch mensbeeld, alles in kaders van nut wordt beoordeeld. Wat beleidsmakers doorgaans doen om de kunsten tegen populisme te verdedigen (niet alleen de financiele ondersteuning daarvan) is meegaan in dat utilistische denken door kunst in termen van nut te omschrijven. ("..maar kunst heeft wel degelijk nut, want het brengt geld in het laatje", of zo) Ik denk dat dat niet de correcte wijze is om de kunsten een plaats in de maatschappelijke maalstroom van ultra-liberalismen te verschaffen. De reden daarvan is, dat ik denk dat het een noodzakelijke eigenschap is van kunst dat zij zich juist anti-utilistisch opstelt. Zij kan zich niet in termen van nut laten evalueren. Kunst bezit een doelloze doelmatigheid. Maar zij kan wel worden ingezet om de fouten van een kapitalistische ultra-liberale grondhouding bloot te leggen, niet in ethische maar in humane zin. Dat maakt de kunsten veel waardevoller voor een gezonde samenleving dan het prijskaartje doet vermoeden.

Friday, May 25, 2012

Tilburg kan ook best mooi zijn...

Joris verslaat de draak maar de boom verslaat Joris

Wednesday, May 23, 2012

Atelier tijdens tentoonstelling


But what is it like to produce art?

Producing art is a mental process in which concepts are realized by means of technique and labour, a time consuming practice of concentration, an unbearable danger for the artist, an exercise in loneliness, a paradoxal state of curiosity and melancholy, without any goal or directive...   and it cannot be more than that.                

Sunday, May 06, 2012

Uit het atelier

Beike staat hier tussen haar schilderij van haar dochter en mijn kop, tijdens de fase van het kiezen wan werk voor een tentoonstelling.

Tentoonstelling maken


Wednesday, April 25, 2012

Over een religieus wereldbeeld (tweede versie)

1
In Nederland rijden treinen, volgens bepaalde trajecten. Die treinen hebben een identiteit, ze zijn van elkaar te onderscheiden door een nummer dan aan de zijkant van de trein staat. Die treinen rijden volgens bepaalde trajecten, je kunt je heel goed voorstellen dat er iemand is geweest die bepaald heeft wanneer welke treinen waarheen rijden. Daar zit een bepaald evenwicht in. Treinen botsen niet tegen elkaar, ondanks het feit dat het spoor zeer druk bezet is, en de treinen zijn op een bepaalde tijd op een bepaalde plaats. (althans, dat is de bedoeling) Dit is allemaal bedacht door die ene persoon, die de dienstregeling heeft gemaakt.

Die persoon noemen we God.

Stel je nu voor: je bent een treinspotter. Je staat langs de kant van het spoor, bij Dordrecht, en je verbaast je over het vernuft van die grote kolossen, die op tijd rijden en regelmatig voorbijkomen, en een schijnbaar moeiteloze vanzelfsprekende harmonie tentoonspreiden. Je prijst God om de schoonheid van datgene wat hij heeft gecreeerd. Je ziet die schoonheid als een bewijs van het bestaan en de almacht van God. Je onderkent dat je het zelf nooit zo zou kunnen bedenken, aan de hand van hetgeen je ziet voorbijkomen. Maar je ziet niet alles, je ziet alleen wat er in Dordrecht voorbij komt.

Maar nu ga je een schema maken. Je noteert de tijden en de identiteitsnummers van de treinen die voorbijkomen. Je trekt al snel bepaalde conclusies.

  1. Treinen komen meer dan eens voorbij, dus ze leven langer dan een rit
  2. Als ze ergens heen gaan en ze komen nog een keer voorbij, moeten ze dus ook terug zijn gegaan.
  3. Je merkt een correspondentie tussen lengte en type van de trein en het tijdstip van voorbijkomen.
  4. Je gaat intercity’s van stoptreinen onderscheiden.
  5. Enzovoorts.
Met andere woorden: je gaat het systeem achter het voorbij komen van treinen steeds beter begrijpen, en je kunt al snel modellen opstellen waarin het voorbij komen van treinen voorspeld kan worden. Misschien ben je in staat om aan de hand van de treinen in Dordrecht voorspellingen te doen over de treinen in Utrecht. Op een gegeven moment, en na het verzamelen van veel informatie, kun je zelfs de identiteit van voorbijkomende treinen voorspellen.

Daarmee tast je de almacht en het bestaan van God aan. Hoe meer je begrijpt van het systeem, en hoe meer je de gebeurtenissen kunt voorspellen, hoe minder je de God respecteert. Op het moment dat je fouten in het systeem gaat ontdekken, zoals treinen die te laat rijden of overvolle treinen, verlies je je geloof in God, en ga je de ontwerper van het schema als een gelijke zien.

2
Stel je voor, je speelt een racespelletje op de computer. Dat racespel is door iemand gemaakt, de ontwerper van het spel. Als je begint met spelen moet je eerst het spel leren kennen. Je blaast constant de motor op, je vliegt uit de bocht en eindigt steevast als laatste. Toch ga je door. Waarom?

Omdat je er van uitgaat dat het spel zo is gemaakt door de ontwerper dat het speelbaar is. Je vertrouwt zo op de kwaliteit van de ontwerper, dat je je falen bij het spelen volledig aan jezelf wijt.

De ontwerper noemen we God.

Je faalt in het spelen van het spel des levens, maar je blijft doorgaan, omdat de wereld is gecreeerd door een ontwerper die het leven zo heeft bedacht dat het leefbaar, ja, zelfs winbaar is. Dat is een ethische grondhouding.

Stel je voor dat je je geloof in de kwaliteiten van de ontwerper van het computerspel verliest, doordat je, ook na dagen en weken van proberen, niet als winnaar aan de finish komt. Dan zeg je: ‘dit spel is onspeelbaar’. Dat is een evaluatieve conclusie. Die conclusie kun je ook trekken als je merkt dat na veel oefening er nog steeds geen progressie in de resultaten zichtbaar is.

Als je zegt: ‘dit spel is onspeelbaar’ dan kun je twee dingen bedoelen:

  1. Dit spel is door een ontwerper gemaakt die niet goed genoeg is om het spel speelbaar te maken
  2. De ontwerper heeft het spel expres onspeelbaar gemaakt.
  3. Ik ben een onvoltooid mens omdat ik het spel niet beheers.
De eerste twee antwoorden zijn derivaten van een ethische grondhouding waarbij de verantwoordelijkheid voor het spel bij een God wordt gelaten. Een parallel in het echte leven zou kunnen zijn: ik krijg kanker, ik overlijd, ik kan geen geschikte partner vinden, ik heb pech bij het vinden van een baan, ik was buiten mijn schuld betrokken bij een auto-ongeluk, vechtpartij, revolutie, noem maar op.

Het derde antwoord is een derivaat van een religieus concept van zonde: ik kan niet anders dan zondig zijn, dus ik kan nooit een goed en volledig mens zijn, het hoogst haalbare voor mij is, dat ik er naar streef. Maar Jezus vergeeft me mijn onvolkomenheden, doordat hij zichzelf heeft opgeofferd.

Als je de metafoor van het spel gebruikt voor de werkelijkheid, en het spelen van dat spel als leven in die werkelijkheid, komt daar nog een vierde conclusie bij:

  1. Er bestaat geen God.
De eerste drie conclusies zijn wat mij betreft behoorlijk cynisch. De vierde conclusie betekent, zeker op het eerste gezicht, dat het onmogelijk is te bepalen of het spel van het leven wel speelbaar is.

Sunday, April 22, 2012

This weekend I finished the little poisonous frog on the Van Eyck drapery.. Up next is the skull.
Varnishing my painting 'God'.. the varnish makes me dizzy and sick.

Friday, April 06, 2012

Schilderdag

Vandaag heb ik een handje geschilderd en een gifkikker op de draperie. Die gifkikker moet nog een beetje worden gefatsoeneerd, maar het werkt wel. Door die kikker verschijnt een compositiedriehoek, hand; schedel; kikker. De hand is een beetje katatonisch en is de compositorische sleutel van het werk, aangezien de lijnen in de achtergrond allemaal bij die hand samenkomen. Het moet zijn alsof de hand die achtergrond een beetje naar zich toetrekt, maar niet zodanig dat het opvalt.

Wednesday, March 28, 2012

Naar een bruikbare a-priori onderzoeksmethode

Te beargumenteren is, dat een a-priori onderzoek, dus een onderzoek waarvan de argumentatie bij de conclusies niet in empirie maar in logica wordt geworteld, conclusies oplevert die een overtuigender waarheidsclaim of geldigheidsclaim voorstaan dan een a-posteriori onderzoek, waarbij de conclusies voortkomen uit (herhaalde) waarneming. Ik wil die stelling nu niet beargumenteren maar als uitgangspunt gebruiken bij het formuleren van een voorstel voor een bruikbare a-priori onderzoeksmethode.

Een a-priori onderzoek vangt aan bij het opstellen van een logisch construct. Men zou zo'n logisch construct kunnen zien als een beperkte wiskunde, of een onafhankelijke grammatica. Belangrijk is, dat de logica van een solide construct intern of endosomatisch is, dat wil zeggen dat de logische kaders niet afhankelijk zijn of verwijzen naar systemen die ook buiten het bepalende construct gelden. Een logisch construct, als basis voor een onderzoek, incorporeert daarnaast een metamethode. Een metamethode controleert de logische constructen op geldigheid naar aanleiding van het genereren van argumenten bij een conclusie, en waarborgt daarmee de kwaliteit van de conclusies, tot op zekere hoogte.

Is een logisch construct opgesteld, dan is de mogelijkheid aanwezig om begrippen, soms zelfs slecht gedefinieerde, in het systeem te introduceren. Vergelijk dit met het maken van soep; het construct is de pan en de grote lepel, de begrippen zijn de ingrediƫnten. Er zijn net zoveel ingrediƫnten als er te definiƫren begrippen zijn. (begrippen waarbij bij voorbaat kan worden vastgesteld dat ze niet voldoende te definiƫren zijn, gegeven bepaalde maatstaven, vervuilen het construct) De ingrediƫnten worden door de onderzoeker bijgevoegd. Het kiezen/bijvoegen van ingrediƫnten (begrippen) vereist een grote creativiteit van de onderzoeker. Dat heeft te maken met het feit dat er net zoveel ingrediƫnten zijn als dat er voldoende te definiƫren begrippen zijn, dus dat zijn er nogal wat. De resultaten, de smaak van de soep, zijn niet van te voren te voorspellen, dus er zijn geen hypothesen op te stellen. Dat voorkomt de introductie van covariaten die een onderzoek danig kunnen vervuilen.

Vraag is, of een universeel logisch construct is te formuleren. Naar mijn mening zijn er een aantal mogelijke soorten constructen, er zijn er die zijn gebaseerd op wiskunde, op grammatica of op logica, eventueel aritmetica. Wellicht is het type construct ook afhankelijk van de voorkeur van de onderzoeker. Conclusie zou dan zijn dat er tenminste twee variabelen zijn te formuleren in het kiezen van een logisch construct, enerzijds de kenmerken van de onderzoeker, en anderzijds de inhoudelijke eigenschappen van het onderzoek. Wellicht spelen procedurele eigenschappen van het onderzoek (is het onderzoek bijvoorbeeld definiƫrend, polemiserend of synthetiserend?) ook een rol.

Thursday, March 08, 2012

User Experience??

Mij valt op, dat in de ontwerppraktijk voor nieuwe media, ook voor mobiele media, het 'User Experience Design' een grote vlucht neemt, en welhaast een toverwoord is, alhoewel ik nergens een goede omschrijving kan vinden. Wie zich, als ontwerper voor nieuwe media, met uXd (creatieve afkorting van User Experience Design) bezighoudt, doet het bijna volautomatisch goed.
In de vaagte vermoed ik dat het betekent dat er iets te beleven moet zijn....De rare gedachte bekruipt mij ineens, dat het veel meer intellect en voorstellingsvermogen vereist om een interface te maken waar absoluut niets te beleven valt... probeer je dat maar eens voor te stellen. Daarenboven is de vraag gerechtvaardigd of een hogere/betere/echtere/... experience ook betekent dat de kwaliteit van de interface verhoogd wordt. Ik geloof dat ik dat betwijfel....

Dit alles in tegenstelling tot de actuele kunstpraktijk en die van curatoren van actuele kunst, die met alle macht de druk om tentoonstellingen met 'experiences' te programmeren, proberen te vermijden. Onderwijl doen ze hun beklag over het feit dat dit vermijden geen sinecure is, in deze tijd van cultuurscepsis, anomalie-angst en subtiliteitsfobie, zeker gezien de nakende subsidieopdrogingen. Een tentoonstelling met een experience leidt tot meer bezoekers en minder kwaliteit, en dat is een knieval voor de morrende massa van cultuurbarbarisme, zo luidt de impliciete redenering. Experience is dus een negatief begrip in de kunsten, een te vermijden aangelegenheid. Een experience-tentoonstelling wordt door curators vergeleken met een pretpark. Een tentoonstellingsplaats voor actuele kunst is immers geen efteling, een schilderij is nog steeds geen achtbaan. (hoe zit het dan trouwens met het werk 'The Weather Project' van Olafur Eliasson in de Tate Modern? Is dat geen efteling?) Gatverdarrie, een experience!

Een tegenstelling tussen vormgeving en beeldende kunst, lijkt mij. En, alhoewel beide disciplines met enige halsstarrigheid weigeren het begrip 'experience' met enige argumentatieve autoriteit uit de doeken te doen, leert de geschiedenis ons dat de actuele kunst altijd prevaleert boven de vormgeving. Ik wacht derhalve met spanning af. Vooralsnog verwacht ik binnenkort de eerste kunstenaar die een achtbaan ter bewondering in het Stedelijk plaatst, of een Bolle Gijs in De Pont.

Immersie 30

Een metafoor om uit te leggen wat het verschil is tussen intersubjectiviteit en communicatie:

Er zitten twee mannen in de kroeg. Ze drinken een biertje. De een zegt tegen de ander: "..ik voel me erg droevig vandaag".
Is er sprake van communicatie? Jazeker, de ene persoon communiceert naar de ander. Is er sprake van intersubjectiviteit? Nee, want de uitspraak die de eerste persoon doet is er een waarvan de waarheidsclaim is gbaseerd op een ego-autoriteit, namelijk de gedachte dat als je een uitspraak over jezelf doet, dat die uitspraak intrinsieke geldigheid bevat omdat je jezelf het beste kent. (Is dat terecht? Nee, dat denk ik niet, maar dat is in dit voorbeeld niet zo van belang) Dat wil dus zeggen dat de andere persoon niet betrokken wordt bij de validatie van de uitspraak en dus niet deelneemt aan het subjectieve proces, waardoor geen intersubjectiviteit ontstaat.

Er zitten twee mannen in de kroeg. Zegt de een tegen de ander: "..Jij voelt je erg droevig vandaag!" Communicatie? Ja, zeker. Intersubjectiviteit? Ook. De een maakt een evaluatieve opmerking over de ander, die door de ander gevalideerd kan worden. Zo ontstaat een intersubjectieve relatie. Ook als de een een evaluatieve opmerking maakt over iets anders, waar de ander op kan reageren, is sprake van intersubjectiviteit. (en communicatie)

Een derde begrip, naast communicatie en intersubjectiviteit, is interactie. Daar kom ik later op terug. Nog later zal ik proberen het belang van deze drie begrippen voor immersie te duiden.

Wednesday, March 07, 2012

Schilderij voltooid


Een schilderij van 1.40 bij 1.90, voorstellende een oude vergeten God (denk ik)
De afbeelding is gebaseerd op een sculptuur van een Joodse rabbi aan het westportaal van een Duitse kerk. Ik heb de kop enorm vervormd en de uitdrukking geheel veranderd. Het is niet meer met de sculptuur te vergelijken. Ook het licht heb ik behoorlijk gedramatiseerd.

Wednesday, February 29, 2012

Unfinished


Bezig aan dit werk, twee meter hoog en anderhalf breed. Het zou heel snel voltooid kunnen zijn...

Tuesday, February 07, 2012

Drieluik schilderen


Ik ben bezig met simultaanschilderen: drie schilderijen tegelijk van dezelfde afmetingen, speciaal voor een paar klassiek geornamenteerde lijsten geschilderd. Er is er nog geeneen af, maar als het goed is zijn ze binnenkort alledrie klaar voor expositie, en dan ga ik weer verder met groter werk. Dit specifieke schilderij is een portret van Gerhard Richter.

Monday, January 30, 2012

Bergje geschilderd..


Schets van een bergje gemaakt, als achtergrond. Lijkt sterk op Mount Fuji of de Kilimanjaro of zo....

Tuesday, January 17, 2012

Immersie 29: onderscheid tussen communicatie en intersubjectiviteit

Als ik mijn bewering, dat het ontstaan van intersubjectiviteit een noodzakelijke voorwaarde is voor het opwekken van immersie, wil schragen met argumenten, dan dient zich de noodzaak aan om intersubjectiviteit in deze contekst te definieren. Dat zal ik eens proberen, en wel door het verschil tussen intersubjectiviteit en communicatie te benadrukken. Misschien doemt later de noodzakelijkheid op om intersubjectiviteit te verhouden met interactie.

Monday, January 02, 2012

Landschapje


Een detail, maar het is een schilderijtje op zich...

Wie ben ik

Expressionisten gebruiken de schilderkunst om zichzelf te schilderen maar ik wil iets schilderen dat groter is dan ikzelf. Daarom ben ik geen expressionist.

Staat van het werk

Vandaag weer geschilderd. Ik heb het zwaard en de vogel weer overgeschilderd, dus twee dagen schilderen zijn voor niets geweest. Maar het is beter om een andere oplossing te zoeken.
Ik begrijp nu steeds meer waar het werk naar toe gaat en waar de contrasten liggen.

Wednesday, December 28, 2011

Aan het werk....

Schilderij tussenstand



Vandaag heb ik een draperie toegevoegd aan het schilderij waar ik op dit moment mee bezig ben. Dat was een hele klus. Het kledingstuk is geinspireerd door een schenker op een schilderij dat is toegeschreven aan Jan van Eyck, dat hangt in New York.


Ik was bang dat de besneeuwde bergen op de achtergrond te veel naar voren zouden komen, maar nu het rode kleed is toegevoegd valt dat gelukkig nog mee.

Thursday, December 08, 2011




Een onderschildering voor een portret. Morgen komt het schilderij af.

Wednesday, November 23, 2011

Schilderij


Nog veel werk: definitief zijn de lucht, de witte en donkergroene bergjes. De zandkleurige bergjes en de voorgrond moeten nog worden (over-) geschilderd. Ik denk niet dat ik dit in 2011 af ga krijgen.

Wednesday, November 16, 2011

Immersie 28: een antwoord voor Tiemen

Tiemen schreef:
Momenteel verkeer ik mij in een staat waarbij ik probeer het begrip ‘immersie’ te definiĆ«ren. Ik heb een lange tijd nagedacht over dit begrip en zit momenteel op de huidige:

"Immersie is een opname in het moment, waarbij de immersief afstand doet van zijn of haar eigen belevingswereld en zich in een staat verkeerd die de gerepresenteerde wereld heeft opgeroepen.”


Jacob schreef:
Een soortgelijke definitie is te vinden in veel literatuur. Die definitie kent echter nog een aantal belangwekkende problemen, ten eerste is het probleem van de definiĆ«ring van het begrip ‘immersie’ verlegd naar het begrip ‘gerepresenteerde wereld’. De vraag is wat dat is, een gerepresenteerde wereld. Je kunt je voorstellen dat een film een wereld representeert, maar is er ook sprake van een representatie als kinderen met autootjes spelen en daarin opgaan, of als je op de fiets dagdroomt? Het verschil tussen immersie en verbeelding of fantasie staat derhalve op de tocht. In mijn eerdere posts over dit probleem heb ik voorgesteld om een object waarin de representatie plaatsvindt als noodzakelijk voor immersie te beschouwen. Maar dat levert grote problemen op. Ik neig er nu naar om de intersubjectiviteit tussen representatie en immersief te bestempelen als essentieel voor het opwekken van immersie bij de beschouwer. Interactie, in de breedste zin van het woord, speelt een grote rol in de intersubjectiviteit. Wat ik eigenlijk wil is aantonen dat immersie een bepaalde vorm van intersubjectiviteit is. Dat is een veel ingewikkelder route, maar die weg levert, voor zover ik het nu zie, meer soelaas op voor een beter begrip van immersie.
Daarnaast suggereert de definitie die je noemt een paradox met betrekking tot het bewustzijn van iemand die immersie ondervindt. Je gaat er van uit, dat een bewustzijn zichzelf geheel of gedeeltelijk kan uitschakelen, of zich in een ‘stand-by-modus’ kan zetten. Dat is een vrijwel onhoudbare stelling als je erover nadenkt. Feitelijk verwacht je immers van iemand die immersie wil ondervinden, dat hij zichzelf gehandicapt maakt, door een gedeelte van zijn werkelijkheidszin vrijwillig uit te schakelen. Hier raak je een ingewikkelde complicatie van het begrip ‘immersie’. Richard Wollheim heeft mogelijk een antwoord geformuleerd op deze paradox door de introductie van ‘twofoldness’. Hij spreekt niet zozeer van bewustzijnsverandering, maar van ‘zien van’ (het object zien) en ‘zien in’ (de representatie zien)

Ik hoop dat je hier iets aan hebt!

Thursday, November 10, 2011

Immersie 27

Tot voor enkele maanden dacht ik dat het noodzakelijk was voor een houdbare definitie van immersie om het comcept van een representatie als fysiek object te behouden en te ondersteunen. Op een gegeven moment neigde ik naar de gedachte dat de sleutel tot het oplossen van het definitieprobleem lag in een correcte benadering van dat fysieke object als representatie. Maar recentelijk ben ik daar op teruggekomen, mede doordat ik interactie als belangrijke factor in de definitievorming heb geintroduceerd. ik neig er nu naar, om het representatieve object in te ruilem voor een ingewikkelde notie van intersubjectiviteit als relatie tussen een representatie en een subject aan wie de representatie wordt aangedaan. De belangrijkste reden waarom ik destijds het fysieke object als relevant kenschetste, was dat ik bang was dat zonder zo een object het verschil tussen immersie en verbeelding of fantasie veel te moeilijk te begrijpen is. Doordat mijn gedachten van een fysiek object naar een situatie van intersubjectiviteit als relevante factor voor begrip van immersie is verschoven, is dat probleem opgelost. nadeel is echter, dat een groot gedeelte van het gedachtengoed van Wollhekm, dat zich met name centreert rond dat fysieke object, minder relevant wordt.

Friday, November 04, 2011

Immersie 26

Omdat de objectieve verwijzende eigenschappen van een representatie onkenbaar zijn, (omdat ze worden beschouwd door een subject) is het misschien wel niet handig te spreken van een representatie. Wij zien alleen de subjectieve invulling van een representatie, daarmee valt het onderscheid als eigenschap van een object tussen een representatie en een willekeurig ander object of subject weg. Dat betekent dat het object van representatie (niet het gerepresenteerde) geen inzicht kan verschaffen in de werking van immersie. Een verschil tussen een representatie en een willekeurig ander object is, dat een representatie intentioneel door iemand is gemaakt. Dat betekent dat de intentie, in plaats van de 'twofoldness' van een representatie, belangrijk is. Daarmee kun je een representatie tegen haar intentie wegstrepen en zitten we in de existentiƫle problemen. Ik neig ernaar, om, als antwoord op deze paradox, het begrip 'representatie', als relevant voor immersie, te schrappen, en in plaats daarvan een model van intersubjectiviteit te introduceren. In de (post-'Sontag') fotografie-theorie heeft men deze stap al durven maken.

Tuesday, November 01, 2011

Immersie 25

Stelling: er is geen verschil tussen een volledige representatie en de objectieve werkelijkheid.

Veel auteurs over het onderwerp spreken van een zo volledig mogelijke representatie en de bijna absolute immersie die daarbij wordt veroorzaakt, en menen dat zo'n volledige representatie strevenswaardig is.

Ik ben het daar niet mee eens. Er bestaan namelijk volledige representaties in de beeldende kunst, in de vorm van readymades. Een voorbeeld: Warhol stelde in 1964 (voor het eerst) zijn Brillo Boxen tentoon, dozen met zeep die rechtstreeks uit de supermarkt in het museum werden geplaatst, met de zeep er nog in. Zijn dat representaties van zeepdozen? Nee, het zijn de zeepdozen zelf. (uiteraard deed Marcel Duchamp hetzelfde vele jaren eerder)

Die readymades lijden aan een interpretatieprobleem dat te herleiden is met een intentioneel argument (de representatie zelf is niet van belang, maar de reden waarom die representatie wordt vervaardigd wel) en kan worden opgelost door een institutioneel argument, met de nodige problemen, die uitgebreid door Arthur Danto in zijn boek 'Transfiguration of the Commonplace; zijn omschreven.

Dit is niet de juiste weg om een beter begrip van immersie en de werking van representaties te formuleren, zoals de kritieken van kunsttheoretici op de gedachten van Danto al voorspellen. Het concept van een volledige representatie zegt niets over de mechanismen achter de werking van immersie.

Wednesday, September 21, 2011

Aan het werk



Aan het werk aan mijn schilderij 'Annunciatie'. (misschien dat gaandeweg de titel en inhoud veranderen) Het is een groot schilderij, ik ben er nog wel tot eind dit jaar mee zoet.

Tuesday, September 20, 2011

Het Atelier


Kijkje in mijn atelier, ongeveer een half jaar geleden. Het grote schilderij heb ik inmiddels vernietigd.

Annunciatie


.. nog lang niet af. Als het dit jaar voltooid wordt zou dat een wonder zijn. Ik ben alles aan het filmen, dus dat wordt een aflevering van Bob Ross van 120 uur.

Monday, September 19, 2011

Interaction Design 1

Omdat ik denk, dat ontwerp van interactie een rol speelt bij het begrijpen van immersie, ben ik eens gaan nadenken over wat interactie is, en waarom het bestaat. De eerste veronderstelling is de volgende: interactie is niets anders dan een subject-object relatie tussen de gebruiker (het subject) en het medium. Het zorgt ervoor dat de gebruiker het medium kan manipuleren, heeft dus niets te maken met de inhoud van de representatie van het medium, of met datgene wat het medium wil communiceren. In die zin geldt: hoe minder interactie hoe beter. Veel webdesigners ondersteunen die gedachte doordat ze stellen dat de klikdiepte etc. zo klein mogelijk moet zijn. Hoe minder interactie, hoe meer ruimte voor de representatie. Als je die gedachte verder voert, dan kun je media voorstellen waarbij interactie nauwelijks aanwezig is. Posters bijvoorbeeld. Films. Beeldende kunst. Omdat bij die media de ruimte voor de representatie het grootst is, zijn dat zuiverder media dan die waarbij veel interactie vereist is, zoals websites.

Tweede veronderstelling: Daar kun je wat bij denken, bij die eerste veronderstelling. Bijvoorbeeld: werkt de interactie wel tegen de representatie in, is zij daar geen onderdeel van? En: is het wel zo, dat bij films en beeldende kunst het niveau van interactie lager is? (ik denk eigenlijk van niet) Ten derde: Als je websites niet ziet als representatieve media, maar als gereedschap, heeft dat dan geen grote consequenties voor de rol van interactie?

Tuesday, September 13, 2011

Schetsen


Al een beetje aan het schetsen voor een nieuw schilderij. Het uiteindelijke werk moet ongeveer 2 bij 4 meter worden. Of het ooit wordt gerealiseerd is nog de vraag..