Friday, April 12, 2013
Thursday, April 11, 2013
Over kunst schrijven
Ik vraag mij af of het voor kunstenaars verstandig is om over hun eigen werk te spreken of te schrijven. Veel kunstenaars hebben ellenlange paragrafen met opgezwollen volzinnen nodig, om hun werk aan de goegemeente uit de doeken te doen. Andere kunstenaars oreren bij openingen voor een quasi-geinteresseerd publiek tot ze een ons wegen. Staan de werken dan wel centraal? Dreigt dan niet het gevaar, dat de werken slechts illustraties bij het geschrevene of gesprokene zijn? Zouden kunstwerken niet op zichzelf moeten kunnen staan?
Kun je de 'Guernica' van Picasso begrijpen of voldoende apprecieren als je de tragische gebeurtenissen in het Spaanse stadje Guernica, onderwerp van het schilderij, niet kent?
Kun je de 'Stammheim' serie van Gerhard Richter begrijpen als je niet weet wat de 'Rote Armee Fraktion' is? Moet je daarvoor Ulrike Meinhof en Andreas Baader kunen herkennen?
Ik heb er nogal een hekel aan om mij in te moeten lezen voordat ik kan begrijpen wat de thematiek van een kunstenaar is. Een koptelefoontje bij een tentoonstelling is mij helemaal vreemd. Wellicht doen daarom bepaalde werken mij minder dan andere. Daarenboven vraag ik mij af, of ik zelf iets over mijn eigen werk zou kunnen zeggen, dat enige relevantie bevat voor de appreciatie van het werk door derden. Ik heb het gevoel dat ik dan 'spoilers' van een film aan het uitleggen ben, of dat ik de interpretatiebandbreedte, zo eigen en speciaal voor beeldende kunst, ten onrechte verklein.
Een kunstenaar hoeft helemaal niets uit te leggen als het werk alleen maar mooi is. Maar dat is niet wat ik zou willen met mijn spul.
Kun je de 'Guernica' van Picasso begrijpen of voldoende apprecieren als je de tragische gebeurtenissen in het Spaanse stadje Guernica, onderwerp van het schilderij, niet kent?
Kun je de 'Stammheim' serie van Gerhard Richter begrijpen als je niet weet wat de 'Rote Armee Fraktion' is? Moet je daarvoor Ulrike Meinhof en Andreas Baader kunen herkennen?
Ik heb er nogal een hekel aan om mij in te moeten lezen voordat ik kan begrijpen wat de thematiek van een kunstenaar is. Een koptelefoontje bij een tentoonstelling is mij helemaal vreemd. Wellicht doen daarom bepaalde werken mij minder dan andere. Daarenboven vraag ik mij af, of ik zelf iets over mijn eigen werk zou kunnen zeggen, dat enige relevantie bevat voor de appreciatie van het werk door derden. Ik heb het gevoel dat ik dan 'spoilers' van een film aan het uitleggen ben, of dat ik de interpretatiebandbreedte, zo eigen en speciaal voor beeldende kunst, ten onrechte verklein.
Een kunstenaar hoeft helemaal niets uit te leggen als het werk alleen maar mooi is. Maar dat is niet wat ik zou willen met mijn spul.
Friday, April 05, 2013
Comment for Fred Ross and Juliette Aristides at Artrenewal.org
To show that you are good at painting is not the same as to show that you are a good painter.
Tonen dat je goed kunt schilderen is niet hetzelfde als tonen dat je een goede schilder bent.
Tonen dat je goed kunt schilderen is niet hetzelfde als tonen dat je een goede schilder bent.
Tuesday, April 02, 2013
Summary or preface to "Immersion in virtual Representation"
What is immersion?
You could state that making a movie, writing a book or painting a picture (in short: making a representation) solely has the purpose to create immersion. This implies that when using a representing medium you should be well-aware of what immersion is and how it can be stimulated with the user of the medium.
Say, you decide
to go to the cinema one night. You get on your bike, and cycle through the cold
to the cinema in town. You buy a ticket from a moody teenager at the counter,
you go into the cinema hall and get bombarded with popcorn by annoying
children. The lights dim and on the screen you see in 2D different actors
talking to one another. You forget the popcorn, the cinema hall and get
completely carried away into the movie, you sympathise with the little girl
walking up the stairs of the ghost mansion. You know that at the top of the
stairs is a creepy man. You believe that it is real, because you are getting
excited and a bit scared for the little girl’s life. But you don’t run forward
to warn her.
Is this a
temporary psychosis? You know it is not real, you are staring at the screen,
the person next to you is snoring, you know the actors, you bought the ticket,
but despite all those obvious clues you still believe for a moment that it is
real, or at least, you feel involved and sympathise with the characters in the
movie. This getting carried away, this compassion and sympathy, is what media
theorists call ‘immersion in representation’. Although the representation is
obviously not the same as reality, we feel, up to a certain point, that the represented
actions are ‘real’.
Immersion is a
concept which is hard to define. But it is an important concept. You could say
that without immersion, representations could not exist. If you don’t get
carried away by the movie, you will think: what am I doing here, I still need
to do groceries, how much would these actors get paid, and what does this has
to do with me? So without the immersion, representing media will not work. That
is the reason why it may be worthwhile to
attempt to define the concept of immersion. Horror movies like the 'Hellraiser' series, are especially interesting for students of immersion, because the purpose of these films are to scare te viewer, which is a rather basic emotion.
Immersion is
usually defined as: “The voluntarily
exchanging of someone’s identity and environment for a by a representing media
constructed identity and environment.”
This is a
standard definition. You can find this definition in literature on the topic. When
thinking critically this definition is not sustainable, however it is a
definition we can work with. For example: you can get completely carried away and
involved in a book or a movie, and in that case you take on the identities and
the environment that are represented in that book or movie and for a moment you
forget your own identity.
The decision to
take on an immersive attitude towards representing media is always a rational,
conscious one. You make a conscious decision to pick-up and start reading a
book. At that specific moment you can
choose to do other things, but apparently you choose not to. Being in a state
of immersion, thus being in a situation in which you exchange your identity and
surroundings for one that is represented, is always irrational and
subconscious. Your intelligence will not allow you to show your real emotions
to obvious non-real situations. If you go see a movie, and a monster startles
you or if you sympathise with the suffering main character, that is irrational
because the evidence that the monster is not real and that the main character
is just a well-paid actor is overwhelming. This overwhelming evidence can only
be denied by irrational prepossessions.
You could state that making a movie, writing a book or painting a picture (in short: making a representation) solely has the purpose to create immersion. This implies that when using a representing medium you should be well-aware of what immersion is and how it can be stimulated with the user of the medium.
With regard to
the above, many questions can be raised:
-
What is the
difference between immersion due to a representation, and immersion without
representation? (For example fantasy, day-dreaming etc.)
-
Can you also speak
of immersion when the representation is complete and believed to be real by the
immersive, not a representation?
-
How can it be,
that if immersion is irrational, you are not going to act on it and help the character
in the movie? Evidently, the believe in a representation has some limits.
-
Is it the case,
that when a representation is more vivid, like in 3D movies as compared to
books, that the immersion is stronger?
-
What if the
representation includes things that are never present in reality (e.g. the Hulk
or aliens), what does that part of the representation refer to? Apparently, not
everything in the representation has to refer to something, or it can refer to
more abstract concepts. How is it that immersion does occur in these cases?
Translated by Jelle Wien
Translated by Jelle Wien
Sunday, March 31, 2013
Oud schilderij, vernietigd
Heel oud schilderij, al lang geleden vernietigd. Het is een fantasievis, meen ik mij te moeten herinneren.
Diego Rivera
Plafondschildering door Diego Rivera in een gerechtsgebouw in Guadalajara, Mexico. Zelden zijn er gerechtelijke vonnissen uitgesproken onder een dergelijk gigantisch kunstwerk. Ik zou het toch wel heel erg geinig vinden om ook eens een dergelijk project te mogen aanpakken.
Wednesday, March 27, 2013
Immersie 32: een samenvatting
Wat is dat, immersie?
Stel, je besluit op een avond naar
de bioscoop te gaan. Je stapt op je fiets, fietst door de kou naar de bioscoop
in de stad, koopt een kaartje van een humeurige puber in een loketje, je gaat
de zaal binnen en wordt bekogeld met popcorn door verveelde kinderen. De zaal wordt
donker, een wit scherm verschijnt en daarop zie je in 2d allerlei koppen van
acteurs, die met elkaar spreken. Je vergeet de popcorn, de bioscoop, en je leeft
helemaal mee met het kleine meisje dat de enge, donkere trappen van het
spookachtige huis oploopt. Je weet dat boven een enge vent staat, en je wordt
bang en leeft mee, maar je rent niet naar voren om het meisje te waarschuwen.
Is dit een tijdelijke psychose? Je weet dat het nep is, je staart naar een
scherm, iemand naast je zit te snurken, je kent de acteurs, je hebt een kaartje
gekocht, maar ondanks die overduidelijke aanwijzingen geloof je toch een klein
beetje dat het echt is, althans, je voelt heel erg mee met de personages in de
film. Dat meeleven, de onderdompeling in de representatie, ondanks dat de
representatie overduidelijk niet echt is, dat noemen we immersie.
Immersie is een moeilijk begrip om te definiëren. Maar het is wel belangrijk.
Je zou kunnen zeggen dat zonder immersie representaties niet kunnen bestaan. Als
je geen immersie voelt bij een film, zul hje steeds denken: wat doe ik hier
eigenlijk, ik moet nog boodschappen doen, hoeveel krijgen die acteurs eigenlijk
betaald, wat heeft dit alles met mij te maken? Dus zonder immersie werken
representatieve media eigenlijk niet.
Immersie is te definiëren als:
Het vrijwillig verwisselen van
iemands identiteit en omgeving voor een
door een representatief medium opgewekte gefingeerde identiteit en omgeving.
Dat is een standaard definitie. Je kunt die in veel literatuur over het
onderwerp vinden. Hij is niet houdbaar, als je doordenkt, maar als
werkdefinitie volstaat hij wel.
Je kunt bijvoorbeeld helemaal opgaan in een boek of in een film, in dat
geval neem je de identiteiten en omgevingen die in het boek of de film worden
gerepresenteerd voor waar aan, en vergeet je even wie je zelf bent.
De beslissing om een immersieve houding aan te nemen ten aanzien van een
representatief medium is altijd een rationele, een bewuste. Je neemt bewust de
beslissing om een boek ter hand te nemen en dat te gaan lezen. Je kunt ook
andere dingen gaan doen, maar daar zijn op dat moment argumenten tegen.
Maar verkeren in een staat van immersie, dus in een situatie waarin je de werkelijke
wereld en je eigen identiteit inruimt voor een gerepresenteerde, is altijd
irrationeel, en onbewust, omdat de ratio niet toestaat dat je werkelijke
emoties toont als gevolg van bewijsbaar niet-werkelijke situaties. Als je naar
een film gaat, en je schrikt van een monster of voelt mee met de lijdende
hoofdpersoon, is dat irrationeel, omdat de bewijzen dat het monster niet bestaat
omdat hij van papier mache is, en de hoofdpersoon niet echt lijdt maar als
acteur dik betaald krijgt voor zijn rol, overweldigend zijn. Die overweldigende
bewijsvoering kan alleen in een irrationele vooringenomenheid worden ontkend.
Je zou kunnen zeggen dat het maken van een film of het schrijven van een
boek of het schilderen van een schilderij (kortom: het maken van een
representatie) uitsluitend als doel heeft om immersie op te wekken. Dat
betekent dat als je een representatief medium hanteert, je heel goed moet weten
wat immersie is en hoe je het kunt opwekken bij een gebruiker van je medium.
Je kunt, naar aanleiding van bovenstaand, nog veel vragen stellen:
·
Wat is het verschil tussen immersie naar aanleiding van
een representatie, en immersie zonder representatie, dus zogenaamde fantasie,
dagdromen, en wat dies meer zij?
·
Is er ook sprake van immersie als de representatie
volledig is, dus als je werkelijk gelooft dat de representatie echt is?
·
Hoe komt het dat, als immersie niet rationeel is, dat je
een personage in een film toch niet echt gaat helpen? Klaarblijkelijk is het
geloof in de representatie maar tot een bepaalde hoogte.
·
Is het werkelijk zo, dat wanneer een representatie meer
op het gerepresenteerde lijkt, zoals een 3d-film, of het Holodeck op de
Starship Enterprise, de immersie hoger is dan bij representaties die helemaal
niet op het gerepresenteerde lijken, zoals boeken?
·
Stel dat in de representaties zaken aanwezig zijn die
niet in de werkelijkheid voorkomen, of die niemand ooit heeft gezien, zoals ‘De
Hulk’, of een buitenaards wezen, waar verwijst dat deel van de representatie
dan naar? Kennelijk hoeft niet alles in een representatie ergens naar te
verwijzen, of kan ook verwezen worden naar abstracte concepten. Hoe komt het
dan dat er toch immersie plaatsvindt, als het goed is?
Saturday, March 23, 2013
Zomerexpo 2013
Daar staat 'ie dan, droevig te kijken omdat hij niet mee mag naar het Gemeentemuseum te Den Haag en weer terug moet in de kast..
Monday, March 18, 2013
New painting
Eerste gedeelte van een schilderij waar ik vorige week aan ben begonnen. Het is een aardige lap, 1.90 bij 2.60. Voorlopig nog niet af.
Sunday, March 10, 2013
Meer vandalisme
13e eeuws fresco bekrast met 20e eeuwse Griekse en Turkse teksten. Het gzicht, in het bijzonder de ogen, zijn doorgekrast.
Kunstvandalisme
Twaalfde of dertiende eeuws fresco in een Basilica aan de kust van Noord Cyprus. Het gezicht is bekrast, waarschijnlijk door de Turken na de bezetting.
Saturday, March 09, 2013
Filosofie bij kaarslicht 1
Goed beschouwd zijn er drie levensbeschouwingen:
Een levensbeschouwing waarbij je de wereld ziet zoals die is, maar ook een beeld hebt hoe die eigenlijk zou moeten zijn. Je spant je tijdens je leven in om de wereld zoals die is te veranderen in een wereld zoals die volgens jouw beeld zou moeten zijn. Dat lukt nooit, niet alleen omdat je nooit genoeg verandering teweeg kunt brengen, maar ook omdat er mensen zijn die een ander beeld hebben van de ideale wereld. Desalniettemin vind je veel voldoening in in je pogingen je doelen te bereiken.
Dit zou je een idealistische levensstijl kunnen noemen.
Een levensbeschouwing waarbij je de wereld ziet zoals die is, en je geen reden hebt om die te veranderen, niet omdat de wereld niet beter zou kunnen, maar omdat je vindt dat het veranderen van de wereld nutteloos en futiel is, en de dingen buiten jouw invloedssfeer plaatsvinden. Je zet je tijdens je leven in om de boel te laten zijn zoals die is. Je leven wordt relevant doordat je een grote tevredenheid voelt, en je hebt niet veel nodig.
Dit zou je een stoïcijnse of Taoïstische levensstijl kunnen noemen.
Een levensbeschouwing waarbij niet de wereld centraal staat, maar jijzelf. Je probeert dus het beste uit jezelf te halen, je zoekt de vrijheid om zoveel mogelijk van de wereld te begrijpen. Daar ben je je hele leven mee bezig, aangezien je jezelf nooit zult kunnen perfectioneren. Je zoekt andere mensen en probeert hen te verstaan, je reist en onderzoekt. Je bouwt je persoonlijkheid op aan de hand van indrukken en verhalen.
Dit zou je een existentialistische of humanistische levensstijl kunnen noemen.
Een levensbeschouwing waarbij je de wereld ziet zoals die is, maar ook een beeld hebt hoe die eigenlijk zou moeten zijn. Je spant je tijdens je leven in om de wereld zoals die is te veranderen in een wereld zoals die volgens jouw beeld zou moeten zijn. Dat lukt nooit, niet alleen omdat je nooit genoeg verandering teweeg kunt brengen, maar ook omdat er mensen zijn die een ander beeld hebben van de ideale wereld. Desalniettemin vind je veel voldoening in in je pogingen je doelen te bereiken.
Dit zou je een idealistische levensstijl kunnen noemen.
Een levensbeschouwing waarbij je de wereld ziet zoals die is, en je geen reden hebt om die te veranderen, niet omdat de wereld niet beter zou kunnen, maar omdat je vindt dat het veranderen van de wereld nutteloos en futiel is, en de dingen buiten jouw invloedssfeer plaatsvinden. Je zet je tijdens je leven in om de boel te laten zijn zoals die is. Je leven wordt relevant doordat je een grote tevredenheid voelt, en je hebt niet veel nodig.
Dit zou je een stoïcijnse of Taoïstische levensstijl kunnen noemen.
Een levensbeschouwing waarbij niet de wereld centraal staat, maar jijzelf. Je probeert dus het beste uit jezelf te halen, je zoekt de vrijheid om zoveel mogelijk van de wereld te begrijpen. Daar ben je je hele leven mee bezig, aangezien je jezelf nooit zult kunnen perfectioneren. Je zoekt andere mensen en probeert hen te verstaan, je reist en onderzoekt. Je bouwt je persoonlijkheid op aan de hand van indrukken en verhalen.
Dit zou je een existentialistische of humanistische levensstijl kunnen noemen.
Tuesday, March 05, 2013
Mijmering
Men verwijt mij vaak dat mijn huidige schilderwerk te veel op techniek en ambacht leunt en te weinig op conceptualiteit. Dit verwijt wordt voornamelijk uitgesproken door collega-kunstenaars die ambachtsloze concepten produceren. Mijn antwoord is het volgende: je kunt heel goed kiezen voor een ambachtelijk gebrekkig of technisch rammelend produkt, als het concept daarmee gebaat is. Maar die keuze is alleen dan gerechtvaardigd als je wel de ambachtelijkheid hebt, en bewust kiest die niet te gebruiken. Als je die keuze niet kunt make omdat je ambachtelijk niets in huis hebt, dan is het argument niet valide. Picasso heeft schilderijen gemaakt waarbij het technische aspect ver te zoeken is. Maar hij kon wel schilderen, zie zijn vroege schilderijen, of zijn academiewerk. Zijn keuze om het technische aspect minder belangrijk te maken, is daarmee een bewuste en een rechtvaardige geweest.
Overigens heb ik, met name in het verleden, ook veel werk gemaakt waarbij het technische aspect geen rol speelde, maar veeleer nadruk werd gelegd op het methodische of het tachistische. Dat was destijds een bewuste keuze.
Overigens heb ik, met name in het verleden, ook veel werk gemaakt waarbij het technische aspect geen rol speelde, maar veeleer nadruk werd gelegd op het methodische of het tachistische. Dat was destijds een bewuste keuze.
Monday, March 04, 2013
Wild-orchid hunting
Thursday, February 21, 2013
Half afgemaakt schilderij
Half afgemaakte poging om een maniëristisch naakt te combineren met de kunstvisie van Yves Klein.. ongeveer uit 1996. Is ook vernietigd.
Drie zelfportretten
Drie zelfportretten, in verschillende posen en hoedanigheden in een soort extreme Caravaggio-stijl.. in die tijd raakte ik erg beinvloed door Romeinse muurschilderingen, ik probeerde door te wassen en schuren een soort muur-effect te bereiken, om de schilderijen wat grafischer te maken. Dat is te zien op het grootste portret, het "Zelfportret als Joodse Wijsgeer".. Ik heb ze rond 1995 geschilderd. Alleen de kleinste heb ik nog, de andere twee zijn vernietigd. Maar voordat ik ze vernietigde heb ik er nog een dia van gemaakt.
Kruisiging
Dit is een schilderij dat ik ongeveer 20 jaar geleden maakte.. het is een zelfportret als gekruisigde. Ik heb het lang geleden vernietigd, maar heb er nog wel een dia van. Het schilderij komt uit een periode dat ik het coloriet van Rudolf Hausner met de dramatische lichtbehandeling van Caravaggio en de Utrechtse Carravaggisten wilde combineren.
Friday, February 15, 2013
Groot formaat
De Arma-methode: tegen weinig geld een groot spielatframe maken dat sterker is dan datgene wat je in de winkel koopt. Ziehier het resultaat. 1.90 bij 2.60 (geloof ik) en dat wordt dus weer minstens een half jaar schilderen.
Mestkever
Wat je kunt doen met olieverf van de Aldi, een doekje van 30 bij 30 van anderhalve euro en een half uurtje tijd? Een mestkever schilderen, natuurlijk!
Saturday, February 09, 2013
Annunciatie
Schilderij is eindelijk af. Ik zat helemaal vast, maar deze week vond ik de oplossing: mestkevers. Er zijn er nu zes op de bodem hun dung aan het wegrollen. Daarnaast heb ik gisteren en vandaag nog wat details verbeterd zoals de schedel, de reiger en wat dingen op de draperie en zo.
Dat was bijna twee jaar schilderen.
Dat was bijna twee jaar schilderen.
Saturday, February 02, 2013
Atelier-uitje naar Keulen
Een van de aangename bijverschijnselen van een atelier waarin meerdere kunstenaars werken is de gelegenheid om gezamenlijk tentoonstellingen te bezoeken. Deze foto is gemaakt na het bezoek aan de tentoonstelling met recent werk (helaas geen werk uit de jaren '60 en '70) van David Hockney in het Ludwig in Keulen. We zitten hier in het plaatselijke steak-restaurant en bestellen er nog een koffie met gebak bij.
Ludwig Museum in Keulen
Nadat je de zalen bent doorgelopen waarin de tentoonstelling van David Hockney te zien is, bereik je de prachtige trappengalerij van het Ludwig Museum te Keulen. Normaliter hangt daar de '48 portretten' of de 'Ema' van Gerhard Richter, met wat werk van Sigmar Polke en vaak ook A.R.Penck, dat zijn toch hoogtepunten uit de collectie van het Ludwig, en de beste Europese werken uit de twintigste eeuw. Maar nu hangt dit afzichtelijke ding er. Wat een wansmaak. Ik heb schaamhaar gezien dat interessanter texturen vertoonde, uitgeknepen steenpuisten met een hogere esthetische kwaliteit, aardappelschillen met frappanter kleurschakeringen, en bordeelromannetjes met meer zeggingskracht..
Navraag leert dat de minkukel die dit gedrocht meende te moeten realiseren zich beweegt onder de naam Andreas Schulze. Ik mocht ook vernemen dat Schulze, want verantwoordelijk voor het bestaan van deze onwelriekende drol, zich nu schuilhoudt, onder druk van schaamte en massaal hoongelach en beschimpingen.
Kunnen de Richters en Polke's weer snel terug?
Navraag leert dat de minkukel die dit gedrocht meende te moeten realiseren zich beweegt onder de naam Andreas Schulze. Ik mocht ook vernemen dat Schulze, want verantwoordelijk voor het bestaan van deze onwelriekende drol, zich nu schuilhoudt, onder druk van schaamte en massaal hoongelach en beschimpingen.
Kunnen de Richters en Polke's weer snel terug?
Wednesday, January 30, 2013
Tekst bij 'Zelfportret' van Ine van der Horn
De kunst..
schoonheid…, men zegt dat er niet over te twisten valt. Mensen zien kunst doorgaans
als symbolen, rebussen bij een concept, voorstellingen die door iemand zijn
gecomponeerd en alleen maar bestaan zodat mensen er naar kunnen kijken en zich
kunnen afvragen wat de kunstenaar er nou eigenlijk mee bedoelde. En als je die
bedoeling dan, als kunstliefhebber, doorhebt, dan is het kunstwerk zelf een
lege huls geworden, niets meer dan een vertelde mop, en kun je het alleen nog
maar waarderen om het ambachtelijke. En als je er niet achter komt dan is het
kunstwerk een onoplosbare puzzel, slecht vervaardigd, twijfel je aan het recht
van bestaan, dan haal je je schouders op en wend je je naar het volgende werk.
Maar bezie het
beeld van Ine van der Horn nu eens op een andere manier, namelijk als een
bevroren moment, een foto van Cartier Bresson, een representatie van het
belangrijkste en interessantste moment uit een levensloop, een minuscuul fragmentje
tijd uit een eeuwigheid. Het kost U misschien wat inlevingsvermogen, wellicht
bent U niet gewend om zo naar kunst te kijken.
En stel je
daarbij voor dat de kwaliteit van het werk niet zit in het afbeelden zelf, niet
in het gebruikte materiaal, maar in het kiezen van dat specifieke, speciale moment.
Dat Ine dit moment bewust gekozen heeft als het meest spannende ogenblik van
een verder onbekende beweging of een gesuggereerd leven. Ik kan U zeggen dat
dat het nodige talent van de kunstenaar vergt.
Zie je Ine
zitten, in haar atelier, ze beeldt zich een leven van een mens voor, een
situatie, een beweging, en zoekt naar het meest intense moment. Hop, daar is
het, een ogenblikje maar. Dat moet ze afbeelden, dat is de spanning. Snel het
leer gepakt, voordat het moment uit haar gedachten is gevlogen.
Wat zie je dan?
(bovenstaande tekst schreef ik voor een website n.a.v. een tentoonstelling van Ine van der Horn)
Sunday, January 27, 2013
Aquarel
Vandaag aquarel gemaakt, maar omdat ik helemaal niet kan aquarelleren en dat graag wil verbergen heb ik met een stift wat tekening toegevoegd, in een soort strip-stijl.
Thursday, January 17, 2013
Mijmering...
Als er dan een ding is, dat het maatschappelijk relevante bestaan mij heeft geleerd, dan is het wel de noodzaak van een goede balans tussen het spelen van de volgzame dwaas en het uithangen van de gehate criticus.
Wednesday, January 16, 2013
Weer een vogeltje..
Vandaag weer een vogeltje geschilderd, op 30 bij 30 centimeter, ditmaal een Indian Roller, in het Nederlands is dat een Scharrelaar. Die heb ik in India veel gezien.... Eigenlijk is zijn neef, de Lilac Breasted Roller, veel mooier, die heb ik in Tanzania gezien. Maar die schilder ik ook nog wel een keer.
Het is wonderbaarlijk hoe gemakkelijk het schilderen dit soort schilderijtjes mij af gaan. Doorgaans is het schilderen voor mij een moeizame en frustrerende aangelegenheid, maar deze kleine vogeltjes kosten mij nauwelijks moeite.
Het is wonderbaarlijk hoe gemakkelijk het schilderen dit soort schilderijtjes mij af gaan. Doorgaans is het schilderen voor mij een moeizame en frustrerende aangelegenheid, maar deze kleine vogeltjes kosten mij nauwelijks moeite.
Monday, January 14, 2013
Tragische Fabels 2
Van de onfortuinlijke
specht
In een groot, donker bos leefde eens een specht. Die specht vond het
eigenlijk maar helemaal niks in dat bos. Er waren grote roofvogels die boven de
toppen van de bomen zweefden op zoek naar een lekker hapje, dus als je niet
uitkeek was je de sigaar. De specht moest zich dus altijd verschuilen onder de
bladeren, anders merkten de roofvogels hem op. Maar daar, onder de bladeren, was het ook
niet pluis, want er hadden zich enorme uilen verschanst, die de specht niet goed kon zien, omdat ze doodstil bleven zitten, en er jaagden daarnaast marters die wel een lekker spechtje lusten. Op de bodem
van het bos waren de rapen helemaal gaar, want daar struinden de vossen rond, en bovendien de
kat van de boer even verderop. Die kat had genoeg te eten, maar hij wilde spechten
doden uitsluitend voor de sport.
De specht was dus nergens veilig, en vloog angstig in
het rond. Soms schrok hij van een boomstronk omdat hij dacht dat het een uil
was, van een vallend blaadje omdat hij dacht dat het een roofvogel was, of van
een windvlaag door de varens, omdat hij dacht dat het een vos of een kat was. En
als die er niet waren, dan werd het wel onaangenaam omdat het regende, of zorgde
Koning Winter voor ijzige vrieskoude, ijspegels aan de takken, en een dikke
sneeuwlaag.
De arme specht werd steeds angstiger en betwijfelde op een bepaald moment
zelfs het nut van zijn bestaan. Als hij alleen maar angstig zou zijn, omdat het
gevaar en ongerief telkens van alle kanten op hem af kwam, was het dan nog wel
waard om te leven?
Op een dag had de specht een goed idee. Hij pikte met zijn krachtige snavel in de stam
van een hoge boom, net onder de kruin. En hoe langer hij pikte, hoe meer de
machtige stam week. Eerst verscheen een klein gaatje, maar na uren zwoegen
was een gat in de stam ontstaan waar de specht al half in kon. Het kostte
twee dagen werk, maar toen had de specht zijn uiteindelijke doel bereikt: een
hol in de stam, zo groot, dat hij er in kon wonen, slapen en rustig zitten,
zonder dat enig gevaar dreigde. De roofvogels konden hem niet meer zien, en als
ze hem zagen aanvliegen was de ingang zo
klein dat ze nooit naar binnen konden. De uilen hadden ook geen schijn van
kans, en de vossen en katten konden zo hoog niet komen. Zelfs Koning Winter was
machteloos, want in de stam was het lekker warm en aangenaam.
Zo kreeg de specht weer zin in het leven. Hij maakte zijn holletje zo, dat
hij er zeer aangenaam kon verpozen en raakte zijn angst helemaal kwijt. Hij
hoefde slechts naar buiten om wat voedsel te halen, de rest van de dag bleef hij
gewoon lekker binnen zitten. Het vertrouwen in zijn nieuwe omgeving groeide zo,
dat hij zich volledig onkwetsbaar voelde in zijn stam, en zijn zelfvertrouwen
werd groot.
Op een kwade dag, het was een hete zomerdag, was in het bos grote paniek
uitgebroken. De zangvogeltjes, insecten, vossen, uilen en muizen vluchtten
massaal naar de rand van het bos, de weilanden op. In de verte was het kwaad waarneembaar: een furieuze bosbrand! De specht
echter, voelde zich zo veilig en onkwetsbaar in zijn stam, en zijn geloof in de krachtige stam was zo groot, dat hij weigerde te vluchten voor
de vernietigende vlammen, ofschoon hij daar wel ruimschoots tijd en gelegenheid voor kreeg. Hij verbrandde levend.
Saturday, January 12, 2013
Schilderij van de dag
Het is koud in het atelier, dus maakte ik vandaag een klein schilderijtje (30 bij 30 cm.) van een ijsvogel. Deze ijsvogel staat ook al op een ander, groter schilderij ('Annunciatie') maar hij mocht wel een keer los, van mij..
Sunday, December 23, 2012
Mijmering
Een
kunstenaar dient zichzelf voortdurend te betwijfelen, dus zichzelf af te
vragen of datgene wat hij doet wel relevant is en of hij wel voldoende
getalenteerd is, maar hij zou zich nooit moeten afvragen of hij iets
niet mag doen. Elke omschrijving of definitie van kunst of van een
kunstenaar heeft niets met kunst of een kunstenaar te maken.
Saturday, December 22, 2012
Schets
Wederom een schets voor een schilderij van een Medusa. Dit is niet helemaal waar ik naar op zoek ben.
Tuesday, December 04, 2012
Tragische Fabels 1
In een kooi in de dierentuin leefde eens een enorme tijger. Hij was de
keizer van de dierentuin, en als hij brulde dan verstomden alle andere dieren
en konden ze niet anders dan sidderen van angst. Elke dag bracht de oppasser
een groot been met daaraan resten vlees, en dat vermaalde de tijger dan met
zijn krachtige kaken. Alle andere dieren vreesden dat ook zij een keer in die
kaken terecht kwamen en tot pulp werden geknaagd.
Allemaal? Nee, er was een klein diertje dat met de tijger in zijn kooi
durfde te leven, en dat diertje was een muis. Het was maar een heel klein
bosmuisje, maar hij was zo snel, dat de tijger hem nooit te pakken kon krijgen.
De muis wist altijd een klein beetje vlees van de tijger te stelen, en verdween
dan net snel genoeg in zijn kleine verstopplaatsje tussen de tegels dat de
tijger hem niet kon pakken. En hoe de tijger ook brulde en gromde en steigerde
en sprong, hij kon de muis niet uit zijn schuilplaats krijgen. De tijger rende
achter de muis aan, als hij hem zag, en als het kleine ondier weer eens een
stukje vlees had gepikt, maar pakken kon hij hem niet. De tijger begreep niet
dat juist hij, keizer van alle dieren, door allen gevreesd, zo getart en belachelijk
gemaakt werd door een klein muisje.
De tijger raakte zo gefrustreerd dat hij begon te oefenen, sprintjes
trekken, push-ups, jiu-jitsu.. Maar niets hielp, want de muis was hem telkens
te vlug af.
Wanhopig sprak de tijger op een dag de muis aan, nadat die weer net op tijd
in zijn schuilplaats was gevlucht met een stukje vlees.
“Ben je niet bang voor mij?” gromde de tijger, maar de muis piepte: “Nee hoor, want ik weet dat je mij toch niet
kunt pakken”.
“Maar ik ben de keizer van alle
dieren, iedereen vreest mij, zelfs de olifant en de leeuw!”, “Dat kan zijn”, zei de muis, “maar ik vrees je niet want ik ben veel
sneller.”
De tijger gooide het over een andere boeg en zei: “Als je verhuist naar het verblijf van de leeuwen of de apen krijg je
heel mijn bot van vandaag mee, lijkt je dat wat?” “Nee, hoor”, zei de muis “Ik
blijf lekker hier want ik heb het hier prima naar mijn zin, het uitzicht is goed, en het is lekker warm”..
Nog gaf de tijger het niet op: “Als
je naar een ander dierenverblijf verhuist dan zal ik je niet alleen mijn bot
geven, maar verder alles wat je wilt, ik zal zelfs rondbrullen dat jij mijn
vriend bent en dat iedereen die je kwaad doet mij op zijn pad zal vinden!”
Maar de muis ging niet akkoord. Wat de tijger ook voorstelde, het muisje
weigerde in te stemmen en ging niet weg. De tijger raakte hoe langer hoe
gefrustreerder, en werd erg boos en depressief.
De volgende dag kwamen de verzorgers naar de kooi van de tijger en ze
vonden hem, bungelend aan het plafond. Hij had zichzelf verhangen.
Tuesday, November 27, 2012
Eenvoudige esthetische theorieen
Onderstaand zijn vier theorieen uit de esthetica die ik eenvoudig heb geformuleerd teneinde docenten van andere disciplines in staat te stellen onderwijs te verzorgen.
Hoe pas
je formalisme toe?
Formalisme is de theorie van Significant Form
en de grote inspirator voor Bauhaus.
Voorbeeld: Als in je BNO-document staat dat je
je tentoonstellingselement wilt laten opvallen (mate van opvallendheid) dan zou
je dat kunnen doen door formalistische technieken te gebruiken. Dat doe je door
de ruimte te bestuderen waarin je tentoonstellingselement staat, en daarmee in
vorm en lijn te contrasteren. Die ruimte heeft bepaalde vorm (architectuur is
meestal recht en er zijn waarschijnlijk witte wanden) en daar kun je mee
contrasteren. Maak dus iets met ellipse lijnen, of diagonalen, en gebruik
kleuren die afsteken tegen de achtergrondkleur. Of maak zelf een achtergrond
die contrasteert met de ruimte. (in feite is een schilderijlijst een
formalistische wijze om het schilderij te laten contrasteren met de achtergrond,
in dit geval de muur waar het schilderij aan hangt)
Andere voorbeelden:
Je maakt een filmpje met een ‘click’, waarbij
het eerste deel droevig moet zijn en het tweede vrolijk. Als je bijvoorbeeld de
kleuren in het eerste deel aanpast (grijs, bruin) aan de emotie, en die van het
tweede deel ook (felle kleuren) dan krijg je een kleurcontrast dat
formalistisch kan worden geduid. (dus aan de hand van significant form)
Deze theorie is altijd van toepassing om een
aantal redenen:
Ten eerste is het zo dat je zult moeten kiezen
tussen representatie of niet. Die keuze moet je altijd maken. Volgens de
formalisten is representatie onzuiver, omdat het ‘significant form’ in haar
pure verschijningsvorm in de weg zit. Je zult als vormgever argumenten moeten
hebben waarom je (als je dat doet) toch voor representatie kiest. (dat moeten
we dus van studenten vragen)
Ten tweede maak je altijd gebruik van vorm en
kleur en dat is significant form.
Je kunt formalisme en intentionalisme (zie
beneden) als elkaars tegengestelden zien, dat wil zeggen dat als je in de
vormgeving een kleur gebruikt om de kleur zelf, (bijvoorbeeld om aan het
BNO-begrip ‘opvallendheid’ of ‘onderscheidendheid’ te voldoen!!) dat je dan
formnalistisch bezig bent (kleuren vanwege de kleuren) en als je een bedoeling
hebt met een kleur, dan ben je intentionalistisch bezig. Het vereist een andere
wijze van vormgeving omdat je de gebruiker van de vormgeving uitdaagt om je
kleuren ‘mooi’ te vinden vanwege de ‘mooiheid’ van de kleuren, OF om de
achterliggende betekenis van een kleur te zoeken. (waarom zou hij deze kleur
hebben gebruikt?)
Hoe pas
je Amerikaans formalisme toe?
De hedendaagse toepassing van de theorie van
Clement Greenberg ligt hem niet zozeer in het jezelf als ontwerper onderwerpen
aan de specifieke eigenschappen van het medium per se, maar in het jezelf bewust zijn dat je medium eigenschappen
heeft en op welke punten je die overschrijdt in je visualisatie. De beslissing
om die eigenschappen te overschrijden is in CMD4 een rationele en geen
intuitieve. Vraag je dus bij studenten af, waarom ze iets laten zijn wat het
niet is. (is er een link met de communicatieve doelstelling) Zo ja, waarom
overschrijd je de grenzen van het medium dan? (antwoorden als: ‘omdat het anders saai wordt’, ‘omdat ik het niet met Greenberg eens ben’,
‘om het een mooier ding te maken’
zijn niet voldoende)
Waarom altijd van toepassing?
De keuze voor het al dan niet overschrijden is
altijd van toepassing omdat er geen andere mogelijkheid is. (je overschrijdt de
eigenschappen of je overschrijdt ze niet)
Als je als student Greenberg goed toepast,
maak je een lijstje met de eigenschappen van je medium en kijk je waar je die
eigenschappen overschrijdt, gerelateerd aan de begrippen zoals die in het
BNO-document staan.
Hoe pas
je institutionalisme toe?
Bij alles wat je doet maak je impliciet of
expliciet de beslissing of je je conformeert aan een instituut of dat juist
niet doet. Ik kan mij niet voorstellen dat studenten aan de HHS hun eigen weg
gaan, dan zouden het geniale avant-gardisten zijn, dus de vraag die overblijft
is: aan welk instituut conformeer je je en waarom?
Als ze een film maken, in welke stijl is die dan? (MTV bijvoorbeeld) en
waarom? (niet: omdat het mooi is, maar : omdat ik denk dat het effectief is,
dat wil zeggen, omdat het te relateren is aan de communicatiedoelstellingen)
Waarom altijd van toepassing?
Als vormgever conformeer je je altijd aan een
instituut. Het is niet mogelijk om intentioneel een eigen instituut te
beginnen. Bewustzijn dat je dat als vormgever doet is erg belangrijk.
Datgene wat in de oude zin
‘doelgroepenonderzoek’ wordt genoemd, is eigenlijk een goed bruikbare variant
van institutionalisme. Je wilt iets maken voor vrouwen van 50 jaar die op de
Libelle zijn geabonneerd, dan neem je een stapel libellen en die kijk je door.
Je maakt er netjes een moodboard van en past je vormgeving aan, zodat je een
aardige Marjolein Bastin-vormgeving krijgt. Wat je dan doet is niet vormgeven naar de doelgroep, maar
vormgeven naar het instituut Libelle, dat dezelfde doelgroep heeft als die jij
wilt bereiken..
Hoe pas
je intentionalisme toe?
Studenten willen iets vertellen aan de
bezoekers van hun tentoonstellingselement. Intentionalisme in haar extreemste
vorm gaat ervan uit dat datgene wat te vertellen is niet of niet altijd in
vormgeving of metaforen of film zou moeten worden vertaald, maar rechtstreeks
in taal zou moeten worden gecommuniceerd. Taal is immers de helderste vorm van
communicatie. Studenten gaat het enorm duizelen als ze iets maken om iets te
vertellen en je zegt: ‘ja, maar waarom
schrijf je dat dan niet gewoon op? Dan
weet iedereen waar het over gaat zonder dat ze je vormgeving moeten lezen’
(A.C.Danto) Wat we willen kweken is een bewustzijn in relatie tot de wrijving
tussen vormgeving en een communicatiedoelstelling. Studenten maken een keuze of
worden daartoe bij de expertbijeenkomsten gedwongen, om vorm te geven.
Twee varianten:
1) intentionalisme als soort vormgeving
waarbij je wilt dat mensen de bedoeling van jouw vormgeving proberen te
achterhalen, dat wil zeggen, je vormgeving wil iets vertellen. De vormgever die
volgens deze vorm van intentionalisme vormgeeft beschouwt kleuren als
‘readymades’ waarbij de kleur zelf niet van belang is, maar de reden waarom de
vormgever die kleur gebruikt.
2) Als vormgeving een intentie heeft, zoals
bovenstaande vorm van intentionalisme propageertm, waarom dan niet de hele
vormgeving eraan geven? Dus niet vormgeven. Als je gewoon opschrijft wat je
wilt zeggen heb je een veel zuiverder en betrouwbaarder vorm van communicatie
te pakken dan wanneer je je bedoelingen verstopt in vormgevingsrebussen.
Hoe pas
je Immersie toe? (met de methode van Temporele
Emotionaliteit)
Deze theorie is met name toepasbaar bij film,
maar uitsluitend bij media waarbij de factor tijd een rol speelt. Als een
student een filmpje maakt of gaat maken is de vraag in hoeverre je als
toeschouwer meegaat met de gerepresenteerde werkelijkheid. Je zou als filmmaker
moeten stimuleren dat de toeschouwer zijn eigen werkelijkheid en persoon
tijdelijk en vrijwillig vervangt door de gerepresenteerde. Een techniek om dat
voor elkaar te krijgen is temporele emotionaliteit van Derek matravers.
Immersie: je identiteit en omgeving vrijwillig
verruilen voor een identiteit en omgeving die door het medium wordt gerepresenteerd.
(in een boek duiken of in een film) Een van de vele manieren om immersie te
bereiken is met behulp van temporele emotionaliteit. TE gaat uit van de
gedachte dat de emoties sneller gaan dan de ratio, en dat de ratio de immersie
verstoort. Het is dus zaak om er zorg voor te dragen dat de ratio niet aan bod
komt en de emotie meer voeding krijgt.
Thursday, November 15, 2012
Gezicht
Vandaag heb ik de tijd besteed aan het zoeken van een goede gelaatsuitdrukking.. morgen ga ik het gezicht afmaken.
Friday, November 02, 2012
Draperie bijna klaar.
Een hele dag werk voor een mouwtje. Was ik maar een tachist... Maar afgezien van wat ruwe randjes is de draperie wel zo'n beetje klaar.
Monday, October 29, 2012
Immersie 31: Jan Fabre
De Belgische kunstenaar Jan Fabre deed onlangs een performance waarbij twee helpers katten de lucht in gooiden, terwijl hij zelf bovenaan een trap in een Fred Astaire kostuum stond te dansen. De reakties op deze performance zijn niet van de lucht. Het publiek reageerde geagiteerd op het vermeende 'dierenleed'.
Er wordt gerefereerd aan een andere performance van Fabre waarin hij levende karpers laat sterven in zout water. Ander werk van Fabre is een dode hond die aan vleeshaken is opgehangen.
De thematiek van Fabre is gebaseerd op het esthetiseren van gruweldaden, zoals ook andere kunstenaars doen, waardoor feilloos en meedogenloos het falen van de massa-moraal met betrekking tot leed wordt blootgelegd. Felle reakties van het publiek kunnen worden 'vermoraliseerd' met de opmerking dat de vermeende gruweldaden van Fabre zelf, in zijn kunstwerken, in het niets vallen bij de gruweldaden die dagelijks en op grote schaal plaatsvinden in de bio-industrie, (bijvoorbeeld plofkippen en levende dieren aan vleeshaken) huisdierenindustrie, (eindeloos doorfokken tot schattige diertjes die nauwelijks levensvatbaar zijn) cosmetische en farmaceutische industrie (proefdieren) en wat dies meer zij. Je zou kunnen stellen dat de vele reakties van 'tijdelijke' dierenliefhebbers essentieel onderdeel zijn van het kunstwerk.
Daarnaast stelt Fabre de kunst zelf ter discussie, vanuit de vooringenomenheid dat, klaarblijkelijk, een moreel gegeven wordt geaccepteerd als het om bioindustrie etcetera gaat maar, wanneer een en ander onder het mom van kunst wordt gepresenteerd, gelden plotsklaps andere morele regels. Dat zegt iets over het geinstitutionaliseerde publieke wezen van kunst. Kennelijk geldt voor kunst een exomorale houding.
Maar het (voor mij) interessante aspect van zijn werk is wellicht dat hij een poging doet om leed, en gruweldaden, in een representatie te vatten. De vraag die belangrijk is voor een helder begrip van immersie, is uiteraard, of wel sprake is van een representatie, of dat het werk van Fabre echt is, en niet gerepresenteerd. In het eerste geval slaagt hij er in om middels representatie gruweldaden over te laten komen op een publiek, daarvan getuige de vele verontwaardigde reakties. In het tweede geval slaagt Fabre er in om niet-representatieve kunst te maken, waardoor de gedachte dat alle kunst representatief is, in duigen valt.
Er wordt gerefereerd aan een andere performance van Fabre waarin hij levende karpers laat sterven in zout water. Ander werk van Fabre is een dode hond die aan vleeshaken is opgehangen.
De thematiek van Fabre is gebaseerd op het esthetiseren van gruweldaden, zoals ook andere kunstenaars doen, waardoor feilloos en meedogenloos het falen van de massa-moraal met betrekking tot leed wordt blootgelegd. Felle reakties van het publiek kunnen worden 'vermoraliseerd' met de opmerking dat de vermeende gruweldaden van Fabre zelf, in zijn kunstwerken, in het niets vallen bij de gruweldaden die dagelijks en op grote schaal plaatsvinden in de bio-industrie, (bijvoorbeeld plofkippen en levende dieren aan vleeshaken) huisdierenindustrie, (eindeloos doorfokken tot schattige diertjes die nauwelijks levensvatbaar zijn) cosmetische en farmaceutische industrie (proefdieren) en wat dies meer zij. Je zou kunnen stellen dat de vele reakties van 'tijdelijke' dierenliefhebbers essentieel onderdeel zijn van het kunstwerk.
Daarnaast stelt Fabre de kunst zelf ter discussie, vanuit de vooringenomenheid dat, klaarblijkelijk, een moreel gegeven wordt geaccepteerd als het om bioindustrie etcetera gaat maar, wanneer een en ander onder het mom van kunst wordt gepresenteerd, gelden plotsklaps andere morele regels. Dat zegt iets over het geinstitutionaliseerde publieke wezen van kunst. Kennelijk geldt voor kunst een exomorale houding.
Maar het (voor mij) interessante aspect van zijn werk is wellicht dat hij een poging doet om leed, en gruweldaden, in een representatie te vatten. De vraag die belangrijk is voor een helder begrip van immersie, is uiteraard, of wel sprake is van een representatie, of dat het werk van Fabre echt is, en niet gerepresenteerd. In het eerste geval slaagt hij er in om middels representatie gruweldaden over te laten komen op een publiek, daarvan getuige de vele verontwaardigde reakties. In het tweede geval slaagt Fabre er in om niet-representatieve kunst te maken, waardoor de gedachte dat alle kunst representatief is, in duigen valt.
Sunday, October 28, 2012
Friday, October 26, 2012
Tuesday, October 23, 2012
Schilderwerk van vandaag...
Een reprise van een schilderij dat ik eerder maakte (maar dat toen mislukte) op groter formaat, namelijk 1.30 bij 2.00 meter. Het is een "Saint Jean de Calvaire" naar een vijftiende eeuws houten beeld, dat in het Louvre te bezichtigen is. Ik probeer het houten beeld levensechter te maken, door geen hout maar stofuitdrukking die bij het gerepresenteerde hoort te schilderen. Dat is schildertechnisch niet zo makkelijk. Maar als het meezit kan ik het binnen vier werkdagen af hebben.
Saturday, October 20, 2012
Onderwijskunde 1
In de epistemologie (kenleer) kent het begrip 'deconstructivisme' een heldere betekenis. De deconstructivist gaat ervan uit, dat het voor een mens niet mogelijk is om de dingen in de wereld te kennen. (in tegenstelling tot de Logisch Positivisten) Dat komt omdat de menselijke receptie (de zintuigen) niet te vertrouwen zijn, want je weet immers niet of dat wat je waarneemt correspondeert met hoe de dingen werkelijk zijn. Maar daarnaast is het proces van zintuiglijke indrukken naar conclusies in de menselijke geest ook onbetrouwbaar. De deconstructivistische epistemoloog (Jacques Derrida is er een van) vindt echter, dat, wanneer je het taalgebruik dat in een bepaald gebied of door een bepaald persoon wordt gebezigd, monadisch deconstrueert, dus afbreekt tot op de kleinste eenheden, en daarna analyseert, dat je dan wel heel veel kunt zeggen over de wijze waarop mensen in een bepaald taalgebied de wereld zien. Je kunt die conclusies ook relateren aan conclusies uit een ander taalgebied en zo tot een interessante epistemologie komen, die zelfs ethisch getint kan worden.
In de onderwijskunde heeft men aan het begrip 'deconstructivisme' een andere betekenis gegeven. Deconstructivisme betekent daar, dat je, als docent, het vooringenomen construct van een student over een bepaald onderwerp afbreekt (deconstrueert) en vervangt door een nieuwe, dat beter gerelateerd is aan onderwijscompetenties. De vooringenomenheden moeten dan zijn:
Religie is een te zwaar construct? Neem een klas met Feyenoord-fans. Kun je een les bedenken waarin dat construct wordt weggenomen en vervangen door een Ajax-fan-construct? En als dat lukt, hoe ga je dan om met cognitieve dissonantie en andere mentale dwarsbalken?
In de onderwijskunde heeft men aan het begrip 'deconstructivisme' een andere betekenis gegeven. Deconstructivisme betekent daar, dat je, als docent, het vooringenomen construct van een student over een bepaald onderwerp afbreekt (deconstrueert) en vervangt door een nieuwe, dat beter gerelateerd is aan onderwijscompetenties. De vooringenomenheden moeten dan zijn:
- Het construct dat bij een student aanwezig is, is niet adequaat
- Bij alle studenten is een soortgelijk, niet-adequaat, construct aanwezig
- Het is mogelijk om, in een beperkte periode, menselijke mentale constructen te 'deconstrueren' en te vervangen door andere.
Religie is een te zwaar construct? Neem een klas met Feyenoord-fans. Kun je een les bedenken waarin dat construct wordt weggenomen en vervangen door een Ajax-fan-construct? En als dat lukt, hoe ga je dan om met cognitieve dissonantie en andere mentale dwarsbalken?
Monday, October 15, 2012
Saturday, July 07, 2012
onderschildering
Vandaag de gehele dag bezig geweest met het zoeken en schilderen van een nieuwe compositie.. een heel dikke man, een soldaat, een gotisch getraceerde spitsboog, een Romeins grafmonument met een afbeelding van de ontvoering van Europa, een stierekop en een contraposto vrouwelijk model. Alles nog in okergeel. Ik ben er bepaald nog niet tevreden over, het is veel te fragmentarisch.
Monday, June 25, 2012
Modelschilderen
Vanmiddag was een model in het atelier, ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt door in acryl deze onderschildering te maken. Misschien probeer ik er een echt schilderij van te knutselen.
Monday, June 11, 2012
Monday, June 04, 2012
Over vrije wil
Als reaktie op diegenen die stellen dat vrije wil niet kan bestaan omdat de objectieve werkelijkheid en de menselijke eigenschappen te determineren zijn tot chemische of natuurkundige processen en daarmee samenhangende causaliteit:
Men zou kunnen beargumenteren dat het niet de natuur is die zich in deterministische wetten laat vangen, maar de wijze waarop wij de natuur middels onze zintuigen recipiëren en middels onze hersenen beschouwen. Dat wil zeggen dat de natuurwetenschappen niet de natuur omschrijven maar de wijze waarop wij die natuur zien. De wereld is niet deterministisch van aard, ons denken is dat, en daarmee beschouwen wij de wereld.
In dat licht bezien zou het onzinnig zijn om vanuit een causaliteit die voortkomt uit een wereldbeeld dat een derivaat is van de anatomische eigenschappen van onze zintuigen en denkeigenschappen (bijvoorbeeld categorisering als aanleiding tot wiskunde) te ontkennen dat wij als beschouwende zelf geen vrije wil zouden kennen. Die gedachte is immers te herleiden tot een circulaire drogreden.
Men zou kunnen beargumenteren dat het niet de natuur is die zich in deterministische wetten laat vangen, maar de wijze waarop wij de natuur middels onze zintuigen recipiëren en middels onze hersenen beschouwen. Dat wil zeggen dat de natuurwetenschappen niet de natuur omschrijven maar de wijze waarop wij die natuur zien. De wereld is niet deterministisch van aard, ons denken is dat, en daarmee beschouwen wij de wereld.
In dat licht bezien zou het onzinnig zijn om vanuit een causaliteit die voortkomt uit een wereldbeeld dat een derivaat is van de anatomische eigenschappen van onze zintuigen en denkeigenschappen (bijvoorbeeld categorisering als aanleiding tot wiskunde) te ontkennen dat wij als beschouwende zelf geen vrije wil zouden kennen. Die gedachte is immers te herleiden tot een circulaire drogreden.
Subscribe to:
Posts (Atom)






