Sunday, July 18, 2010

Louisa


Nog een onaf schilderij, ook uit ongeveer 1995. Dit werk is in 1996 vernietigd, en nooit af gekomen. Het is een naaktportret van Louisa, aan de reflectie van de verf is te zien dat deze foto is gemaakt toen de verf nog nat was, als een soort halffabrikaat.

Kop van een Dodo


Ik vond een oude dia van een detail van een schilderij uit ongeveer 1994, nooit afgemaakt en allang vernietigd. Het is een dodo-kop.

Jammer dat het nooit is voltooid, en dat het niet meer bestaat. Ik was het schilderij al helemaal vergeten.

Ik weet ook niet meer waarom ik die dodo nou eigenlijk wilde schilderen.

Friday, July 16, 2010

Korten en Rekkelijken

Ik bladerde ter inspiratie een beetje door mijn oude schrijfsels. Deze citaten komen uit mijn denkboeken van 1990....:

"Steeds meer rijst bij mij het besef, dat het menselijk denken beperkt blijft tot conclusies over het menselijk denken.... wat een vrijheid!|

"De straf voor niet-leven is een ellendige dood"

"Groot, groter, grootst, alleen mijn eigen hoofd is groot genoeg voor mij"

"Waar is de eenheid? Waar is de macht? Die wachten op je, in je geest. Grijp ze en je zult het geluk kennen, laat ze liggen en je zult eenzaam sterven."

"Je in andere mensen verdiepen is eigenlijk een zeer mechanistisch en determinabel proces. Een mens kent een ander mens verschillende stadia van 'bekendheid' toe, en fluctuaties daarin worden promoties en degradaties in het sociaal contact, of toenadering en afwijzing in de volksmond. Een mens staat een ander mens in principe niet toe te 'promoveren'. Dat kan alleen als er iets speciaals gebeurt. Chemie, bij de liefde, of gelijkgeaarde hobby, of stemming, of levensvisie of juist het tegenovergestelde bij vriendschap."

"Ik heb honger. Niet alleen naar liefde maar ook naar genialiteit en grootsheid, ja, zelfs naar voedsel!"

"Ik weet nu wat ik moet schilderen! Een fiets. Of een dinosaurus. Of een tennisbal, heel groot, of een kom FuYong Hai. Of een naakte vrouw, met spiegeleieren als borsten. Of een hond. Of een pissebed. Of een fiets."

"Zielerust is belangrijker dan vruchtvlees.
Vruchtvlees is mooier dan zielerust.
Eenzaamheid is slechter dan onrust.
Onrust is slechter dan vruchtvlees.
Vruchtvlees is duur. Het kost zielerust en eenzaamheid, afhankelijkheid en draaierigheid.
Maar het brengt muziek.
En misschien het hoogst haalbare: goede kunst."

"Ware het niet, dat de nochthans naar het oosten gekeerde wind zich plotsklaps tegen het westen keerde. De ganse culturele constructie van zeilboten die op het oosten gerichte westenwind konden gebruiken ter voortstuwing, diende derhalve op een op het westen gerichte oostenwind te worden gebouwd. Ook de op het oosten gerichte bloemperken in de keizerlijke tuinen moesten worden omgeplant, zodat ze zich tegen het oosten konden keren, en teneinde de westelijke winden te kunnen weerstaan."

"De zich voortkruipende nacht, als een sluipende wolf, ongemerkt maar noodzakelijk, zonder versnelling of vertraging, dodelijk precies en levenloos mechanisch, als een perpetuum mobile, drijvend op haar eigen geweeklaag en gezucht, eindeloos doods op het einde wachtend, in stilte gewelddadig en belust op verschrikking, de stilte gelijk, wachtend op het onontkoombare: de zonsopgang.
Beleef een nacht eens zelf. Het is grappig."

Thursday, July 15, 2010

Meine Bilder Sind Kluger als Ich

Als je ervan uitgaat dat een schilderij mooier is dan datgene wat het afbeeldt, of mooier is dan elk willekeurig ander voorwerp, (dat is bijna altijd het geval, want er is altijd een voorwerp te noemen dat lelijker is dan het schilderij) dan kan die schoonheid niet in het schilderij zitten maar in de bedoeling om het schilderij mooi te maken.

Je kunt er van uitgaan dat schilderijen een bepaald concept communiceren. Je moet het schilderij ‘lezen’, ‘interpreteren’. Theoretici die deze gedachte aanhangen, steunen het idee dat taal niet alle mogelijke concepten kan communiceren en dat beeldende kunst een communicatieve leemte vult. In dat geval zijn kunstwerken verwijzingen naar een concept. (A.C.Danto)

Je kunt er ook van uitgaan dat kunstwerken gewoon ‘mooi’ moeten zijn. Schoonheid hoeft geen fysieke eigenschap te zijn. Zo kan een roman of een muziekstuk ook ‘mooi’ zijn, maar er is geen object aanwezig dat de eigenschap ‘mooi’ bezit. Je kunt je ook voorstellen dat een schilderij bij slecht licht niet mooi is. Bij genuanceerder analyse van het begrip ‘schoonheid’ zou een conclusie kunnen zijn dat de schoonheid plaatsvindt in de bezoeker, en dat het kunswerk een aanleiding is voor dit plaatsgrijpen. Daarmee is het kunstwerk een intentionele katalysator en geen bezitter van de eigenschap schoonheid. Kunst is dus niet object-gebonden, en niet alleen omdat ze dat formeel niet is (muziek heeft nu eenmaal geen object) maar ook intentioneel. (de essentiele eigenschap van kunst, zijnde schoonheid, zit niet in het object besloten maar in de vervaardiger en de gebruiker) (R.Wollheim)

Bovenstaande twee ideeen zijn wat mij betreft problematisch omdat het kunstwerk zelf als object geen rol speelt. Het is mogelijk situaties voor te stellen waarbij schoonheid optreedt of een concept niet-talig wordt gecommuniceerd zonder dat daar een kunstwerk aan te pas komt.

Mijn idee is het derde: een object van beeldende kunst is een object waarmee een gebruiker een vereenvoudigde vorm van intersubjectiviteit kan aangaan, dat wil zeggen, een kunstwerk bezit rudimentaire eigenschappen die we alleen van het subject kennen. Kunstwerken zijn dus altijd slimmer dan diegene die het kunstwerk heeft vervaardigd.

Gerhard Richter zegt: "Meine Bilder sind Kluger als Ich"

Heidegger en Sloterdijk Vertaald naar Onderwijs

In 1999 stond de Duitse filosoof Peter Sloterdijk voor een publiek in het kader van een symposium onder de naam “De Ethisch Theologische Ommekeer van de Filosofie na Heideggers Deconstructie van de Ontotheologie”. Nauwelijks een titel die een revolutie doet vermoeden, maar na beeindiging van zijn lezing mocht Sloterdijk zijn intrek nemen in de bescheten duiventil van geinstitutionaliseerde controversiele gevleugelde denkers. Hij bestond het om in zijn lezing genaamd “Regels voor het Mensenpark” het door het denkend deel van de betreders van het avondland als heilig beschouwde ontotheologische adagium van Heidegger, beter bekend als het ‘dasein’, te pareren met een bestiaal mensbeeld. De goegemeente kon slechts in verwarring en hysterie toehoren. De duitse filosoof met de nederlandse naam en het poolse uiterlijk had zich haat en bewondering van vele “untermenschen” op de hals gehaald.
Zowel de mensinvulling van Heidegger als die van Sloterdijk hebben betrekking op de wijze waarop mensen aan een, meestentijds geografisch begrensd, samenzijn kunnen worden geintroduceerd, teneinde zich in hun menselijkheid te sublimeren. Dat kan niet anders dan verwant zijn aan het openbaren van geschriften van humanistische aard, ‘brieven’ zoals Sloterdijk ze noemt, die verzonden zijn binnen de historie van die mentaal-geografisch begrensde eenheid. Deze eenheid wordt in wezen begrensd door het in de loop der eeuwen opgehoopte canon van geschriften. Intellectueel onderwijs openbaart en exegeert die geschriften aan jonge introducees.

Het opdringen van die opeenhoping van geschriften en de bijbehorende apollogetische bezweringen van docenten in de richting van jonge mensen teneinde fictieve mentaal-geografische begrenzingen, tegen hun aard in, staande te houden, is wat wij onderwijs noemen.

Of bovengenoemde omschrijving van onderwijs nu humanistisch (Heidegger) of Nietzscheiaans (Sloterdijk) te noemen is, liberaal is ze zeker niet. Onderwijs is een introductie aan menselijke onschuldigen die niet in staat zijn zichzelf te introduceren, en zeker geen verdervoeren van bij geboorte aan overdaden van zelfbeschikking lijdende subjecten, die ten allen tijden kunnen beredeneren waarom ze links gaan en niet rechts. Wij spreken van een volk van ganzen dat de moedergans altijd zal volgen, zelfs tot in de dood, uit lijfsbehoud en angst voor de onkenbare metafysica die zij bij het leven op de koop toe krijgen, en waardoor het bestaan ondraaglijk in zwaarte wordt. De beenderen van de laatste liberaal verbleken immers in de felle zon op de kale rotsen van Sint Helena, tenzij wij het bijtende atheisme van Anatole France als liberaal beschouwen.

Zag Heidegger de eigenschappen die een mens maakt tot wat hij is, in het verschil tussen de mens en het dier, Sloterdijk ziet een mens als een wezen dat gefaald heeft in zijn dier-zijn, dat zich in de loop der historie staande weet te houden door te balanceren tussen extreem geweld en het temmen van zijn bestiale eigenschappen. (in de Romeinse geschiedenis is dat het voeren van oorlog en het bijwonen van bloedige taferelen in plaatselijke arena’s) Heideggers’ humanistische ‘dasein’ is een sublimering van de mens boven het dier-zijn in zijn taalgebruik waardoor hij een groter beeld heeft van zijn omgeving en zuiver kan communiceren, als staande in de felle lichtbundel van zijn eigen menselijke taalvaardigheid. Sloterdijk ziet mensen terugtrekken in huizen, immobiel worden, (dasein) hij ziet ze futiele theorieen verzinnen vanachter de veiligheid van de muren van hun huis, pathetisch de wereld beschouwend. Die werkelijkheid buiten, aan de andere kant van het vensterglas, had de mens eens als zijn territorium beschouwd, toen hij nog geslaagd was als dier, maar dat is thans metafysica en mystica geworden. Het is de taal die ons dat heeft aangedaan, en dat is het einde van het humanisme, meent Sloterdijk, want “Wie gaat de mens temmen als het humanisme, de school van het temmen van de mens, daar niet langer in slaagt?”

Jacob van der Linden
(dit is een samenvatting van een eerder geschreven artikel)

Wednesday, July 14, 2010

Musje in huis!


Een mus was door het raam naar binnen gevlogen. Ze was een beetje in paniek, maar ik heb toch een foto genomen voordat ik haar weer buiten zette.

Monday, June 21, 2010

Stemrecht?

Men zegt wel eens, dat als je in een democratisch bestel geen gebruik maakt van je stemrecht, dat je dan ook je mond moet houden als er politieke besluiten worden genomen waar je het niet mee eens bent.

Ik denk het tegenovergestelde: als je stemt, geef je je stemrecht aan een vertegenwoordiger in het parlement. Die kan dan namens jou macht en invloed uitoefenen op te nemen politieke beslissingen. Die gekozen vertegenwoordiger spreekt dus namens de kiezer. Zelf heb je dan geen stem meer, dus kun je niets meer zeggen. Je hebt je stem weggegeven.

Ik stem niet, uit principe. Ik kan dus, indien nodig, een grote mond opzetten, omdat ik mijn stem heb behouden.

Sunday, April 25, 2010

De Voogelen des Heeren

Als je niet kunt schilderen omdat je geen atelier hebt, dan ga je maar fotograferen. Dit is een jonge merel in onze tuin. Hij zit doodstil om geen aandacht te trekken, maar houdt de boel wel goed in de gaten. De jonge snoodaard wordt door zijn vader gevoed, de moeder heb ik nog niet gezien.

Thursday, April 15, 2010

Immersie 5

Het onderscheid tussen immersie en verbeelding is mij niet helder. De definitie van immersie, zoals ik die eerder poneerde, luidt als volgt:
'immersie is de illusie dat een door een medium gerepresenteerde wereld de werkelijke wereld vervangt, van diegene die zich in immersieve staat bevindt. Daartoe geeft de immersief (de persoon die zich in immersieve staat bevindt) vrijwillig, en zonder belang anders dan de immersieve ervaring, vrijwillig tijdelijk zijn identiteit en omgeving op voor de door het medium gerepresenteerde.'
Verbeelding zou op dezelfde wijze kunnen worden gedefinieerd, behoudens de zinsnede ‘door een medium gerepresenteerde’. Dat betekent dat de aanwezigheid van een representatie het verschil is tussen immersie en verbeelding.

Toch zijn er meer verschillen, denk ik.

Als iemand zich bij het fietsen inbeeldt dat hij in een ruimteschip door het heelal reist, dan is dat verbeelding. Er is immers geen representatievenster. Maar hij zal niet werkelijk geloven dat hij een ruimtereis maakt, maar zich dat alleen inbeelden.

Als iemand naar een film kijkt (als medium van een gerepresenteerde werkelijkheid) dan ziet hij een ruimteschip die door het zwerk zoeft. Dat is immersie, althans wanneer hij aan de voorwaarden voldoet die in de definitie van immersie worden genoemd. Verschijnt er een ruimtemonster in de film, dan schrikt de immersief. Het geloof in een door een medium gerepresenteerde wereld is derhalve anders dan het geloof in een ingebeelde wereld.

Als iemand je een verbeelding voorschotelt dan kun je verrast raken door de gebeurtenissen die in die verbeelding plaatsvinden. Als je je de representatie zelf verbeeldt kun je nooit verrast zijn. Die eigenschap, en de manier waarop de vervaardigers van een gerepresenteerde wereld daar mee om gaan (schrijvers en filmers en zo) zou wel eens de rechtvaardiging van het begrip 'immersie' kunnen zijn.

Monday, April 12, 2010

Portret Hans Versteegh

Dit is een portret van Hans Versteegh, uit februari 1998, geschilderd in acrylverf op masoniet. De foto is niet zo heel erg goed, in werkelijkheid zijn de kleuren veel krachtiger. Destijds was mijn schilderlef en penseelvoering veel effectiever dan dat hij nu is. Ik kon met weinig verf veel suggereren. Daar is dit werk een getuige van.

Indonesisch Kopje

Omdat ik nu niet meer kan schilderen vanwege de afwezigheid van een atelier, laat ik maar wat spullen zien uit de oude doos. Dit is een indonesisch kopje, geschilderd in november 1997. Het is acrylverf op masoniet, bepaald niet mijn favoriete techniek, maar destijds wilde ik met nieuwe materialen en combinaties experimenteren. De afmetingen zijn ongeveer 50 x 120 cm.

Tuesday, March 16, 2010

Tentoonstelling Barbara Guldenaar


In de kunstkritiek is het gebruikelijk onderscheid te maken tussen twee (schijnbaar) tegengestelde invalshoeken, om het oeuvre van een te bespreken kunstenaar te vangen. Het meest bekende onderscheid ontsproot aan het brein van Friedrich Nietzsche. Hij onderscheidde het ‘Apollinische’ (de nadenkende kunstenaar) van het ‘Dionysische’, (de emotionele kunstenaar) mijns inziens een bijzonder veelzeggend en bruikbaar onderscheid om beeldende kunst te determineren.

Ikzelf waagde elders op deze blog ook een drieste poging, door onderscheid te maken tussen kunstwerken waarbij de toeschouwer een rol speelt in de gerepresenteerde wereld, alsof de representatie zich intersubjectief naar de beschouwer opstelt, en kunstwerken waarin de gerepresenteerde wereld zich schijnbaar onafhankelijk van de toeschouwer voordoet. Het werk van Neo Rauch schaarde ik onder het laatste, mijn eigen werk onder het eerste.

Kunstwerken, waarbij de gerepresenteerde wereld onafhankelijk van de toeschouwer bestaat, hebben een aantal specifieke eigenschappen. Zo voelt de beschouwer zich een beetje een ‘voyeur’, als hij onopgemerkt een wereld bestudeert met geheel eigen wetten, schijnbaar vanzelfsprekend, maar toch onbegrijpelijk voor de toeschouwer. De dingen gaan zoals ze gaan, met het grootst mogelijke gemak, op een wijze die voor de beschouwer vaak absurd is. De immersieve kwaliteit van dergelijke kunstwerken ligt naar mijn mening precies in dat feit besloten, namelijk in de gerepresenteerde vanzelfsprekendheid van absurditeiten. (het begrip ‘immersie’ is wat mij betreft nog omstreden, zie elders op dit blog)

Dit weekend was ik op een vernissage van een tentoonstelling van Barbara Guldenaar in Haarlem. Ik was zeer verrast door het werk, in die zin dat ik bovenstaand onderscheid in het bijzonder van toepassing dacht. De werken zijn in zekere zin absurd, maar die absurditeit wordt geneutraliseerd door de vanzelfsprekendheid die heerst in het gerepresenteerde. Daarnaast is het zo, dat de gerepresenteerd wezens totaal geen acht lijken te slaan op het feit dat er een toeschouwer is, die daarmee in een voyeuristische positie wordt gedwongen, en dat is een prettige en zoetgevooisde ervaring.

Nochthans kwamen de titels van de werken ‘verklarend’ op mij over, omdat ze schijnbaar extra informatie gaven over het gerepresenteerde, maar die informatie was net zo absurd als de representatie zelf, met als gevolg dat de titels de werken een ‘rebusachtige’ kant op dwongen. Het voyeuristische kijken naar wezens uit een onbekende wereld die de meest absurde vormen aannemen maar dat volkomen vanzelfsprekend vinden werd naar mijn mening wat vertroebeld doordat de titels mij dwongen om een verklaring te zoeken.. alsof er een vraag was die in de werken werd beantwoord….

Maar dat is mijn persoonlijke preoccupatie: waarom een tekstuele verklaring als die niet nodig is om de werken te begrijpen, en, anderzijds, zijn de werken wel sterk genoeg, als een tekstuele verklaring noodzakelijk is om het proces van receptie van de beschouwer te doen plaatsvinden? Waren die titels er niet, dan had ik de werken sterker gevonden, ik heb die titels dus ook gelaten voor wat ze waren bij het bekijken van de tentoonstelling, en heb van de werken genoten.

Ik kan de tentoonstelling van harte aanbevelen, hij loopt van 14 maart tot 18 april in Galerie 37 Spaarnestad.

Friday, March 12, 2010

Hans van Mierlo (1931 - 2010)

Jacob van der Linden, op 12 maart 2010, Tilburg
Was de tragiek van Hans van Mierlo niet, dat hij met hart en ziel, maar meestentijds tevergeefs, tegen politieke domheid streed, omdat hij als een van de weinigen inzag hoe gevaarlijk die domheid kon zijn?

Sunday, February 28, 2010

--Snif-- Atelier Weg..

Per heden ben ik uit mijn atelier.. ik moest er uit omdat het gebouw herontwikkeld gaat worden. Deze winter was de verwarming al ontkoppeld dus het was nogal kleumen, maar nu is het dan uiteindelijk zover gekomen: ik ben een atelierloos burger geworden.

Naarstig ben ik op zoek naar nieuwe werkruimte in Tilburg, ik beweeg hemel en aarde, maar tot op heden zonder concreet succes. Er moet wel snel iets komen, want de ideeën en schetsen stapelen zich op....

Monday, January 25, 2010

Rinus van de Velde


Interessante Belgische kunstenaar. Tekent met houtskool.

Het enige dat mij tegenstaat is het gebruik van teksten in zijn werken, met name het gebruik van de engelse taal, (ik heb altijd het gevoel dat mensen dat doen om misplaatste internationale pretenties te botvieren?) maar dat is mijn persoonlijke preoccupatie.

Op de een of andere manier doet zijn werk mij denken aan dat van de Amerikaan Mark Tansey... ik heb niet helemaal in de peiling waarom.

Hier de website van Rinus van de Velde: http://rvandevelde.web-log.nl/

Immersie 4

Zou immersie een eigenschap van een bepaald medium kunnen zijn, net zoals klank een eigenschap is van taal?

Saturday, January 23, 2010

Immersie 3

De gedachte dat immersie een eigenschap of een bewustzijnstoestand van een persoon is, en dat een kunstwerk alleen maar een stimulator is (een 'prop', zoals Kendall Walton dat noemt, zie post 'immersie 2') stelt mij voor problemen. Ik ben nog altijd de mening toegedaan dat de effectiviteit, zelfs de existentiele voorwaarde, van beeldende kunst zich bevindt in de intersubjectiviteit tussen kunstwerk en beschouwer, dus noch in het kunstwerk, noch in de persoon van de beschouwer. Dat is een mening die ik via verschillende media heb verdedigd, ook in eerdere posts op deze blog.

De consequentie van het volgen van Walton in zijn definitie van immersie is, dat ik OF moet toegeven dat ik het mis had, en dat de existentiele waarde van kunst, en datgene wat het onderscheid bepaalt tussen zomaar een plaatje en een kunstwerk, niet zit in intersubjectiviteit maar eigenschap is van de beschouwer, OF ik zal moeten beargumenteren dat immersie geen noodzakelijke eigenschap is van beeldende kunst. Ik zal dan moeten verdedigen dat immersie een middel is, geen doel, dat het immersieve element wel degelijk bij de gebruiker van het kunstwerk ligt, maar dat datgene wat kunst onderscheidt van fantasie of een plaatje, in de intersubjectieve processen plaatsvindt, en dus geen immersie is, maar iets anders.

Ik zal het laatste pogen. Daarmee wordt het begrip 'immersie' nog veel problematischer, omdat het in dat geval zelfs geen noodzakelijke voorwaarde is voor een object om als kunstwerk te worden geclassificeerd.

Monday, January 18, 2010

Immersie 2

(zie Immersie 1)
Sowieso vraag ik mij af, of immersie een eigenschap is van het medium of van de gebruiker van het medium. Als het juist is, dat immersie ook plaats kan vinden als je wegdroomt bij het fietsen, dus zonder dat een representatief medium wordt gebruikt, dan is immersie hetzelfde als 'verbeelding', of 'fantasie', en is een representatiemedium alleen maar een aanleiding of een stimulans om de verbeelding te gebruiken, of te sturen. Dit is volgens mij de gedachte die Kendall Walton aanhangt. Hij stelt dat de representatieve media slechts 'props' zijn bij de verbeelding van de gebruiker. In dat geval staat het gehele begrip 'immersie' op losse schroeven. Het is dan immers onzin om te spreken van de immersieve kwaliteiten van een film of een schilderij, omdat immersie slechts betrekking heeft op de gebruiker. Je kunt wel zeggen dat een representatief kunstwerk immersie stimuleert, maar dat is hetzelfde als stellen dat het de verbeelding stimuleert.

Kun je 'verbeelding' definieren als: 'vrijwillig je omgeving en identiteit tijdelijk verruilen voor een gefantaseerde omgeving en identiteit'?

Thursday, December 31, 2009

Klein schilderijtje


Klein schilderijtje (10 bij 14 cm) van een Marokkaans meisje, geschilderd ongeveer in 2001. Het was een probeerseltje tussendoor om een nieuwe ondergrond uit te proberen.

Tuesday, December 15, 2009

Gratis!!

Ik vernietig regelmatig schilderijen waar ik niet tevreden over ben, en krijg dan veel opmerkingen van mensen die het wel zouden willen hebben of kopen.

Daarom de volgende kerstaktie: onderstaand schilderij https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEiJ2-tBhloEXrr8KfBIIU17_qMwFD1ygEwvTiHbN22TonQnpHTCrA0OP_Ot3hqLMN1UFsjAVPdkKov2jqNXNN6HR2Cw7zy-THZJIgrBvz4BA_x_ZSzCFY92cNeLHs4z3ppk5iPaGQ/s1600-h/Groot+schilderij+verkleind.JPG beschouw ik als mislukt, en kan gratis worden opgehaald in mijn atelier door geinteresseerden. Let wel: het schilderij is bijna twee meter hoog, half gevernist, niet ingelijst en ongesigneerd.

Immersie 1

Het artikeltje Paradox van Immersie (http://blamkol.blogspot.com/2009/10/paradox-van-immersie.html) was polemisch bedoeld , en heeft ook veel reakties opgeleverd. Niettemin is de in dat artikel gepresenteerde paradox vrij eenvoudig te slechten. Het onderstaande is een grotere kluif.

De in het artikeltje geponeerde definitie van immersie luidt: 'het vrijwillig verwisselen van iemands identiteit en omgeving voor een door een medium opgewekte gefingeerde indentiteit en omgeving'

Die definitie kan worden verbeterd door de volgende: 'immersie is de illusie dat een door een medium gerepresenteerde wereld de werkelijke wereld vervangt, van diegene die zich in immersieve staat bevindt. Daartoe geeft de immersief (de persoon die zich in immersieve staat bevindt) vrijwillig, en zonder belang anders dan de immersieve ervaring, vrijwillig tijdelijk zijn identiteit en omgeving op voor de door het medium gerepresenteerde.'

Het is een werkdefinitie, maar voorlopig voldoet hij.

Problemen ontstaan wanneer we gaan nadenken wat het woordje ‘gerepresenteerd’ betekent in deze definitie. Wat is dat, representatie?
  • Een schilderij van een landschap is een representatie van dat landschap. Maar het landschap heeft er nooit zo uitgezien als op het schilderij.
  • En een film van een man die bij gevoelens van stress en ongemak verandert in een groene reus, genaamd ‘Hulk’, waarvan is dat een representatie? Klaarblijkelijk hoeft datgene dat wordt gerepresenteerd niet echt te bestaan.
  • En de Stopera in Amsterdam? Representeert niets, denk ik, maar wat als we de Stopera ‘Metafoor van een Buitenaards Wezen’ noemen? Representeert het gebouw dan een buitenaards wezen?
  • En kinderspeelgoed zoals plastic autootjes? Die representeren echte auto’s. Maar het zijn geen kunstwerken, dus kunstwerken zijn niet de enige objecten die representeren. Het is alleszins te verdedigen dat kinderen die met autootjes spelen in een staat van immersie zijn.... Is immersie dan een vorm van spelen?
  • En als je op de fiets zit en je fantaseert dat je in een ruimteschip door het heelal reist in plaats van door de stad fietst? Dan ondervind je immersie, maar er is geen echte, bedoelde representatie.
  • En als je gewoon maar fantaseert dat je op een palmeiland zit met een cocktail? Dan is er immersie zonder representerend medium. Klaarblijkelijk kan immersie ook plaatsvinden zonder representatie.

Daarnaast, als kunstwerken representeren en er ook niet-kunstwerken zijn die representeren, kun je representatie niet als onderscheidend kenmerk van kunstwerken gebruiken. Wat is dan wel het onderscheidend element van kunstwerken? Een specifiek soort representatie? Hoort daar ook een specifiek soort van immersie bij? Dat zou betekenen dat er meerdere soorten immersie zijn. Of hebben kunstwerken niets met immersie te maken?

Hoe zit precies het verschil tussen de representatie in een schilderij en datgene wat een schilder (eventueel) wil zeggen met zijn schilderij, de boodschap?

Ik ga hier nog meer over schrijven...

Monday, November 30, 2009

Het Socratisch Gesprek

Een Socratisch Gesprek (Socrates) is gebaseerd op de gedachte dat wanneer je een vraag niet kunt beantwoorden, dat moet liggen aan het feit dat de vraag verkeerd is geformuleerd. Het beantwoorden van een vraag staat gelijk aan het herformuleren ervan. Hebben twee mensen een meningsverschil of een dispuut, dan komt dat omdat ze allebei een anders geformuleerde vraagstelling hanteren. Daarom lopen de socratische gesprekken van Socrates altijd volgens een vast pad: Een persoon hanteert een stelling of heeft een vraag, Socrates vraagt nader, een persoon beantwoordt de vragen van Socrates, en komt daarmee uit zichzelf tot de beantwoording van zijn vraag, noodzakelijk gestuurd door de geslepen vragen van Socrates.

Het gaat mis, als blijkt dat iemand bij het beantwoorden van een vraag of bij het bediscussieren van een dispuut een persoonlijk belang heeft bij een bepaald antwoord of een bepaalde uitkomst. Die voelt zich genomen door de scherpe vraagstelling van Socrates en ziet zich gedwongen een conclusie te trekken of een beantwoording te onderstrepen die hij helemaal niet had gewenst.

Dat waren de Sofisten. Die dachten dat zijzelf de antwoorden hadden en wijs waren, en de gewone mensen niet. Socrates toonde feitelijk aan dat de vraag stellen hetzelfde is als het antwoord geven, en daarmee dat de Sofisten niet wijzer waren in hun beantwoording dan diegenen uit het volk die correcte vragen stellen.

Monday, November 23, 2009

Eerste Fase Restauratie

Op dit plaatje staat hetzelfde schilderij, maar nu is de draperie onder de armen opnieuw geschilderd, en de zwarten op het kopje en de slagschaduw op de muur zijn opnieuw aangezet. Die zwarten waren veel te dun geschilderd waardoor het geen schaduwen werden. Ik heb de draperie zodanig geschilderd dat het hout-achtige eigenschappen heeft maar toch ook stof is. Het schilderij is ongeveer anderhalve meter hoog.

Oud Werk ter Restauratie


Dit is een schilderij dat ik ongeveer dertien jaar geleden maakte, toen ik probeerde schilderkunst te zuiveren door de kleur weg te laten en in zwart-wit te schilderen. Het is geschilderd in een zeer slechte periode, toen ik aan alles twijfelde en er helemaal geen zin meer in had.
Het is behoorlijk slecht geschilderd. Maar omdat het idee wel goed is, een levensechte representatie van een houten beeld uit de proto-renaissance, heb ik besloten om het te restaureren.

Het schilderij is het rechterluik van een triptiek, maar waarschijnlijk ga ik alleen dit luik restaureren, en wordt het een op zichzelf staand werk.

Thursday, November 19, 2009

Over Oneindigheid 2

Zoals beneden geformuleerd is het niet mogelijk een verzameling als oneindig te classificeren, omdat je een verzameling kenmerkt door het beargumenteren van de verschillen tussen de leden van de verzameling en het beargumenteren van de overeenkomsten, om helder te krijgen dat ze tot dezelfde verzameling behoren. Wie dat probeert, komt uit bij het formuleren van een definitie van oneindigheid en niet bij het formuleren van overeenkomsten en verschillen tussen de leden van de verzameling.

Maar: stel dat het wel kon, dat je een mogelijkheid had gevonden om een verzameling als oneindig groot te classificeren door een definitie van oneindigheid op de verzameling te betrekken. Dan kom je een nog veel groter probleem tegen: hoe definieer je oneindigheid op adequate wijze ? Er zijn twee manieren om dat te doen, beiden zijn echter niet adequaat. De eerste is door synoniemen te bedenkem voor oneindigheid, bijvoorbeeld: een verzameling zonder einde, of: een eindeloze reeks getallen. Een variant daarop is een negatief synoniem: oneindige verzamelingen zijn die verzamelingen die niet eindig zijn. Een herformulering is geen correcte definitie. Je kunt, ten tweede, ook voorbeelden geven, een wiskundige formule o.i.d. Maar dan verleg je het probleem en maak je de argumentatie circulair. "Waarom is deze verzameling is oneindig? Omdat deze verzameling tot de verzameling oneindige verzamelingen behoort".

Je kunt onderhand tot de conclusie komen dat oneindigheid alleen bestaat omdat er systemen bestaan die zonder oneindigheid niet sluitend te krijgen zijn, zoals wiskunde. In de logica kent men noodzakelijk ware uitspraken, als: dit object bestaat in het universum. (aangenomen dat het universum allesomvattend is) Die uitspraak is, alhoewel logisch volkomen juist, nietszeggend over de plaats van het object, dat wil zeggen, doet geen uitspraak over de werkelijkheid, alleen over het logische systeem, en is in die zin in zichzelf gekeerd. Zo is het wellicht ook met het begrip 'oneindigheid'.

Tuesday, November 17, 2009

Over Oneindigheid

In de klassieke epistemologie (kennisleer) onderscheidt men drie mogelijke houdingen ten opzichte van een propositie: met kan ten eerste stellen dat het rationeel is om een propositie als juist te beschouwen, (verificatie, belief) men kan, ten tweede, stellen dat het rationeel is om een propositie als onjuist te beschouwen, (falsificatie, disbelief) en men kan, ten derde, stellen dat noch verificatie, noch falsificatie op rationele gronden toepasbaar zijn op de propositie. (agnosticisme, suspension of belief)

Op deze trias is men in de twintigste eeuw teruggekomen, men sprak nu van de Bayesiaanse epistemologie, waarbij het aantal mogelijkheden tussen verificatie en falsificatie gelijk is aan het aantal reeele getallen tussen nul en een. (overigens is de connotatie met de naam van ‘Bayes’ in dit verband wat verwarrend..)

Dat is heel leuk, maar het introduceert een nieuw probleem, namelijk dat van de dreigende oneindigheid van uitspraken m.b.t. verificatie of falsificatie. Het aantal reeele getallen tussen nul en een is in de wiskunde namelijk oneindig groot.

Ik vergelijk het begrip ‘oneindigheid’ in de wiskunde met proposities die noodzakelijk waar zijn uit de logica. De propositie ‘Vandaag gaan wij op bezoek bij oma of we gaan niet op bezoek bij oma’, is noodzakelijk waar. (dit zijn proposities van het type ‘x is als A of x is niet als A, of ‘x is gelijk aan x’, etc.) Ondanks het feit dat deze propositie noodzakelijk waar is, zegt hij niets over of wij morgen bij oma op bezoek gaan of niet. Dat wil zeggen: het kan zijn, dat als iets volgens de wetten van de logica noodzakelijk waar is, dat dat niet impliceert dat die waarheid betekenis heeft in de werkelijkheid. Kan dit ook zo zijn met het begrip oneindigheid? Als we de analogie met de logica mogen geloven, is oneindigheid te beschouwen als een wiskundige waarheid die geen geldige uitspraak kan opleveren, een in zichzelf gekeerde waarheid, een waarheid die zichzelf noodzakelijk verifieert, maar niets buiten zichzelf.

Een oneindige verzameling objecten of fenomenen kun je alleen definieren door een argumentatie op te stellen waarin je per object of fenomeen rationeel duidelijk maakt waarom het betreffende object of fenomeen zichzelf onderscheidt van andere objecten of fenomenen binnen de verzameling, maar toch binnen de verzameling valt. Je kunt een oneindige verzameling niet definieren door een definitie van het begrip oneindigheid als argument te gebruiken, omdat die definitie agnostisch is, en in zichzelf gekeerd.

Wat je kunt doen om dit te omzeilen en het begrip ‘oneindigheid’ te bewaren is: stellen dat het mogelijk is een meta-argumentatie te bedenken waarin alle leden van een schijnbaar oneindige verzameling middels een construct worden gedefinieerd, en de verschillen tussen die leden in een systeem worden beargumenteerd. Je zou kunnen beargumenteren dat een kleurencirkel een meta-construct is voor de aanwezigheid van een oneindig aantal kleuren.

Dat is een mogelijkheid, maar de vraag is of je dan niet een construct opstelt, dat het begrip ‘oneindigheid’ zelf definieert, een meta-construct waarvan de conclusie ten opzichte van oneindigheid zowel waar als onwaar is, en daarmee agnostisch.

Monday, November 16, 2009

Deze is ook voltooid..

Klik voor een vergroting.

Fase 5

Ik denk dat het nu klaar is.

Friday, October 30, 2009

Sphinx


Nog een paar dagen werk en dan is deze af.

Wednesday, October 21, 2009

Naakt


Hier ben ik deze week aan begonnen. Het is 80 bij 100 cm. Klik voor een vergroting.

Wednesday, October 14, 2009

Schilderij in een eerder stadium

Ik heb dit schilderij verder afgemaakt maar misschien ben ik wel te ver gegaan en is deze fase interessanter.

Monday, October 12, 2009

Fase 4


Weer een beetje verder afgemaakt.

Abstract

Nog lang niet af, maar het is een begin.

Wednesday, October 07, 2009

Florence


Een foto van de Dom te Florence, met de bedoeling om te gebruiken voor een schilderij. Klik voor een vergroting.

Mexico

Fotograferen is ook leuk, deze heb ik in Mexico gemaakt, in een dierentuin middien in Mexico-Stad.. klik voor een vergroting. (zoals altijd)

Tuesday, October 06, 2009

Paradox 2

Op mijn post << http://blamkol.blogspot.com/2009/10/paradox-van-immersie.html >> over een schijnbare paradox in de definitie van het begrip 'immersie', heb ik veel reakties mogen ontvangen, een flink aantal reakties snijden nogal wat hout. Ik zal ze binnenkort samenvatten in een nieuwe post en wat ideeen toevoegen om de paradox op te lossen. Nochthans zie ik op dit moment nog geen echte oplossing die het probleem geheel naar het verleden verwijst.

Thursday, October 01, 2009

Definitie van Conceptuele Kunst

Volgens de glossary van de Tate Gallery is dit de definitie van conceptuele kunst:

"Conceptual artists do not set out to make a painting or a sculpture and then fit their ideas to that existing form. Instead they think beyond the limits of those traditional media, and then work out their concept or idea in whatever materials and whatever form is appropriate. They were thus giving the concept priority over the traditional media. Hence Conceptual art. From this it follows that conceptual art can be almost anything, but from the late 1960s certain prominent trends appeared such as Performance (or Action) art, Land art, and the Italian movement Arte Povera (poor art). "

( www.tate.org.uk/collections/glossary/definition.jsp?entryId=73 )

Dat is een vreemde definitie, omdat het er van uitgaat dat er niet-conceptuele kunst bestaat waarbij een schilder een plaatje schildert en dan gaat kijken wat het betekent. Dat wil dus niet zeggen dat er geen concept is, maar dat het concept tijdens of na de voltooiing van het kunstwerk wordt ingevuld. Het verschil tussen conceptuele- en niet-conceptuele kunst is, althans volgens bovenstaande definitie, dat de mediumkeuze bij conceptuele kunst door het concept wordt bepaald en het concept bij niet-conceptuele kunst door het medium.
Het is een nog vreemdere definitie omdat ze suggereert dat aan 'Land-Art' en 'Arte Povera' concepten voorafgaan. Ik vermoed dat 'concepten' en 'methoden' door elkaar worden gehaald. Een concept is immers een soort communicatiedoelstelling, die al dan niet in tekst is te formuleren. Daarnaast impliceert "Land Art' een medium, hoe breed omschreven dan ook, dat kan dus geen conceptuele kunst zijn, aangezien volgens de definitie het medium wordt bepaald door het concept.

Verwarrende definitie, derhalve.

Paradox van Immersie

Ik constateer de volgende paradox:

Immersie is te definieren als 'het vrijwillig verwisselen van iemands identiteit en omgeving voor een door een medium opgewekte gefingeerde indentiteit en omgeving'. Je kunt bijvoorbeeld helemaal opgaan in een boek of in een film, in dat geval neem je de identiteit en de omgeving die gerepresenteerd wordt in het boek of de film voor waar aan.

De beslissing om een immersieve houding aan te nemen ten aanzien van een medium is altijd een rationele, een bewuste. Je neemt bewust de beslissing om een boek ter hand te nemen en dat te gaan lezen. Je kunt ook andere dingen gaan doen, maar daar zijn op dat moment argumenten tegen. (of die argumenten valide zijn is een andere zaak)

Maar verkeren in een staat van immersie, dus in een situatie dat je de werkelijke wereld en je eigen identiteit verruilt voor de verbeelde, is altijd irrationeel, en onbewust, omdat de ratio niet toestaat dat je werkelijke emoties toont als gevolg van bewijsbaar onwerkelijke situaties. Als je naar een film gaat en je schrikt van een monster of voelt mee met de lijdende hoofdpersoon, is dat irrationeel, omdat de bewijzen dat het monster niet echt bestaat omdat hij van papier mache is, en de hoofdpersoon niet lijdt maar als acteur dik betaald krijgt voor de rol, overweldigend zijn. Die overweldigende bewijsvoering kan alleen in een irrationele vooringenomenheid worden ontkend.

Maar dat betekent dat iemand de rationele beslissing neemt om niet rationeel te zijn, of om zijn rationaliteit uit te schakelen…. Dat kan niet. Het is vergelijkbaar met het volgende. Iemand zegt: “Mijn naam is Frits, kijk maar, hier is mijn geboortekaartje, en daarom heet ik NIET Frits.”

Dit dilemma is op twee manieren op te lossen:
1) ten eerste kan ontkend worden dat de beslissing om je te open te stellen voor immersie een rationele is. Die lijkt mij slecht houdbaar want dat betekent dat beargumenteerd moet worden dat de beslissingen om naar de bioscoop te gaan, een kaartje te kopen, een plaats in de bioscoopzaal te zoeken etc. irrationeel of onbewust zijn.. die mogelijkheid is er alleen als het bewustzijn volledig ontkend wordt en dan worden we gereduceerd tot zombies.
2) ten tweede kan ontkend worden dat een mentale situatie van immersie een irrationele is, maar daarmee staat het wezen en de definitie van immersie op losse schroeven. Het bewustzijn of de ratio kan het er namelijk niet mee eens zijn, dat je een emotie voelt naar aanleiding van een bewijsbaar gefingeerde situatie. Het bewustzijn, de ratio, weet dat je gefopt wordt, en zal daarmee geen emotie toestaan.

Hoe komen we hier uit?

Nog meer vernietigd



Dit zijn drie zelfportretten, in verschillende grootte. Ik heb ze rond 1993 geschilderd. Ze zijn alledrie vernietigd, maar ik vond nog een oude dia.

Vernietigd


Dit is een oud schilderij, uit ongeveer 2001, uit een serie van vier met als thema 'Golgotha'. Ik heb er destijds drie van de vier vernietigd, maar niet voor ik er een dia van had gemaakt. Bij het scannen van die oude dia's kwam ik deze weer tegen. De vierde uit de serie heb ik later vernietigd.

Monday, September 07, 2009

Foto's in het oude atelier




Twee foto's gemaakt door Olaf Veerman. (ongeveer 2002 of zo?) Ze zijn gemaakt in mijn oude atelier aan huis te Utrecht.

Tuesday, September 01, 2009

Wat zie je?

1) Wanneer je naar een kunstwerk kijkt kun je je afvragen wat je ziet. Zie je een schilderij van Mondriaan dan zie je ‘iets’. Je ziet lijnen en kleuren. Je kunt het mooi vinden of niet. Of je het mooi vindt of niet, hangt af van de lijnen en kleuren. Deze wijze van naar kunst kijken wordt ‘formalisme’ genoemd, en de lijnen en kleuren, die de kwaliteit van de kunst bepalen, en waar jij naar kijkt om te bepalen of je het mooi vindt, noemt men ‘Significant Form’. Mondriaan schilderde alleen maar lijnen en kleuren, omdat hij de ‘Significant Form’ erg belangrijk vond. Hij wilde niet dat er iets anders (een voorstelling) de receptie van de “Significant Form’ in zijn schilderijen zou belemmeren. Formalisten zijn, als ze naar een kunstwerk kijken, op zoek naar lijn en kleur. Formalisten houden erg van abstracte kunst.

2) Je kunt je ook afvragen wat je vindt van datgene wat je ziet. Kunstwerken kunnen soms morele uitspraken doen. Daar kun je mee in discussie. Probleem is dan, dat je die morele uitspraak moet kunnen ‘lezen’, en als je die hebt gelezen, dan is het kunstwerk overbodig. Kunstwerken die iets willen ‘zeggen’ worden gereduceerd tot rebussen. Je kunt je afvragen of je dat soort kunstwerken niet gewoon kunt vervangen door tekst.
Zo eenvoudig ligt het niet. Mensen die denken dat je kunstwerken die een statement maken kunt vervangen door tekst, overschatten de taal. Kun je in taal communiceren hoe erg de holocaust was? Of hoe vrolijk jij vanochtend was? Ik denk dat diegene die dit wil bewijzen een moeilijke tijd tegemoet gaat, maar ik denk ook dat het niet makkelijk is te bewijzen dat de beeldende kunst geschikter is voor het overbrengen van, met name morele, uitspraken dan de taal.

3) Het is ook mogelijk je af te vragen wat je voelt als je een kunstwerk beschouwt. Je ziet het kunstwerk dan als een soort katalysator van gevoelens. Een kunstwerk is pas compleet als jij er naar kijkt en empathisch openstaat. Je bent onderdeel van het kunstwerk. Kunstwerken die eenvormige emoties communiceren zijn vaak empatische metaforen. Als je een afbeelding maakt van een huilend kind, dan gaan beschouwers meevoelen met het kind en worden ze ook verdrietig. Nare implicatie is dan, dat goedkope emotioneel geladen romans en films, zoals 'Titanic', moeten worden beschouwd als zeer effectieve en dus kwalitatief goede kunst. Die stelling zou ik niet willen verdedigen.

4) Tenslotte kun je afvragen waarom de kunstenaar wil dat jij dit ziet. In tegenstelling tot de formalisten geloof je niet dat een combinatie van lijnen en kleuren op zichzelf de kwaliteit van en kunstwerk bepaalt, maar de redenen waarom de kunstenaar deze combinatie van lijnen en kleuren, of van voorgestelde voorwerpen, aan jou laat zien. De kunstenaar heeft een bedoeling. Het is niet het gebruik van een kleur maar de keuze van de kunstenaar voor die specifieke kleur waar je naar op zoek ben. Dit wordt intentionalisme genoemd. De kwaliteit van een kunstwerk zit besloten in de intentie van de kunstenaar om dat kunstwerk aan jou te laten zien. Maar dat betekent dat het heel moeilijk wordt om te bepalen wat een kunstwerk is en wat niet, omdat alles wat mensen maken, met een intentie wordt gemaakt. Je zou een speciaal soort intentie voor beeldende kunst moeten formuleren, maar dat is geen eenvoudige opgave, en een makkelijk recept voor hoofdpijn.

5) Sommigen zoeken in schilderwerk naar techniek. ‘Dat is mooi gedaan’, zeggen ze dan. Goede schildertechniek is echter geen garantie voor een goed kunstwerk en diegenen die deze gedachte volgen, begrijpen beeldende kunst niet.

Ik geloof in geen van bovenstaande gedachten.

Wednesday, August 26, 2009

Ter Vernietiging (3)


Een studie in olieverf op ongegrond linnen, naakt zelfportret. Dit is al oud, uit 1993 of zo. Ik heb het vernietigd.
Destijds trachtte ik mij het coloriet en het licht van Caravaggio eigen te maken, met de grofheid van Titiaan, daarom heb ik deze studie gemaakt. Sommigen vinden het in de detaillering een wat optimistische afbeelding (...)

Ter Vernietiging (2)


Ook deze heb ik vernietigd.

Ter vernietiging (1)


Dit werk komt uit 2000 of zo, vandaag heb ik het vernietigd om ruimte te maken voor nieuw werk en de spielatten te kunnen hergebruiken. Op het schilderij staat Pamela Anderson.

Monday, August 24, 2009

Gerhard Richter

“One has to believe in what one is doing, one has to commit oneself inwardly, in order to do painting. Once obsessed, one ultimately carries it to the point of believing that one might change human beings through painting. But if one lacks this passionate commitment, there is nothing left to do. Then it is best to leave it alone. For basically painting is idiocy.” (From Richter, 'Notes 1973', in The Daily Practice of Painting, p.78.)

Friday, August 21, 2009

Nieuwe Jurk

Schilderij van een jurk, gisteren en vandaag gemaakt. Met een beetje mazzel komt het volgende week af.

Saturday, August 08, 2009

Afrika

Thans bevind ik mij in donker Afrika, Tanzania wel te verstaan, alwaar ik de plaatselijke fauna heb gefotografeerd. Binnenkort zal ik op dit blog een aantal foto's plaatsen.

Friday, July 10, 2009

Tuesday, June 30, 2009

Over democratie 10-11

10) “Maar stemmen om een issue dan? Referenda? Stem je dan ook niet?” Nee, want ik kan pas een goed en doordacht oordeel vellen over een issue, als ik dat voldoende kan beargumenteren, en dat kan ik alleen als ik alle dossiers ken. Die ken ik niet (ondanks wet openbaar bestuur is de overheid slechts zelfden geneigd openbaarheid van bestuur te geven) en ik kan/wil ze ook niet kennen omdat mijn expertise er niet ligt. Daarnaast kan ik het publiek belang en mijn persoonlijk belang niet uit elkaar halen. (wat is immers mijn prikkel om het publiek belang boven mijn persoonlijk belang te stellen?)
11) “Maar als die democratie dan zo weinig deugt, hoe komt het dan dat onze samenleving zo stabiel en welvarend is ten opzichte van gebieden met andere staatsvormen?” Het feit, dat wij in een politiek stabiele en economisch welvarende staat leven, heeft volgens mij geen oorzaak in de democratie, maar in de scheiding tussen kerk en staat, en in de Trias Politica. Er zijn nog meer –niet politieke- redenen, zoals geografische situatie, handelspositie, humanistische invloeden, etc.