Dit is een detail van een vernietigd schilderijtje.. het schilderij is in zijn geheel 14 bij 18 cm, ik schilderde het in 1992 of zo. Het zijn twee amazones in de nacht. Voor beide amazones heeft hezelfde model geposeerd.
Friday, July 05, 2013
Sunday, June 30, 2013
.. zoals ik er in mijn atelier bijloop...
Stel je toch eens voor dat er later, bij voorkeur na mijn verscheiden, door een ongelukkige filmmaker een documentaire of wat dies meer zij, van mij wordt vervaardigd. Dan kan deze foto er toch niet in. Of in de catalogus van een tentoonstelling in Boymans. De ernst van mijn schilderwerk zal bedolven worden onder korrels zout en bedekt worden met de mantel der schaterlach. Ik word simpelweg de risee van de kunsten.
Saturday, June 29, 2013
Stuttgart 2013
Drie foto's die ik deze week in Stuttgart maakte. Ik gebruikte een Canon Eos 5D met een vaste 50mm. 1.4 lens. Beetje nabewerkt in Lightroom.
Saturday, June 22, 2013
Hoe dom is Charles Groenhuijsen?
Charles Groenhuijsen reageerde onlangs, ten overstaan van Knevel en van den Brink, op de negatieve commentaren naar aanleiding van de Amerikaanse massale wereldwijde privacyschendingen zoals die werden geopenbaard door Edward Snowden:
http://www.groene.nl/2013/25/geen-hype
Charles maakt drie zeer ernstige denkfouten:
Hij stelt ten eerste dat democratisch is besloten het wereldwijde web af te luisteren en alle gegevens op te slaan, maar ik heb geen invloed op de Amerikaanse democratie. Toch wordt mijn mail wel bekeken. Men kan zich bovendien afvragen of in Amerika wel een valide democratisch bestel is. Ze passen hun wetgeving toe op mensen die die wetgeving niet kunnen beïnvloeden, dus buiten Amerika. Daarnaast kunnen wij ook geen invloed uitoefenen op wat er met de gegevens gebeurt, of wie ze kan inzien. De Russen? Chinezen?
Ten tweede en nog veel belangrijker: het internet en de telefoon worden afgeluisterd en op basis van een morele vooringenomenheid gefilterd, en nader beluisterd. Als die moraliteit verandert, en de geschiedenis leert dat moraliteit in de tijd onherroepelijk verandert, worden wij beoordeeld op morele merites die in de toekomst liggen. Dat betekent dat wij zijn overgeleverd aan de toekomstige moraliteit van een land met een discutabele democratie, betwistbaar buitenlands beleid en waar wij geen democratisch toezicht kunnen uitoefenen. Groenhuijsen zegt, dat door afluisterpraktijken Osama Bin Laden is gevonden, maar die is wel vermoord, en moord is geen bestaande straf in het huidige Nederlandse juridische systeem. Dat betekent dat wij als Nederlanders dus geen eigen juridisch systeem meer kunnen handhaven, maar verplicht zijn het Amerikaanse over te nemen zonder dat we democratische invloed daarop kunnen uitoefenen.
Ten derde, en ten ergste, kan men stellen dat een van de belangrijkste pijlers onder de welvaart en stabiliteit in onze regio is de strakke handhaving van de Trias Politica, waarin duidelijk gescheiden wordt tussen de rechtsprekende, wetgevende en uitvoerende macht. Is er iemand die invloed uitoefent in meerdere machten, dan is het gevaar van een dictatuur en politieke en culturele instabiliteit zeer groot. De Amerikaanse overheid treedt het principe van de Trias Politica met voeten. Er is niets dat politiek gevaarlijker is dan dat. Bin Laden is immers vermoord zonder dat er een rechter aan te pas kwam.
Charles Groenhuijsen snapt dit allemaal niet. Die man moet heel snel met pensioen.
Maar wat mij het meeste steekt is dat de Europese commissie niets van zich laat horen.
http://www.groene.nl/2013/25/geen-hype
Charles maakt drie zeer ernstige denkfouten:
Hij stelt ten eerste dat democratisch is besloten het wereldwijde web af te luisteren en alle gegevens op te slaan, maar ik heb geen invloed op de Amerikaanse democratie. Toch wordt mijn mail wel bekeken. Men kan zich bovendien afvragen of in Amerika wel een valide democratisch bestel is. Ze passen hun wetgeving toe op mensen die die wetgeving niet kunnen beïnvloeden, dus buiten Amerika. Daarnaast kunnen wij ook geen invloed uitoefenen op wat er met de gegevens gebeurt, of wie ze kan inzien. De Russen? Chinezen?
Ten tweede en nog veel belangrijker: het internet en de telefoon worden afgeluisterd en op basis van een morele vooringenomenheid gefilterd, en nader beluisterd. Als die moraliteit verandert, en de geschiedenis leert dat moraliteit in de tijd onherroepelijk verandert, worden wij beoordeeld op morele merites die in de toekomst liggen. Dat betekent dat wij zijn overgeleverd aan de toekomstige moraliteit van een land met een discutabele democratie, betwistbaar buitenlands beleid en waar wij geen democratisch toezicht kunnen uitoefenen. Groenhuijsen zegt, dat door afluisterpraktijken Osama Bin Laden is gevonden, maar die is wel vermoord, en moord is geen bestaande straf in het huidige Nederlandse juridische systeem. Dat betekent dat wij als Nederlanders dus geen eigen juridisch systeem meer kunnen handhaven, maar verplicht zijn het Amerikaanse over te nemen zonder dat we democratische invloed daarop kunnen uitoefenen.
Ten derde, en ten ergste, kan men stellen dat een van de belangrijkste pijlers onder de welvaart en stabiliteit in onze regio is de strakke handhaving van de Trias Politica, waarin duidelijk gescheiden wordt tussen de rechtsprekende, wetgevende en uitvoerende macht. Is er iemand die invloed uitoefent in meerdere machten, dan is het gevaar van een dictatuur en politieke en culturele instabiliteit zeer groot. De Amerikaanse overheid treedt het principe van de Trias Politica met voeten. Er is niets dat politiek gevaarlijker is dan dat. Bin Laden is immers vermoord zonder dat er een rechter aan te pas kwam.
Charles Groenhuijsen snapt dit allemaal niet. Die man moet heel snel met pensioen.
Maar wat mij het meeste steekt is dat de Europese commissie niets van zich laat horen.
Friday, June 21, 2013
Thursday, June 13, 2013
Over ‘acceptatie’ van homofilie
In veel landen, ook het onze, wordt stevig publiek discours gevoerd over het al dan niet ‘accepteren’ van homofilie, en de daarbij behorende verlening van rechten die ook heterofielen genieten.
Mijns inziens wordt die discussie op minstens twee punten gevoerd naar aanleiding van valse vooringenomenheden en redeneerfouten.
Ten eerste maakt men op grote schaal de morele fout dat men groepen mensen onderscheidt op basis van wie ze zijn (homo of hetero) en niet wat ze doen. (inbreken, feest vieren, andere mensen hun wil op leggen) Morele bespiegelingen over mensen op basis van wat ze zijn, zijn symptomen van een onhoudbare ethische grondhouding. Het discours zou dus van bijvoorbeeld ‘vinden we dat homo’s gelijke rechten mogen hebben?’ of ‘vinden we dat op scholen moet worden uitgelegd wat homofilie is?’ moeten verschuiven naar bijvoorbeeld: ‘vinden we dat mensen op straat mogen zoenen of seks mogen hebben in het openbaar?’
Ten tweede is het woord ‘acceptatie’ wat merkwaardig in deze context. Indien boven is aangetoond dat het onterecht is om individuen die vanwege hun ‘zijn’ tot een bepaalde groep behoren, dan is het ‘accepteren’ van die groep behoorlijk moreel geladen, omdat het betekent dat er een groep is die vanwege hun ‘zijn’, een onterechte propositie, een bepaalde sociale overheersing heeft, een andere groep uit een soort misplaatste goedertierenheid accepteert. Het kan zijn, dat in de accepterende groep een moordenaar zit, die kun je moreel veroordelen vanwege zijn handelen, terwijl in de geaccepteerde groep een succesvol en geliefd welzijnswerker zit. Het woord ‘accepteren’ is daarmee misplaatst en onterecht classificerend.
Wednesday, June 05, 2013
Over het kunstbegrip van Hans den Hartog Jager
Aantekeningen en schetsen voor een kritisch artikel over het kunstbegrip van Hans de Hartog Jager.
Het gros van zijn ideeen is een soort derivaat van het gedachtengoed van HP Bremmer, de huiskunstcriticus van mevrouw Kroller Muller.
Als je toestaat dat een kunstwerk een soort absolute, dus in de tijd onveranderlijke, betekenis heeft, die door de kunstenaar intentioneel in het werk is gestopt, dan kom je een paar hele grote problemen tegen. Het eerste probleem is, dat je de kunst zelf erdoor ontkent. wanneer een kunstwerk een visualisatie van een betekenis is, dan kun je beter die betekenis zelf opschrijven, want kunst is een zeer moeilijk communicatiemedium met veel ruis en onwenselijke interpretatieruimte. kunst kan niet een rebus bij een betekenis zijn. het zou ook betekenen dat kunst op een gegeven moment is uitgewerkt, dat wil zeggen, zich niet kan aanpassen aan nieuwe mogelijke betekenissen of interpretaties, dus op een gegeven moment kan worden weggegooid als betekenisvol object, en alleen bestaansrecht heeft als object met esthetische waarde. Het tweede probleem is, dat kunstenaars juist gebruik maken van die bandbreedte van interpretatie, door objecten te maken die voor veel betekenissen aan te wenden zijn. daarmee wordt wel een grote verantwoordelijkheid bij de beschouwer gelegd.
HdHJ faalt in zijn gedachte dat een kunstwerk af is als het het atelier van de kunstenaar verlaat. Ik denk, dat een kunstwerk pas af is als het geïnterpreteerd wordt door een toeschouwer, dus het voltooit zich opnieuw, telkens als er een nieuwe toeschouwer is. naar mijn gedachten is een kunstwerk meer iets dat plaats vindt tussen het kunstobject en de beschouwer dan tussen de kunstenaar en zijn kunstwerk. natuurlijk is het voor een kunstcriticus verleidelijk om uit te gaan van een absolute evaluatieve waarde die besloten zou liggen in het object, omdat dat de kunstcriticus als beroepsgroep een zekere existentie verleent als kundige apologeet van de kunsten, en natuurlijk is het aantrekkelijk om, als kunstcriticus bij het opstellen van een exegese over een bepaald kunstwerk, uit te gaan van de gedachten van de kunstenaar, omdat dat institutioneel houvast biedt in een anders volkomen willekeurige situatie. Maar het doet de kunst geen recht.
Over sublimatie in de kunst: Als je er van uitgaat dat, vanaf een bepaalde periode, een kunstwerk bedoeld is als sublimatie van de kunstenaar, als kunstwerken bijproducten zijn van dat proces, wat heeft dat dan met mij te maken? waarom moet ik daar getuige van zijn? Waarom moet ik de fossielen van een persoonlijk mentaal proces van een mij onbekend persoon gaan bezichtigen in een museum of galerie, en moet ik er dan ook nog geld voor betalen?
De grote filosoof Immanuel Kant had het gelijk aan zijn kant toen hij stelde dat een smaakoordeel en de notie van sublimatie niet samen gaan.
Kan het wel zo zijn dat bepaald kan worden of een kunstobject mooi of 'functioneel als kunstwerk' is? Kun je met enige zekerheid zeggen dat een Bouguereau bijvoorbeeld, gemaakt is om mooi te zijn? Volgens mij niet, want dan zou hetzelfde gelden voor werk van Warhol of Richter.
Thursday, May 30, 2013
Over sociale anthropologie
Een slecht mens, dat zie je niet vaak. Een echt slecht mens, bedoel ik. Er bestaan natuurlijk veel mensen met slechte eigenschappen, maar ik doel nu op een in en in slecht mens. Als je er een ontmoet, toevallig, of omdat je er naar op zoek bent, houd dan afstand, bestudeer hem, maar laat je niet teveel met hem in. Je kunt best zijn vriend of kennis worden, maar neem dan een aantal regels in acht. Regels, die bedoeld zijn om jezelf te beschermen tegen zijn kwade invloed, maar ook om de slechte mens in zijn waarde te laten, want ze zijn immers zeldzaam, en anderen zouden ook de behoefte kunnen hebben om hem te bestuderen. De belangrijkste regel is, dat je een slecht mens nooit werkelijk in je leven toelaat. Je kunt dat uiteraard wel veinzen, dat hij een belangrijke rol speelt in je private leven, soms is dat zelfs noodzakelijk voor een lucratief verloop van het onderzoek, maar dat mag nooit werkelijk gebeuren, want de schade zou enorm kunnen zijn. Let op of er zich geen andere antropologen 'undercover' onder zijn slaven bewegen, want je kunt elkaar in je onderzoek grondig tegenwerken, en soms zelf ongewild ontmaskeren, zo leren ons diverse anekdotes.
Benader een slecht mens omzichtig, formuleer een strategie of een plan van aanpak, bestudeer de slechte mens allereerst vanaf de zijlijn om te bepalen welk soort hij is. Dat is erg belangrijk, want elk soort slecht mens vereist een andere benaderingsstrategie. Zo zijn er slechte mensen die anderen gebruiken om zelf maatschappelijk beter te worden, die zouden benaderd kunnen worden door te veinzen dat je een bepaalde te benijden positie hebt die door hem misbruikt kan worden. maar er zijn ook slechte mensen die anderen misbruiken zonder dat daar een reden voor staat. Dan hoef je alleen maar kwetsbaarheid te veinzen. Er zijn slechte mensen die eisen van iedereen om hen heen, dan ze hen vereren, dat is het type slecht mens dat anderen tot lijfeigene maakt of tot lid van zijn hofhouding. Benader je een dergelijk slecht mens vanuit een onderdanige positie, dan zal hij je snel in je hofhouding toelaten, en als je binnen die hofhouding de andere leden verraadt door het slechte mens in de oor te fluisteren dat ze hem eigenlijk niet vereren, dan kun je steeds dichter bij hem komen. Er zijn slechte mensen die op de zak van anderen teren en slechts vrienden toestaan met een dikke portemonnee die ook bereid zijn om die portemonnee te trekken, doorgaans uit goedgelovigheid, soms uit angst. Maar er zijn ook slechte mensen die alleen mooie of markante lijfeigenen om zich heen willen, waarna ze zelf uiteraard in het middelpunt gaan staan. Die kun je gemakkelijk benaderen als je zelf mooi of markant bent, een tip is dat kleren en accessoires de persoon maken, maar je kunt ook liegen dat je toegang hebt tot grote hoeveelheden mooie en markante mensen, die met jouw onmisbare hulp door het slechte mens kunnen worden geknecht en misbruikt.
Ben je eenmaal bij het slechte mens in de gratie, dan kun je proefnemingen doen.
Een leuk experiment, speciaal voor beginners, is die waarbij je de lakeien of lijfeigenen van de slechte mens confronteert met hun lijfeigenschap. Dat moet je goed voorbereiden, want de loyaliteit van de lijfeigene mag niet ter discussie staan, anders raak je de grip op de zaak kwijt. Soms kun je zover gaan dat er een een einde aan zijn leven maakt, soms raken ze in de put, maar ook vaak kun je ze niet zover krijgen dat ze hun leven als lijfeigenen contempleren. Dat vereist immers ervaring, maar dit experiment kan ook als doel hebben voor de onderzoeker om ervaring op te doen en, eventueel, om de antropologische structuur van de slaventroep te determineren en in kaart te brengen. Dat is van belang voor eventuele vervolgstappen.
Een ander experiment is die waarin je de hiërarchie van de lijfeigenen test. Dat kan alleen als je zelf al behoorlijk in die hiërarchie bent geklommen, anders word je niet serieus genomen. Vermakelijk, maar ook leerzaam, is het waarnemen van de wanhopige pogingen die een lijfeigene onderneemt om zijn wankele status in de hofhouding van de slechte mens te consolideren of te bevestigen. Hij zal door het vuur gaan bij de slechte mens om diens goedkeuring te krijgen, afwezigheid daarvan zal hem alleen maar sterker motiveren om zich slaafser op te stellen. Andere lijfeigenen zullen hun kans schoon zien om de positie van de eerste lijfeigene, die ter discussie staat, te claimen, door zich volkomen nederig ten opzichte van de slechte mens op te stellen en hun leven zo volledig mogelijk aan hem te wijden. Interessant is dan te zien wanneer, dat wil zeggen op basis van welke prikkel, de slechte mens kiest voor welke lijfeigene.
Het mooiste experiment is natuurlijk die van de oorlog, dat wil zeggen, confronteer twee slechte mensen met elkaar, liefst van hetzelfde type, en neem waar wat er gebeurt. Je kunt je waarnemingen op een kladje noteren, beter is om de gebeurtenissen op video vast te leggen, zodat ook andere antropologen er hun voordeel mee kunnen doen. Wees in ieder geval voorbereid op gekrakeel en vuurwerk. Let ook op de lijfeigenen van de beide slechte mensen, hoe hun loyaliteit kan wijzigen naar aanleiding van het verloop van de strijd, of en hoe de slechte mensen de grip op hun hofhouding kwijt raken en wat er gebeurt als een duidelijke winnaar opstaat.
Uit: Giacomo's Praktijkhandboek Toegepaste Sociale Antropologie, deel 66, pagina 7584-7586
Wednesday, May 29, 2013
Enige vrouwonvriendelijke religieuze teksten
Qur’an Sura 4:34, “Men have authority over women because [Allah] has made the one superior to the other… Good women are obedient… As for those from whom you fear disobedience, admonish them and send them to beds apart and beat them. Then if they obey you, take no further action against them…”
Revelation 14.4, "These are they which were not defiled with women; for they are virgins. These are they which follow the Lamb whithersoever he goeth. These were redeemed from among men, being the firstfruits unto God and to the Lamb."
"When I stood on the door of hell, I saw most of its inhabitants were women” – Prophet of Islam, Mohammed, Sahih AlBukhari, 5196"
1 Korintiërs 14:33-36: “…Zoals in alle gemeenten der heiligen moeten de vrouwen in de gemeenten zwijgen; want het is haar niet vergund te spreken… en …want het staat lelijk voor een vrouw te spreken in de gemeente…”
1 Timoteüs 2:11-12: “…Een vrouw moet zich rustig, in alle onderdanigheid, laten onderrichten, maar ik sta niet toe, dat een vrouw onderricht geeft of gezag over de man heeft; zij moet zich rustig houden…”
Prediker 7:26: “…En ik ontdekte iets, bitterder dan de dood: de vrouw, die een valstrik is en wier hart een net is, wier handen boeien zijn…”
Revelation 14.4, "These are they which were not defiled with women; for they are virgins. These are they which follow the Lamb whithersoever he goeth. These were redeemed from among men, being the firstfruits unto God and to the Lamb."
"When I stood on the door of hell, I saw most of its inhabitants were women” – Prophet of Islam, Mohammed, Sahih AlBukhari, 5196"
1 Korintiërs 14:33-36: “…Zoals in alle gemeenten der heiligen moeten de vrouwen in de gemeenten zwijgen; want het is haar niet vergund te spreken… en …want het staat lelijk voor een vrouw te spreken in de gemeente…”
1 Timoteüs 2:11-12: “…Een vrouw moet zich rustig, in alle onderdanigheid, laten onderrichten, maar ik sta niet toe, dat een vrouw onderricht geeft of gezag over de man heeft; zij moet zich rustig houden…”
Prediker 7:26: “…En ik ontdekte iets, bitterder dan de dood: de vrouw, die een valstrik is en wier hart een net is, wier handen boeien zijn…”
Thursday, May 23, 2013
Kant's drogreden van de esthetica
Immanuel Kant beschouwt het verschijnsel dat je een mooi berglandschap ziet en dat 'prachtig' vindt ongeveer als volgt:
Hij zegt, dat de esthetische ervaring die je bij het zien van het berglandschap ondergaat, voortkomt uit het feit dat je het landschap als een kunstwerk ziet, dus alsof iets of iemand (God?) het landschap expres mooi of aansprekend heeft gemaakt om de mens te plezieren, als een kunstwerk. Volgens Kant zit hier een drogreden achter die te maken heeft met het feit dat mensen altijd een oorzaak of een verklaring zoeken achter een verschijnsel. Dit komt voort uit de falabele gedachte dat als een verschijnsel geen oorzaak, functie of verklaring heeft, het in feite niet kan bestaan, of geen recht van bestaan heeft. Als wij de oorzaak of functie niet kennen, kennen wij het verschijnsel zelf nog niet goed genoeg, en is onderzoek noodzakelijk. Deze metafysische drogreden wordt volgens Kant het meest helder bij het reflecteren op schoonheid.
Kant, maar overigens ook anderen, wijt deze drogreden aan de beperkingen van de taal. Het is ons onmogelijk om geen causale verbanden of redenen te zien, ook al is het onwaarschijnlijk dat ze er zijn, omdat de taal ons dat niet toestaat. Zo is de metafysica, waarin schoonheid een grote rol speelt, slechts een gebied dat nog niet afdoende onderzocht is.
Kant heeft wel een oplossing voor deze drogreden, die ligt in de lijn van helder taalgebruik of toegeven dat bepaalde verschijnselen niet onderzocht kunnen worden omdat de menselijke geest, met name de menselijke ratio, te beperkt is, maar in mijn optiek is het juist kunst, als geobjectiveerde intentionele schoonheid in de breedste zin van het woord, die oplossingen zou kunnen bieden. Kunst zou immers kunnen fungeren als een taalvorm die de beperkingen van het grammaticaal bepaalde taalgebruik zou kunnen opheffen of aanvullen. Daarmee is niet gezegd dat objecten van kunst taal kunnen vervangen. Kunst is per definitie, zo is mijn mening, een intersubjectief reflexief medium waarin de handicaps van de taal, ook de taal die onderhevig is aan de wetten van de logica, kunnen worden geneutraliseerd.
Hij zegt, dat de esthetische ervaring die je bij het zien van het berglandschap ondergaat, voortkomt uit het feit dat je het landschap als een kunstwerk ziet, dus alsof iets of iemand (God?) het landschap expres mooi of aansprekend heeft gemaakt om de mens te plezieren, als een kunstwerk. Volgens Kant zit hier een drogreden achter die te maken heeft met het feit dat mensen altijd een oorzaak of een verklaring zoeken achter een verschijnsel. Dit komt voort uit de falabele gedachte dat als een verschijnsel geen oorzaak, functie of verklaring heeft, het in feite niet kan bestaan, of geen recht van bestaan heeft. Als wij de oorzaak of functie niet kennen, kennen wij het verschijnsel zelf nog niet goed genoeg, en is onderzoek noodzakelijk. Deze metafysische drogreden wordt volgens Kant het meest helder bij het reflecteren op schoonheid.
Kant, maar overigens ook anderen, wijt deze drogreden aan de beperkingen van de taal. Het is ons onmogelijk om geen causale verbanden of redenen te zien, ook al is het onwaarschijnlijk dat ze er zijn, omdat de taal ons dat niet toestaat. Zo is de metafysica, waarin schoonheid een grote rol speelt, slechts een gebied dat nog niet afdoende onderzocht is.
Kant heeft wel een oplossing voor deze drogreden, die ligt in de lijn van helder taalgebruik of toegeven dat bepaalde verschijnselen niet onderzocht kunnen worden omdat de menselijke geest, met name de menselijke ratio, te beperkt is, maar in mijn optiek is het juist kunst, als geobjectiveerde intentionele schoonheid in de breedste zin van het woord, die oplossingen zou kunnen bieden. Kunst zou immers kunnen fungeren als een taalvorm die de beperkingen van het grammaticaal bepaalde taalgebruik zou kunnen opheffen of aanvullen. Daarmee is niet gezegd dat objecten van kunst taal kunnen vervangen. Kunst is per definitie, zo is mijn mening, een intersubjectief reflexief medium waarin de handicaps van de taal, ook de taal die onderhevig is aan de wetten van de logica, kunnen worden geneutraliseerd.
Monday, May 20, 2013
Vernietigen van Schilderijen
Mensen vragen mij wel eens waarom ik zoveel schilderijen vernietig, en ik denk daar zelf ook vaak over na..
Ik vermoed dat het ontstaan van mijn schilderwerk draait om de dialoog tussen het half afgemaakte schilderij, dus hetgeen dat ik al geschilderd heb, en mijzelf. Het schilderij moet mij vertellen wanneer het af is, en wat er nog bij zou moeten worden geschilderd. Ik zou de schilderijen die ik van tevoren in zijn geheel heb bedacht, dus zonder dialoog, wantrouwen, want dat zijn niets anders dan plaatjes, voorgekookte afbeeldingen, en daarmee decoratief, kitscherig, banaal, snobistisch en oninteressant. Wie onverhoopt dat soort zaken wil zien moet naar MTV kijken of de posterafdeling van de IKEA bezoeken. Ik vernietig die schilderijen waarbij tijdens het schildersproces de dialoog is gestopt. Als het schilderij mij niets meer wil zeggen, dan is het immers onmogelijk om het te voltooien. In dat geval stopt de 'samenwerking'. Daar zit ook een wraakzuchtige kant aan: "Wil je niet meer met mij in dialoog? Dan vernietig ik je."
Maar het vernietigen van schilderijen heeft ook een tragische kant: het heeft iets weg van een moedwillige abortus naar aanleiding van geconstateerde afwijkingen van de ongeboren vrucht. Een droevig van de wereld wegnemen van iets dat misschien wel een onbepaald soort recht van leven had, ook al is dat leven afwijkend, misvormd, irrelevant of niet-functioneel. In dat geval onderga ik na het vernietigen een rouwperiode. Ik heb iets doodgemaakt.
Ik vermoed dat het ontstaan van mijn schilderwerk draait om de dialoog tussen het half afgemaakte schilderij, dus hetgeen dat ik al geschilderd heb, en mijzelf. Het schilderij moet mij vertellen wanneer het af is, en wat er nog bij zou moeten worden geschilderd. Ik zou de schilderijen die ik van tevoren in zijn geheel heb bedacht, dus zonder dialoog, wantrouwen, want dat zijn niets anders dan plaatjes, voorgekookte afbeeldingen, en daarmee decoratief, kitscherig, banaal, snobistisch en oninteressant. Wie onverhoopt dat soort zaken wil zien moet naar MTV kijken of de posterafdeling van de IKEA bezoeken. Ik vernietig die schilderijen waarbij tijdens het schildersproces de dialoog is gestopt. Als het schilderij mij niets meer wil zeggen, dan is het immers onmogelijk om het te voltooien. In dat geval stopt de 'samenwerking'. Daar zit ook een wraakzuchtige kant aan: "Wil je niet meer met mij in dialoog? Dan vernietig ik je."
Maar het vernietigen van schilderijen heeft ook een tragische kant: het heeft iets weg van een moedwillige abortus naar aanleiding van geconstateerde afwijkingen van de ongeboren vrucht. Een droevig van de wereld wegnemen van iets dat misschien wel een onbepaald soort recht van leven had, ook al is dat leven afwijkend, misvormd, irrelevant of niet-functioneel. In dat geval onderga ik na het vernietigen een rouwperiode. Ik heb iets doodgemaakt.
Sunday, May 12, 2013
Rajastaanse kasteelschilderkunst
Muurschildering in een keizerlijk kasteel in Bundi, in de provincie Rajastan in India. Wij bezochten Bundi min of meer op goed geluk, en vonden de keizerlijke schilderingen in het kasteel in bijzonder goede staat.
Wednesday, May 08, 2013
Koolmees

Sunday, May 05, 2013
Saturday, May 04, 2013
Korte morele bespiegeling op het herdenken van de 'goede' slachtoffers
De discussie die op dit moment door Nederland waart, is die rond het vinden van een antwoord op de volgende vraag:
"..moet Nederland bij de dodenherdenking alleen de 'goede' Nederlandse slachtoffers herdenken, of ook de 'foute' Nederlanders en Duitsers?"
Die vraag kent in zichzelf een behoorlijke morele vooringenomenheid. Ze impliceert namelijk dat mensen goed of fout kunnen zijn. Dit is een morele tegenpool van de gedachte dat mensen in zichzelf nooit goed of fout kunnen zijn, maar wel goed of fout kunnen handelen. ik ben een zeer groot voorstander van de laatste gedachte, maar de vraagstelling gaat nog verder. Zij impliceert namelijk ook, dat niet alleen individuele mensen goed of fout kunnen zijn, maar dat ook bepaalde bevolkingsgroepen (Duitsers) of groepen mensen met gemeenschappelijke eigenschappen (foute Nederlanders, NSB'ers) gekwalificeerd kunnen worden door het predicaat 'goed' of 'fout'. Het behoeft, naar ik hoop, niet veel uitleg dat deze gedachte door mensen of machthebbers behoorlijk kan worden misbruikt. In de ethiek kent men de begrippen 'endomoraal' en 'exomoraal', betrekking hebbend op de gedachte dat een bepaald moreel construct alleen voor ingewijden in groep A geldt (endomoraal) maar voor mensen buiten die groep ingewijden geldt voor de ingewijden van groep A een andere, meestal ongunstiger moreel construct. (exomoraal) Zo is het in Nederland immoreel om iemand te doden. (endomoraal) Maar als een Nederlandse militair een Afghaanse Taliban doodt, krijgt hij een lintje. (exomoraal) Stel je voor wat er gebeurt als men ontdekt dat die Taliban een Nederlands paspoort blijkt te hebben. En ook nog eens blank en blond is.
Men moet zich überhaupt afvragen of geografische grenzen wel grond kunnen bieden aan morele bespiegelingen. Waarom is het mij, als Nederlander, immers meer gelegen om iemand uit Twente te verdedigen dan iemand uit Senegal?
Tenslotte is het zo, dat het niet mogelijk is, om de 'goeden' van de 'fouten' te onderscheiden. Een manhafte poging daartoe vindt men in het utilisme van de Engelse jurist Jeremy Bentham. Op verzoek kan ik wel uitleggen waarom dit utilisme niet werkt. (kort gezegd: omdat het principieel onrechtvaardig is)
Bovenstaande vraag staat dus bol van immorele principes en discutabele vooringenomenheden. Ik denk dat het realistischer zou zijn on de vraag als volgt te formuleren:
".. moet Nederland bij de dodenherdenking alleen de 'winnaars' van de oorlog herdenken, of mogen ook de 'verliezers' herdacht worden?"
"..moet Nederland bij de dodenherdenking alleen de 'goede' Nederlandse slachtoffers herdenken, of ook de 'foute' Nederlanders en Duitsers?"
Die vraag kent in zichzelf een behoorlijke morele vooringenomenheid. Ze impliceert namelijk dat mensen goed of fout kunnen zijn. Dit is een morele tegenpool van de gedachte dat mensen in zichzelf nooit goed of fout kunnen zijn, maar wel goed of fout kunnen handelen. ik ben een zeer groot voorstander van de laatste gedachte, maar de vraagstelling gaat nog verder. Zij impliceert namelijk ook, dat niet alleen individuele mensen goed of fout kunnen zijn, maar dat ook bepaalde bevolkingsgroepen (Duitsers) of groepen mensen met gemeenschappelijke eigenschappen (foute Nederlanders, NSB'ers) gekwalificeerd kunnen worden door het predicaat 'goed' of 'fout'. Het behoeft, naar ik hoop, niet veel uitleg dat deze gedachte door mensen of machthebbers behoorlijk kan worden misbruikt. In de ethiek kent men de begrippen 'endomoraal' en 'exomoraal', betrekking hebbend op de gedachte dat een bepaald moreel construct alleen voor ingewijden in groep A geldt (endomoraal) maar voor mensen buiten die groep ingewijden geldt voor de ingewijden van groep A een andere, meestal ongunstiger moreel construct. (exomoraal) Zo is het in Nederland immoreel om iemand te doden. (endomoraal) Maar als een Nederlandse militair een Afghaanse Taliban doodt, krijgt hij een lintje. (exomoraal) Stel je voor wat er gebeurt als men ontdekt dat die Taliban een Nederlands paspoort blijkt te hebben. En ook nog eens blank en blond is.
Men moet zich überhaupt afvragen of geografische grenzen wel grond kunnen bieden aan morele bespiegelingen. Waarom is het mij, als Nederlander, immers meer gelegen om iemand uit Twente te verdedigen dan iemand uit Senegal?
Tenslotte is het zo, dat het niet mogelijk is, om de 'goeden' van de 'fouten' te onderscheiden. Een manhafte poging daartoe vindt men in het utilisme van de Engelse jurist Jeremy Bentham. Op verzoek kan ik wel uitleggen waarom dit utilisme niet werkt. (kort gezegd: omdat het principieel onrechtvaardig is)
Bovenstaande vraag staat dus bol van immorele principes en discutabele vooringenomenheden. Ik denk dat het realistischer zou zijn on de vraag als volgt te formuleren:
".. moet Nederland bij de dodenherdenking alleen de 'winnaars' van de oorlog herdenken, of mogen ook de 'verliezers' herdacht worden?"
Saturday, April 20, 2013
Saturday, April 13, 2013
Kuifleeuwerik
Kuifleeuwerik, naar een foto die ik op Cyprus maakte. Er moeten nog wat details worden bijgewerkt, dan gaat hij pas echt leven. Ik ga er ook een vogelhuisje op schilderen, met een mezengaatje waar deze leeuwerik net niet in kan...
Friday, April 12, 2013
Dead Girl
Dit schilderij maakte ik ongeveer in 1994, toen mijn schilderstijl losser was dan nu. Het is een portret van het lichaam van een meisje dat honderd jaar ingemetseld had gezeten. Ik heb het schilderij overgeschilderd, maar niet voordat ik er een foto van maakte.
Thursday, April 11, 2013
Over kunst schrijven
Ik vraag mij af of het voor kunstenaars verstandig is om over hun eigen werk te spreken of te schrijven. Veel kunstenaars hebben ellenlange paragrafen met opgezwollen volzinnen nodig, om hun werk aan de goegemeente uit de doeken te doen. Andere kunstenaars oreren bij openingen voor een quasi-geinteresseerd publiek tot ze een ons wegen. Staan de werken dan wel centraal? Dreigt dan niet het gevaar, dat de werken slechts illustraties bij het geschrevene of gesprokene zijn? Zouden kunstwerken niet op zichzelf moeten kunnen staan?
Kun je de 'Guernica' van Picasso begrijpen of voldoende apprecieren als je de tragische gebeurtenissen in het Spaanse stadje Guernica, onderwerp van het schilderij, niet kent?
Kun je de 'Stammheim' serie van Gerhard Richter begrijpen als je niet weet wat de 'Rote Armee Fraktion' is? Moet je daarvoor Ulrike Meinhof en Andreas Baader kunen herkennen?
Ik heb er nogal een hekel aan om mij in te moeten lezen voordat ik kan begrijpen wat de thematiek van een kunstenaar is. Een koptelefoontje bij een tentoonstelling is mij helemaal vreemd. Wellicht doen daarom bepaalde werken mij minder dan andere. Daarenboven vraag ik mij af, of ik zelf iets over mijn eigen werk zou kunnen zeggen, dat enige relevantie bevat voor de appreciatie van het werk door derden. Ik heb het gevoel dat ik dan 'spoilers' van een film aan het uitleggen ben, of dat ik de interpretatiebandbreedte, zo eigen en speciaal voor beeldende kunst, ten onrechte verklein.
Een kunstenaar hoeft helemaal niets uit te leggen als het werk alleen maar mooi is. Maar dat is niet wat ik zou willen met mijn spul.
Kun je de 'Guernica' van Picasso begrijpen of voldoende apprecieren als je de tragische gebeurtenissen in het Spaanse stadje Guernica, onderwerp van het schilderij, niet kent?
Kun je de 'Stammheim' serie van Gerhard Richter begrijpen als je niet weet wat de 'Rote Armee Fraktion' is? Moet je daarvoor Ulrike Meinhof en Andreas Baader kunen herkennen?
Ik heb er nogal een hekel aan om mij in te moeten lezen voordat ik kan begrijpen wat de thematiek van een kunstenaar is. Een koptelefoontje bij een tentoonstelling is mij helemaal vreemd. Wellicht doen daarom bepaalde werken mij minder dan andere. Daarenboven vraag ik mij af, of ik zelf iets over mijn eigen werk zou kunnen zeggen, dat enige relevantie bevat voor de appreciatie van het werk door derden. Ik heb het gevoel dat ik dan 'spoilers' van een film aan het uitleggen ben, of dat ik de interpretatiebandbreedte, zo eigen en speciaal voor beeldende kunst, ten onrechte verklein.
Een kunstenaar hoeft helemaal niets uit te leggen als het werk alleen maar mooi is. Maar dat is niet wat ik zou willen met mijn spul.
Friday, April 05, 2013
Comment for Fred Ross and Juliette Aristides at Artrenewal.org
To show that you are good at painting is not the same as to show that you are a good painter.
Tonen dat je goed kunt schilderen is niet hetzelfde als tonen dat je een goede schilder bent.
Tonen dat je goed kunt schilderen is niet hetzelfde als tonen dat je een goede schilder bent.
Tuesday, April 02, 2013
Summary or preface to "Immersion in virtual Representation"
What is immersion?
You could state that making a movie, writing a book or painting a picture (in short: making a representation) solely has the purpose to create immersion. This implies that when using a representing medium you should be well-aware of what immersion is and how it can be stimulated with the user of the medium.
Say, you decide
to go to the cinema one night. You get on your bike, and cycle through the cold
to the cinema in town. You buy a ticket from a moody teenager at the counter,
you go into the cinema hall and get bombarded with popcorn by annoying
children. The lights dim and on the screen you see in 2D different actors
talking to one another. You forget the popcorn, the cinema hall and get
completely carried away into the movie, you sympathise with the little girl
walking up the stairs of the ghost mansion. You know that at the top of the
stairs is a creepy man. You believe that it is real, because you are getting
excited and a bit scared for the little girl’s life. But you don’t run forward
to warn her.
Is this a
temporary psychosis? You know it is not real, you are staring at the screen,
the person next to you is snoring, you know the actors, you bought the ticket,
but despite all those obvious clues you still believe for a moment that it is
real, or at least, you feel involved and sympathise with the characters in the
movie. This getting carried away, this compassion and sympathy, is what media
theorists call ‘immersion in representation’. Although the representation is
obviously not the same as reality, we feel, up to a certain point, that the represented
actions are ‘real’.
Immersion is a
concept which is hard to define. But it is an important concept. You could say
that without immersion, representations could not exist. If you don’t get
carried away by the movie, you will think: what am I doing here, I still need
to do groceries, how much would these actors get paid, and what does this has
to do with me? So without the immersion, representing media will not work. That
is the reason why it may be worthwhile to
attempt to define the concept of immersion. Horror movies like the 'Hellraiser' series, are especially interesting for students of immersion, because the purpose of these films are to scare te viewer, which is a rather basic emotion.
Immersion is
usually defined as: “The voluntarily
exchanging of someone’s identity and environment for a by a representing media
constructed identity and environment.”
This is a
standard definition. You can find this definition in literature on the topic. When
thinking critically this definition is not sustainable, however it is a
definition we can work with. For example: you can get completely carried away and
involved in a book or a movie, and in that case you take on the identities and
the environment that are represented in that book or movie and for a moment you
forget your own identity.
The decision to
take on an immersive attitude towards representing media is always a rational,
conscious one. You make a conscious decision to pick-up and start reading a
book. At that specific moment you can
choose to do other things, but apparently you choose not to. Being in a state
of immersion, thus being in a situation in which you exchange your identity and
surroundings for one that is represented, is always irrational and
subconscious. Your intelligence will not allow you to show your real emotions
to obvious non-real situations. If you go see a movie, and a monster startles
you or if you sympathise with the suffering main character, that is irrational
because the evidence that the monster is not real and that the main character
is just a well-paid actor is overwhelming. This overwhelming evidence can only
be denied by irrational prepossessions.
You could state that making a movie, writing a book or painting a picture (in short: making a representation) solely has the purpose to create immersion. This implies that when using a representing medium you should be well-aware of what immersion is and how it can be stimulated with the user of the medium.
With regard to
the above, many questions can be raised:
-
What is the
difference between immersion due to a representation, and immersion without
representation? (For example fantasy, day-dreaming etc.)
-
Can you also speak
of immersion when the representation is complete and believed to be real by the
immersive, not a representation?
-
How can it be,
that if immersion is irrational, you are not going to act on it and help the character
in the movie? Evidently, the believe in a representation has some limits.
-
Is it the case,
that when a representation is more vivid, like in 3D movies as compared to
books, that the immersion is stronger?
-
What if the
representation includes things that are never present in reality (e.g. the Hulk
or aliens), what does that part of the representation refer to? Apparently, not
everything in the representation has to refer to something, or it can refer to
more abstract concepts. How is it that immersion does occur in these cases?
Translated by Jelle Wien
Translated by Jelle Wien
Sunday, March 31, 2013
Oud schilderij, vernietigd
Heel oud schilderij, al lang geleden vernietigd. Het is een fantasievis, meen ik mij te moeten herinneren.
Diego Rivera
Plafondschildering door Diego Rivera in een gerechtsgebouw in Guadalajara, Mexico. Zelden zijn er gerechtelijke vonnissen uitgesproken onder een dergelijk gigantisch kunstwerk. Ik zou het toch wel heel erg geinig vinden om ook eens een dergelijk project te mogen aanpakken.
Wednesday, March 27, 2013
Immersie 32: een samenvatting
Wat is dat, immersie?
Stel, je besluit op een avond naar
de bioscoop te gaan. Je stapt op je fiets, fietst door de kou naar de bioscoop
in de stad, koopt een kaartje van een humeurige puber in een loketje, je gaat
de zaal binnen en wordt bekogeld met popcorn door verveelde kinderen. De zaal wordt
donker, een wit scherm verschijnt en daarop zie je in 2d allerlei koppen van
acteurs, die met elkaar spreken. Je vergeet de popcorn, de bioscoop, en je leeft
helemaal mee met het kleine meisje dat de enge, donkere trappen van het
spookachtige huis oploopt. Je weet dat boven een enge vent staat, en je wordt
bang en leeft mee, maar je rent niet naar voren om het meisje te waarschuwen.
Is dit een tijdelijke psychose? Je weet dat het nep is, je staart naar een
scherm, iemand naast je zit te snurken, je kent de acteurs, je hebt een kaartje
gekocht, maar ondanks die overduidelijke aanwijzingen geloof je toch een klein
beetje dat het echt is, althans, je voelt heel erg mee met de personages in de
film. Dat meeleven, de onderdompeling in de representatie, ondanks dat de
representatie overduidelijk niet echt is, dat noemen we immersie.
Immersie is een moeilijk begrip om te definiëren. Maar het is wel belangrijk.
Je zou kunnen zeggen dat zonder immersie representaties niet kunnen bestaan. Als
je geen immersie voelt bij een film, zul hje steeds denken: wat doe ik hier
eigenlijk, ik moet nog boodschappen doen, hoeveel krijgen die acteurs eigenlijk
betaald, wat heeft dit alles met mij te maken? Dus zonder immersie werken
representatieve media eigenlijk niet.
Immersie is te definiëren als:
Het vrijwillig verwisselen van
iemands identiteit en omgeving voor een
door een representatief medium opgewekte gefingeerde identiteit en omgeving.
Dat is een standaard definitie. Je kunt die in veel literatuur over het
onderwerp vinden. Hij is niet houdbaar, als je doordenkt, maar als
werkdefinitie volstaat hij wel.
Je kunt bijvoorbeeld helemaal opgaan in een boek of in een film, in dat
geval neem je de identiteiten en omgevingen die in het boek of de film worden
gerepresenteerd voor waar aan, en vergeet je even wie je zelf bent.
De beslissing om een immersieve houding aan te nemen ten aanzien van een
representatief medium is altijd een rationele, een bewuste. Je neemt bewust de
beslissing om een boek ter hand te nemen en dat te gaan lezen. Je kunt ook
andere dingen gaan doen, maar daar zijn op dat moment argumenten tegen.
Maar verkeren in een staat van immersie, dus in een situatie waarin je de werkelijke
wereld en je eigen identiteit inruimt voor een gerepresenteerde, is altijd
irrationeel, en onbewust, omdat de ratio niet toestaat dat je werkelijke
emoties toont als gevolg van bewijsbaar niet-werkelijke situaties. Als je naar
een film gaat, en je schrikt van een monster of voelt mee met de lijdende
hoofdpersoon, is dat irrationeel, omdat de bewijzen dat het monster niet bestaat
omdat hij van papier mache is, en de hoofdpersoon niet echt lijdt maar als
acteur dik betaald krijgt voor zijn rol, overweldigend zijn. Die overweldigende
bewijsvoering kan alleen in een irrationele vooringenomenheid worden ontkend.
Je zou kunnen zeggen dat het maken van een film of het schrijven van een
boek of het schilderen van een schilderij (kortom: het maken van een
representatie) uitsluitend als doel heeft om immersie op te wekken. Dat
betekent dat als je een representatief medium hanteert, je heel goed moet weten
wat immersie is en hoe je het kunt opwekken bij een gebruiker van je medium.
Je kunt, naar aanleiding van bovenstaand, nog veel vragen stellen:
·
Wat is het verschil tussen immersie naar aanleiding van
een representatie, en immersie zonder representatie, dus zogenaamde fantasie,
dagdromen, en wat dies meer zij?
·
Is er ook sprake van immersie als de representatie
volledig is, dus als je werkelijk gelooft dat de representatie echt is?
·
Hoe komt het dat, als immersie niet rationeel is, dat je
een personage in een film toch niet echt gaat helpen? Klaarblijkelijk is het
geloof in de representatie maar tot een bepaalde hoogte.
·
Is het werkelijk zo, dat wanneer een representatie meer
op het gerepresenteerde lijkt, zoals een 3d-film, of het Holodeck op de
Starship Enterprise, de immersie hoger is dan bij representaties die helemaal
niet op het gerepresenteerde lijken, zoals boeken?
·
Stel dat in de representaties zaken aanwezig zijn die
niet in de werkelijkheid voorkomen, of die niemand ooit heeft gezien, zoals ‘De
Hulk’, of een buitenaards wezen, waar verwijst dat deel van de representatie
dan naar? Kennelijk hoeft niet alles in een representatie ergens naar te
verwijzen, of kan ook verwezen worden naar abstracte concepten. Hoe komt het
dan dat er toch immersie plaatsvindt, als het goed is?
Saturday, March 23, 2013
Zomerexpo 2013
Daar staat 'ie dan, droevig te kijken omdat hij niet mee mag naar het Gemeentemuseum te Den Haag en weer terug moet in de kast..
Monday, March 18, 2013
New painting
Eerste gedeelte van een schilderij waar ik vorige week aan ben begonnen. Het is een aardige lap, 1.90 bij 2.60. Voorlopig nog niet af.
Sunday, March 10, 2013
Meer vandalisme
13e eeuws fresco bekrast met 20e eeuwse Griekse en Turkse teksten. Het gzicht, in het bijzonder de ogen, zijn doorgekrast.
Kunstvandalisme
Twaalfde of dertiende eeuws fresco in een Basilica aan de kust van Noord Cyprus. Het gezicht is bekrast, waarschijnlijk door de Turken na de bezetting.
Saturday, March 09, 2013
Filosofie bij kaarslicht 1
Goed beschouwd zijn er drie levensbeschouwingen:
Een levensbeschouwing waarbij je de wereld ziet zoals die is, maar ook een beeld hebt hoe die eigenlijk zou moeten zijn. Je spant je tijdens je leven in om de wereld zoals die is te veranderen in een wereld zoals die volgens jouw beeld zou moeten zijn. Dat lukt nooit, niet alleen omdat je nooit genoeg verandering teweeg kunt brengen, maar ook omdat er mensen zijn die een ander beeld hebben van de ideale wereld. Desalniettemin vind je veel voldoening in in je pogingen je doelen te bereiken.
Dit zou je een idealistische levensstijl kunnen noemen.
Een levensbeschouwing waarbij je de wereld ziet zoals die is, en je geen reden hebt om die te veranderen, niet omdat de wereld niet beter zou kunnen, maar omdat je vindt dat het veranderen van de wereld nutteloos en futiel is, en de dingen buiten jouw invloedssfeer plaatsvinden. Je zet je tijdens je leven in om de boel te laten zijn zoals die is. Je leven wordt relevant doordat je een grote tevredenheid voelt, en je hebt niet veel nodig.
Dit zou je een stoïcijnse of Taoïstische levensstijl kunnen noemen.
Een levensbeschouwing waarbij niet de wereld centraal staat, maar jijzelf. Je probeert dus het beste uit jezelf te halen, je zoekt de vrijheid om zoveel mogelijk van de wereld te begrijpen. Daar ben je je hele leven mee bezig, aangezien je jezelf nooit zult kunnen perfectioneren. Je zoekt andere mensen en probeert hen te verstaan, je reist en onderzoekt. Je bouwt je persoonlijkheid op aan de hand van indrukken en verhalen.
Dit zou je een existentialistische of humanistische levensstijl kunnen noemen.
Een levensbeschouwing waarbij je de wereld ziet zoals die is, maar ook een beeld hebt hoe die eigenlijk zou moeten zijn. Je spant je tijdens je leven in om de wereld zoals die is te veranderen in een wereld zoals die volgens jouw beeld zou moeten zijn. Dat lukt nooit, niet alleen omdat je nooit genoeg verandering teweeg kunt brengen, maar ook omdat er mensen zijn die een ander beeld hebben van de ideale wereld. Desalniettemin vind je veel voldoening in in je pogingen je doelen te bereiken.
Dit zou je een idealistische levensstijl kunnen noemen.
Een levensbeschouwing waarbij je de wereld ziet zoals die is, en je geen reden hebt om die te veranderen, niet omdat de wereld niet beter zou kunnen, maar omdat je vindt dat het veranderen van de wereld nutteloos en futiel is, en de dingen buiten jouw invloedssfeer plaatsvinden. Je zet je tijdens je leven in om de boel te laten zijn zoals die is. Je leven wordt relevant doordat je een grote tevredenheid voelt, en je hebt niet veel nodig.
Dit zou je een stoïcijnse of Taoïstische levensstijl kunnen noemen.
Een levensbeschouwing waarbij niet de wereld centraal staat, maar jijzelf. Je probeert dus het beste uit jezelf te halen, je zoekt de vrijheid om zoveel mogelijk van de wereld te begrijpen. Daar ben je je hele leven mee bezig, aangezien je jezelf nooit zult kunnen perfectioneren. Je zoekt andere mensen en probeert hen te verstaan, je reist en onderzoekt. Je bouwt je persoonlijkheid op aan de hand van indrukken en verhalen.
Dit zou je een existentialistische of humanistische levensstijl kunnen noemen.
Tuesday, March 05, 2013
Mijmering
Men verwijt mij vaak dat mijn huidige schilderwerk te veel op techniek en ambacht leunt en te weinig op conceptualiteit. Dit verwijt wordt voornamelijk uitgesproken door collega-kunstenaars die ambachtsloze concepten produceren. Mijn antwoord is het volgende: je kunt heel goed kiezen voor een ambachtelijk gebrekkig of technisch rammelend produkt, als het concept daarmee gebaat is. Maar die keuze is alleen dan gerechtvaardigd als je wel de ambachtelijkheid hebt, en bewust kiest die niet te gebruiken. Als je die keuze niet kunt make omdat je ambachtelijk niets in huis hebt, dan is het argument niet valide. Picasso heeft schilderijen gemaakt waarbij het technische aspect ver te zoeken is. Maar hij kon wel schilderen, zie zijn vroege schilderijen, of zijn academiewerk. Zijn keuze om het technische aspect minder belangrijk te maken, is daarmee een bewuste en een rechtvaardige geweest.
Overigens heb ik, met name in het verleden, ook veel werk gemaakt waarbij het technische aspect geen rol speelde, maar veeleer nadruk werd gelegd op het methodische of het tachistische. Dat was destijds een bewuste keuze.
Overigens heb ik, met name in het verleden, ook veel werk gemaakt waarbij het technische aspect geen rol speelde, maar veeleer nadruk werd gelegd op het methodische of het tachistische. Dat was destijds een bewuste keuze.
Monday, March 04, 2013
Wild-orchid hunting
Thursday, February 21, 2013
Half afgemaakt schilderij
Half afgemaakte poging om een maniëristisch naakt te combineren met de kunstvisie van Yves Klein.. ongeveer uit 1996. Is ook vernietigd.
Drie zelfportretten
Drie zelfportretten, in verschillende posen en hoedanigheden in een soort extreme Caravaggio-stijl.. in die tijd raakte ik erg beinvloed door Romeinse muurschilderingen, ik probeerde door te wassen en schuren een soort muur-effect te bereiken, om de schilderijen wat grafischer te maken. Dat is te zien op het grootste portret, het "Zelfportret als Joodse Wijsgeer".. Ik heb ze rond 1995 geschilderd. Alleen de kleinste heb ik nog, de andere twee zijn vernietigd. Maar voordat ik ze vernietigde heb ik er nog een dia van gemaakt.
Kruisiging
Dit is een schilderij dat ik ongeveer 20 jaar geleden maakte.. het is een zelfportret als gekruisigde. Ik heb het lang geleden vernietigd, maar heb er nog wel een dia van. Het schilderij komt uit een periode dat ik het coloriet van Rudolf Hausner met de dramatische lichtbehandeling van Caravaggio en de Utrechtse Carravaggisten wilde combineren.
Friday, February 15, 2013
Groot formaat
De Arma-methode: tegen weinig geld een groot spielatframe maken dat sterker is dan datgene wat je in de winkel koopt. Ziehier het resultaat. 1.90 bij 2.60 (geloof ik) en dat wordt dus weer minstens een half jaar schilderen.
Mestkever
Wat je kunt doen met olieverf van de Aldi, een doekje van 30 bij 30 van anderhalve euro en een half uurtje tijd? Een mestkever schilderen, natuurlijk!
Saturday, February 09, 2013
Annunciatie
Schilderij is eindelijk af. Ik zat helemaal vast, maar deze week vond ik de oplossing: mestkevers. Er zijn er nu zes op de bodem hun dung aan het wegrollen. Daarnaast heb ik gisteren en vandaag nog wat details verbeterd zoals de schedel, de reiger en wat dingen op de draperie en zo.
Dat was bijna twee jaar schilderen.
Dat was bijna twee jaar schilderen.
Saturday, February 02, 2013
Atelier-uitje naar Keulen
Een van de aangename bijverschijnselen van een atelier waarin meerdere kunstenaars werken is de gelegenheid om gezamenlijk tentoonstellingen te bezoeken. Deze foto is gemaakt na het bezoek aan de tentoonstelling met recent werk (helaas geen werk uit de jaren '60 en '70) van David Hockney in het Ludwig in Keulen. We zitten hier in het plaatselijke steak-restaurant en bestellen er nog een koffie met gebak bij.
Ludwig Museum in Keulen
Nadat je de zalen bent doorgelopen waarin de tentoonstelling van David Hockney te zien is, bereik je de prachtige trappengalerij van het Ludwig Museum te Keulen. Normaliter hangt daar de '48 portretten' of de 'Ema' van Gerhard Richter, met wat werk van Sigmar Polke en vaak ook A.R.Penck, dat zijn toch hoogtepunten uit de collectie van het Ludwig, en de beste Europese werken uit de twintigste eeuw. Maar nu hangt dit afzichtelijke ding er. Wat een wansmaak. Ik heb schaamhaar gezien dat interessanter texturen vertoonde, uitgeknepen steenpuisten met een hogere esthetische kwaliteit, aardappelschillen met frappanter kleurschakeringen, en bordeelromannetjes met meer zeggingskracht..
Navraag leert dat de minkukel die dit gedrocht meende te moeten realiseren zich beweegt onder de naam Andreas Schulze. Ik mocht ook vernemen dat Schulze, want verantwoordelijk voor het bestaan van deze onwelriekende drol, zich nu schuilhoudt, onder druk van schaamte en massaal hoongelach en beschimpingen.
Kunnen de Richters en Polke's weer snel terug?
Navraag leert dat de minkukel die dit gedrocht meende te moeten realiseren zich beweegt onder de naam Andreas Schulze. Ik mocht ook vernemen dat Schulze, want verantwoordelijk voor het bestaan van deze onwelriekende drol, zich nu schuilhoudt, onder druk van schaamte en massaal hoongelach en beschimpingen.
Kunnen de Richters en Polke's weer snel terug?
Wednesday, January 30, 2013
Tekst bij 'Zelfportret' van Ine van der Horn
De kunst..
schoonheid…, men zegt dat er niet over te twisten valt. Mensen zien kunst doorgaans
als symbolen, rebussen bij een concept, voorstellingen die door iemand zijn
gecomponeerd en alleen maar bestaan zodat mensen er naar kunnen kijken en zich
kunnen afvragen wat de kunstenaar er nou eigenlijk mee bedoelde. En als je die
bedoeling dan, als kunstliefhebber, doorhebt, dan is het kunstwerk zelf een
lege huls geworden, niets meer dan een vertelde mop, en kun je het alleen nog
maar waarderen om het ambachtelijke. En als je er niet achter komt dan is het
kunstwerk een onoplosbare puzzel, slecht vervaardigd, twijfel je aan het recht
van bestaan, dan haal je je schouders op en wend je je naar het volgende werk.
Maar bezie het
beeld van Ine van der Horn nu eens op een andere manier, namelijk als een
bevroren moment, een foto van Cartier Bresson, een representatie van het
belangrijkste en interessantste moment uit een levensloop, een minuscuul fragmentje
tijd uit een eeuwigheid. Het kost U misschien wat inlevingsvermogen, wellicht
bent U niet gewend om zo naar kunst te kijken.
En stel je
daarbij voor dat de kwaliteit van het werk niet zit in het afbeelden zelf, niet
in het gebruikte materiaal, maar in het kiezen van dat specifieke, speciale moment.
Dat Ine dit moment bewust gekozen heeft als het meest spannende ogenblik van
een verder onbekende beweging of een gesuggereerd leven. Ik kan U zeggen dat
dat het nodige talent van de kunstenaar vergt.
Zie je Ine
zitten, in haar atelier, ze beeldt zich een leven van een mens voor, een
situatie, een beweging, en zoekt naar het meest intense moment. Hop, daar is
het, een ogenblikje maar. Dat moet ze afbeelden, dat is de spanning. Snel het
leer gepakt, voordat het moment uit haar gedachten is gevlogen.
Wat zie je dan?
(bovenstaande tekst schreef ik voor een website n.a.v. een tentoonstelling van Ine van der Horn)
Sunday, January 27, 2013
Aquarel
Vandaag aquarel gemaakt, maar omdat ik helemaal niet kan aquarelleren en dat graag wil verbergen heb ik met een stift wat tekening toegevoegd, in een soort strip-stijl.
Thursday, January 17, 2013
Mijmering...
Als er dan een ding is, dat het maatschappelijk relevante bestaan mij heeft geleerd, dan is het wel de noodzaak van een goede balans tussen het spelen van de volgzame dwaas en het uithangen van de gehate criticus.
Wednesday, January 16, 2013
Weer een vogeltje..
Vandaag weer een vogeltje geschilderd, op 30 bij 30 centimeter, ditmaal een Indian Roller, in het Nederlands is dat een Scharrelaar. Die heb ik in India veel gezien.... Eigenlijk is zijn neef, de Lilac Breasted Roller, veel mooier, die heb ik in Tanzania gezien. Maar die schilder ik ook nog wel een keer.
Het is wonderbaarlijk hoe gemakkelijk het schilderen dit soort schilderijtjes mij af gaan. Doorgaans is het schilderen voor mij een moeizame en frustrerende aangelegenheid, maar deze kleine vogeltjes kosten mij nauwelijks moeite.
Het is wonderbaarlijk hoe gemakkelijk het schilderen dit soort schilderijtjes mij af gaan. Doorgaans is het schilderen voor mij een moeizame en frustrerende aangelegenheid, maar deze kleine vogeltjes kosten mij nauwelijks moeite.
Monday, January 14, 2013
Tragische Fabels 2
Van de onfortuinlijke
specht
In een groot, donker bos leefde eens een specht. Die specht vond het
eigenlijk maar helemaal niks in dat bos. Er waren grote roofvogels die boven de
toppen van de bomen zweefden op zoek naar een lekker hapje, dus als je niet
uitkeek was je de sigaar. De specht moest zich dus altijd verschuilen onder de
bladeren, anders merkten de roofvogels hem op. Maar daar, onder de bladeren, was het ook
niet pluis, want er hadden zich enorme uilen verschanst, die de specht niet goed kon zien, omdat ze doodstil bleven zitten, en er jaagden daarnaast marters die wel een lekker spechtje lusten. Op de bodem
van het bos waren de rapen helemaal gaar, want daar struinden de vossen rond, en bovendien de
kat van de boer even verderop. Die kat had genoeg te eten, maar hij wilde spechten
doden uitsluitend voor de sport.
De specht was dus nergens veilig, en vloog angstig in
het rond. Soms schrok hij van een boomstronk omdat hij dacht dat het een uil
was, van een vallend blaadje omdat hij dacht dat het een roofvogel was, of van
een windvlaag door de varens, omdat hij dacht dat het een vos of een kat was. En
als die er niet waren, dan werd het wel onaangenaam omdat het regende, of zorgde
Koning Winter voor ijzige vrieskoude, ijspegels aan de takken, en een dikke
sneeuwlaag.
De arme specht werd steeds angstiger en betwijfelde op een bepaald moment
zelfs het nut van zijn bestaan. Als hij alleen maar angstig zou zijn, omdat het
gevaar en ongerief telkens van alle kanten op hem af kwam, was het dan nog wel
waard om te leven?
Op een dag had de specht een goed idee. Hij pikte met zijn krachtige snavel in de stam
van een hoge boom, net onder de kruin. En hoe langer hij pikte, hoe meer de
machtige stam week. Eerst verscheen een klein gaatje, maar na uren zwoegen
was een gat in de stam ontstaan waar de specht al half in kon. Het kostte
twee dagen werk, maar toen had de specht zijn uiteindelijke doel bereikt: een
hol in de stam, zo groot, dat hij er in kon wonen, slapen en rustig zitten,
zonder dat enig gevaar dreigde. De roofvogels konden hem niet meer zien, en als
ze hem zagen aanvliegen was de ingang zo
klein dat ze nooit naar binnen konden. De uilen hadden ook geen schijn van
kans, en de vossen en katten konden zo hoog niet komen. Zelfs Koning Winter was
machteloos, want in de stam was het lekker warm en aangenaam.
Zo kreeg de specht weer zin in het leven. Hij maakte zijn holletje zo, dat
hij er zeer aangenaam kon verpozen en raakte zijn angst helemaal kwijt. Hij
hoefde slechts naar buiten om wat voedsel te halen, de rest van de dag bleef hij
gewoon lekker binnen zitten. Het vertrouwen in zijn nieuwe omgeving groeide zo,
dat hij zich volledig onkwetsbaar voelde in zijn stam, en zijn zelfvertrouwen
werd groot.
Op een kwade dag, het was een hete zomerdag, was in het bos grote paniek
uitgebroken. De zangvogeltjes, insecten, vossen, uilen en muizen vluchtten
massaal naar de rand van het bos, de weilanden op. In de verte was het kwaad waarneembaar: een furieuze bosbrand! De specht
echter, voelde zich zo veilig en onkwetsbaar in zijn stam, en zijn geloof in de krachtige stam was zo groot, dat hij weigerde te vluchten voor
de vernietigende vlammen, ofschoon hij daar wel ruimschoots tijd en gelegenheid voor kreeg. Hij verbrandde levend.
Saturday, January 12, 2013
Schilderij van de dag
Het is koud in het atelier, dus maakte ik vandaag een klein schilderijtje (30 bij 30 cm.) van een ijsvogel. Deze ijsvogel staat ook al op een ander, groter schilderij ('Annunciatie') maar hij mocht wel een keer los, van mij..
Subscribe to:
Posts (Atom)

.jpg)
verkleind.jpg)
verkleind.jpg)
verkleind.jpg)








