Sunday, March 31, 2013

Oud schilderij, vernietigd

Heel oud schilderij, al lang geleden vernietigd. Het is een fantasievis, meen ik mij te moeten herinneren.

Diego Rivera

Plafondschildering door Diego Rivera in een gerechtsgebouw in Guadalajara, Mexico. Zelden zijn er gerechtelijke vonnissen uitgesproken onder een dergelijk gigantisch kunstwerk. Ik zou het toch wel heel erg geinig vinden om ook eens een dergelijk project te mogen aanpakken.

Wednesday, March 27, 2013

Immersie 32: een samenvatting

Wat is dat, immersie?

 

Stel, je  besluit op een avond naar de bioscoop te gaan. Je stapt op je fiets, fietst door de kou naar de bioscoop in de stad, koopt een kaartje van een humeurige puber in een loketje, je gaat de zaal binnen en wordt bekogeld met popcorn door verveelde kinderen. De zaal wordt donker, een wit scherm verschijnt en daarop zie je in 2d allerlei koppen van acteurs, die met elkaar spreken. Je vergeet de popcorn, de bioscoop, en je leeft helemaal mee met het kleine meisje dat de enge, donkere trappen van het spookachtige huis oploopt. Je weet dat boven een enge vent staat, en je wordt bang en leeft mee, maar je rent niet naar voren om het meisje te waarschuwen.

 

Is dit een tijdelijke psychose? Je weet dat het nep is, je staart naar een scherm, iemand naast je zit te snurken, je kent de acteurs, je hebt een kaartje gekocht, maar ondanks die overduidelijke aanwijzingen geloof je toch een klein beetje dat het echt is, althans, je voelt heel erg mee met de personages in de film. Dat meeleven, de onderdompeling in de representatie, ondanks dat de representatie overduidelijk niet echt is, dat noemen we immersie.

 

Immersie is een moeilijk begrip om te definiëren. Maar het is wel belangrijk. Je zou kunnen zeggen dat zonder immersie representaties niet kunnen bestaan. Als je geen immersie voelt bij een film, zul hje steeds denken: wat doe ik hier eigenlijk, ik moet nog boodschappen doen, hoeveel krijgen die acteurs eigenlijk betaald, wat heeft dit alles met mij te maken? Dus zonder immersie werken representatieve media eigenlijk niet.

 

Immersie is te definiëren als:

Het vrijwillig verwisselen van iemands identiteit  en omgeving voor een door een representatief medium opgewekte gefingeerde identiteit en omgeving.

Dat is een standaard definitie. Je kunt die in veel literatuur over het onderwerp vinden. Hij is niet houdbaar, als je doordenkt, maar als werkdefinitie volstaat hij wel.

Je kunt bijvoorbeeld helemaal opgaan in een boek of in een film, in dat geval neem je de identiteiten en omgevingen die in het boek of de film worden gerepresenteerd voor waar aan, en vergeet je even wie je zelf bent.

 

De beslissing om een immersieve houding aan te nemen ten aanzien van een representatief medium is altijd een rationele, een bewuste. Je neemt bewust de beslissing om een boek ter hand te nemen en dat te gaan lezen. Je kunt ook andere dingen gaan doen, maar daar zijn op dat moment argumenten tegen.

 

Maar verkeren in een staat van immersie, dus in een situatie waarin je de werkelijke wereld en je eigen identiteit inruimt voor een gerepresenteerde, is altijd irrationeel, en onbewust, omdat de ratio niet toestaat dat je werkelijke emoties toont als gevolg van bewijsbaar niet-werkelijke situaties. Als je naar een film gaat, en je schrikt van een monster of voelt mee met de lijdende hoofdpersoon, is dat irrationeel, omdat de bewijzen dat het monster niet bestaat omdat hij van papier mache is, en de hoofdpersoon niet echt lijdt maar als acteur dik betaald krijgt voor zijn rol, overweldigend zijn. Die overweldigende bewijsvoering kan alleen in een irrationele vooringenomenheid worden ontkend.

 

Je zou kunnen zeggen dat het maken van een film of het schrijven van een boek of het schilderen van een schilderij (kortom: het maken van een representatie) uitsluitend als doel heeft om immersie op te wekken. Dat betekent dat als je een representatief medium hanteert, je heel goed moet weten wat immersie is en hoe je het kunt opwekken bij een gebruiker van je medium.

 

Je kunt, naar aanleiding van bovenstaand, nog veel vragen stellen:

·       Wat is het verschil tussen immersie naar aanleiding van een representatie, en immersie zonder representatie, dus zogenaamde fantasie, dagdromen, en wat dies meer zij?

·       Is er ook sprake van immersie als de representatie volledig is, dus als je werkelijk gelooft dat de representatie echt is?

·       Hoe komt het dat, als immersie niet rationeel is, dat je een personage in een film toch niet echt gaat helpen? Klaarblijkelijk is het geloof in de representatie maar tot een bepaalde hoogte.

·       Is het werkelijk zo, dat wanneer een representatie meer op het gerepresenteerde lijkt, zoals een 3d-film, of het Holodeck op de Starship Enterprise, de immersie hoger is dan bij representaties die helemaal niet op het gerepresenteerde lijken, zoals boeken?

·       Stel dat in de representaties zaken aanwezig zijn die niet in de werkelijkheid voorkomen, of die niemand ooit heeft gezien, zoals ‘De Hulk’, of een buitenaards wezen, waar verwijst dat deel van de representatie dan naar? Kennelijk hoeft niet alles in een representatie ergens naar te verwijzen, of kan ook verwezen worden naar abstracte concepten. Hoe komt het dan dat er toch immersie plaatsvindt, als het goed is?

Saturday, March 23, 2013

Zomerexpo 2013

Daar staat 'ie dan, droevig te kijken omdat hij niet mee mag naar het Gemeentemuseum te Den Haag en weer terug moet in de kast..

Monday, March 18, 2013

Here is how it was done.

Video of me doing the first part of my new painting.

New painting

Eerste gedeelte van een schilderij waar ik vorige week aan ben begonnen. Het is een aardige lap, 1.90 bij 2.60. Voorlopig nog niet af.

Sunday, March 10, 2013

Meer vandalisme

13e eeuws fresco bekrast met 20e eeuwse Griekse en Turkse teksten. Het gzicht, in het bijzonder de ogen, zijn doorgekrast.

Kunstvandalisme

Twaalfde of dertiende eeuws fresco in een Basilica aan de kust van Noord Cyprus. Het gezicht is bekrast, waarschijnlijk door de Turken na de bezetting.

Saturday, March 09, 2013

Filosofie bij kaarslicht 1

Goed beschouwd zijn er drie levensbeschouwingen:

Een levensbeschouwing waarbij je de wereld ziet zoals die is, maar ook een beeld hebt hoe die eigenlijk zou moeten zijn. Je spant je tijdens je leven in om de wereld zoals die is te veranderen in een wereld zoals die volgens jouw beeld zou moeten zijn. Dat lukt nooit, niet alleen omdat je nooit genoeg verandering teweeg kunt brengen, maar ook omdat er mensen zijn die een ander beeld hebben van de ideale wereld. Desalniettemin vind je veel voldoening in in je pogingen je doelen te bereiken.
Dit zou je een idealistische levensstijl kunnen noemen.

Een levensbeschouwing waarbij je de wereld ziet zoals die is, en je geen reden hebt om die te veranderen, niet omdat de wereld niet beter zou kunnen, maar omdat je vindt dat het veranderen van de wereld nutteloos en futiel is, en de dingen buiten jouw invloedssfeer plaatsvinden. Je zet je tijdens je leven in om de boel te laten zijn zoals die is. Je leven wordt relevant doordat je een grote tevredenheid voelt, en je hebt niet veel nodig.
Dit zou je een stoïcijnse of Taoïstische levensstijl kunnen noemen.

Een levensbeschouwing waarbij niet de wereld centraal staat, maar jijzelf. Je probeert dus het beste uit jezelf te halen, je zoekt de vrijheid om zoveel mogelijk van de wereld te begrijpen. Daar ben je je hele leven mee bezig, aangezien je jezelf nooit zult kunnen perfectioneren. Je zoekt andere mensen en probeert hen te verstaan, je reist en onderzoekt. Je bouwt je persoonlijkheid op aan de hand van indrukken en verhalen.
Dit zou je een existentialistische of humanistische levensstijl kunnen noemen.

Tuesday, March 05, 2013

Mijmering

Men verwijt mij vaak dat mijn huidige schilderwerk te veel op techniek en ambacht leunt en te weinig op conceptualiteit. Dit verwijt wordt voornamelijk uitgesproken door collega-kunstenaars die ambachtsloze concepten produceren. Mijn antwoord is het volgende: je kunt heel goed kiezen voor een ambachtelijk gebrekkig of technisch rammelend produkt, als het concept daarmee gebaat is. Maar die keuze is alleen dan gerechtvaardigd als je wel de ambachtelijkheid hebt, en bewust kiest die niet te gebruiken. Als je die keuze niet kunt make omdat je ambachtelijk niets in huis hebt, dan is het argument niet valide. Picasso heeft schilderijen gemaakt waarbij het technische aspect ver te zoeken is. Maar hij kon wel schilderen, zie zijn vroege schilderijen, of zijn academiewerk. Zijn keuze om het technische aspect minder belangrijk te maken, is daarmee een bewuste en een rechtvaardige geweest.

Overigens heb ik, met name in het verleden, ook veel werk gemaakt waarbij het technische aspect geen rol speelde, maar veeleer nadruk werd gelegd op het methodische of het tachistische. Dat was destijds een bewuste keuze.

Monday, March 04, 2013

Wild-orchid hunting

To go on a wild-orchid hunt near Hisarkoy with the marvellous Tony Hutchinson and a Swedish film crew. Apparently, being a cameraman is not all that glamorous. Those wild orchids are quite beautiful and not at all like the cultivated orchids one buys at the flower shop.

Thursday, February 21, 2013

Half afgemaakt schilderij

Half afgemaakte poging om een maniëristisch naakt te combineren met de kunstvisie van Yves Klein.. ongeveer uit 1996. Is ook vernietigd.

Drie zelfportretten

Drie zelfportretten, in verschillende posen en hoedanigheden in een soort extreme Caravaggio-stijl.. in die tijd raakte ik erg beinvloed door Romeinse muurschilderingen, ik probeerde door te wassen en schuren een soort muur-effect te bereiken, om de schilderijen wat grafischer te maken. Dat is te zien op het grootste portret, het "Zelfportret als Joodse Wijsgeer"..  Ik heb ze rond 1995 geschilderd. Alleen de kleinste heb ik nog, de andere twee zijn vernietigd. Maar voordat ik ze vernietigde heb ik er nog een dia van gemaakt.

Kruisiging

Dit is een schilderij dat ik ongeveer 20 jaar geleden maakte.. het is een zelfportret als gekruisigde. Ik heb het lang geleden vernietigd, maar heb er nog wel een dia van. Het schilderij komt uit een periode dat ik het coloriet van Rudolf Hausner met de dramatische lichtbehandeling van Caravaggio en de Utrechtse Carravaggisten wilde combineren.

Friday, February 15, 2013

Groot formaat

De Arma-methode: tegen weinig geld een groot spielatframe maken dat sterker is dan datgene wat je in de winkel koopt. Ziehier het resultaat. 1.90 bij 2.60 (geloof ik) en dat wordt dus weer minstens een half jaar schilderen.

Mestkever

Wat je kunt doen met olieverf van de Aldi, een doekje van 30 bij 30 van anderhalve euro en een half uurtje tijd? Een mestkever schilderen, natuurlijk!

Saturday, February 09, 2013

Annunciatie

Schilderij is eindelijk af. Ik zat helemaal vast, maar deze week vond ik de oplossing: mestkevers. Er zijn er nu zes op de bodem hun dung aan het wegrollen. Daarnaast heb ik gisteren en vandaag nog wat details verbeterd zoals de schedel, de reiger en wat dingen op de draperie en zo.

Dat was bijna twee jaar schilderen.

Saturday, February 02, 2013

Atelier-uitje naar Keulen

Een van de aangename bijverschijnselen van een atelier waarin meerdere kunstenaars werken is de gelegenheid om gezamenlijk tentoonstellingen te bezoeken. Deze foto is gemaakt na het bezoek aan de tentoonstelling met recent werk (helaas geen werk uit de jaren '60 en '70) van David Hockney in het Ludwig in Keulen. We zitten hier in het plaatselijke steak-restaurant en bestellen er nog een koffie met gebak bij.

Ludwig Museum in Keulen

Nadat je de zalen bent doorgelopen waarin de tentoonstelling van David Hockney te zien is, bereik je de prachtige trappengalerij van het Ludwig Museum te Keulen. Normaliter hangt daar de '48 portretten' of de 'Ema' van Gerhard Richter, met wat werk van Sigmar Polke en vaak ook A.R.Penck, dat zijn toch hoogtepunten uit de collectie van het Ludwig, en de beste Europese werken uit de twintigste eeuw. Maar nu hangt dit afzichtelijke ding er. Wat een wansmaak. Ik heb schaamhaar gezien dat interessanter texturen vertoonde, uitgeknepen steenpuisten met een hogere esthetische kwaliteit, aardappelschillen met frappanter kleurschakeringen, en bordeelromannetjes met meer zeggingskracht..

Navraag leert dat de minkukel die dit gedrocht meende te moeten realiseren zich beweegt onder de naam Andreas Schulze. Ik mocht ook vernemen dat Schulze, want verantwoordelijk voor het bestaan van deze onwelriekende drol, zich nu schuilhoudt, onder druk van schaamte en massaal hoongelach en beschimpingen.

Kunnen de Richters en Polke's weer snel terug?

Wednesday, January 30, 2013

Tekst bij 'Zelfportret' van Ine van der Horn


De kunst.. schoonheid…, men zegt dat er niet over te twisten valt. Mensen zien kunst doorgaans als symbolen, rebussen bij een concept, voorstellingen die door iemand zijn gecomponeerd en alleen maar bestaan zodat mensen er naar kunnen kijken en zich kunnen afvragen wat de kunstenaar er nou eigenlijk mee bedoelde. En als je die bedoeling dan, als kunstliefhebber, doorhebt, dan is het kunstwerk zelf een lege huls geworden, niets meer dan een vertelde mop, en kun je het alleen nog maar waarderen om het ambachtelijke. En als je er niet achter komt dan is het kunstwerk een onoplosbare puzzel, slecht vervaardigd, twijfel je aan het recht van bestaan, dan haal je je schouders op en wend je je naar het volgende werk.

Maar bezie het beeld van Ine van der Horn nu eens op een andere manier, namelijk als een bevroren moment, een foto van Cartier Bresson, een representatie van het belangrijkste en interessantste moment uit een levensloop, een minuscuul fragmentje tijd uit een eeuwigheid. Het kost U misschien wat inlevingsvermogen, wellicht bent U niet gewend om zo naar kunst te kijken.

En stel je daarbij voor dat de kwaliteit van het werk niet zit in het afbeelden zelf, niet in het gebruikte materiaal, maar in het kiezen van dat specifieke, speciale moment. Dat Ine dit moment bewust gekozen heeft als het meest spannende ogenblik van een verder onbekende beweging of een gesuggereerd leven. Ik kan U zeggen dat dat het nodige talent van de kunstenaar vergt.

Zie je Ine zitten, in haar atelier, ze beeldt zich een leven van een mens voor, een situatie, een beweging, en zoekt naar het meest intense moment. Hop, daar is het, een ogenblikje maar. Dat moet ze afbeelden, dat is de spanning. Snel het leer gepakt, voordat het moment uit haar gedachten is gevlogen.

Wat zie je dan?
 
(bovenstaande tekst schreef ik voor een website n.a.v. een tentoonstelling van Ine van der Horn)

Sunday, January 27, 2013

Aquarel

Vandaag aquarel gemaakt, maar omdat ik helemaal niet kan aquarelleren en dat graag wil verbergen heb ik met een stift wat tekening toegevoegd, in een soort strip-stijl.

Thursday, January 17, 2013

Mijmering...

Als er dan een ding is, dat het maatschappelijk relevante bestaan mij heeft geleerd, dan is het wel de noodzaak van een goede balans tussen het spelen van de volgzame dwaas en het uithangen van de gehate criticus.

Wednesday, January 16, 2013

Weer een vogeltje..

Vandaag weer een vogeltje geschilderd, op 30 bij 30 centimeter, ditmaal een Indian Roller, in het Nederlands is dat een Scharrelaar. Die heb ik in India veel gezien....  Eigenlijk is zijn neef, de Lilac Breasted Roller, veel mooier, die heb ik in Tanzania gezien. Maar die schilder ik ook nog wel een keer.
Het is wonderbaarlijk hoe gemakkelijk het schilderen dit soort schilderijtjes mij af gaan. Doorgaans is het schilderen voor mij een moeizame en frustrerende aangelegenheid, maar deze kleine vogeltjes kosten mij nauwelijks moeite.

Monday, January 14, 2013

Tragische Fabels 2

Van de onfortuinlijke specht

In een groot, donker bos leefde eens een specht. Die specht vond het eigenlijk maar helemaal niks in dat bos. Er waren grote roofvogels die boven de toppen van de bomen zweefden op zoek naar een lekker hapje, dus als je niet uitkeek was je de sigaar. De specht moest zich dus altijd verschuilen onder de bladeren, anders merkten de roofvogels hem op. Maar daar, onder de bladeren, was het ook niet pluis, want er hadden zich enorme uilen verschanst, die de specht niet goed kon zien, omdat ze doodstil bleven zitten, en er jaagden daarnaast marters die wel een lekker spechtje lusten. Op de bodem van het bos waren de rapen helemaal gaar, want daar struinden de vossen rond, en bovendien de kat van de boer even verderop. Die kat had genoeg te eten, maar hij wilde spechten doden uitsluitend voor de sport.
 
De specht was dus nergens veilig, en vloog angstig in het rond. Soms schrok hij van een boomstronk omdat hij dacht dat het een uil was, van een vallend blaadje omdat hij dacht dat het een roofvogel was, of van een windvlaag door de varens, omdat hij dacht dat het een vos of een kat was. En als die er niet waren, dan werd het wel onaangenaam omdat het regende, of zorgde Koning Winter voor ijzige vrieskoude, ijspegels aan de takken, en een dikke sneeuwlaag.

De arme specht werd steeds angstiger en betwijfelde op een bepaald moment zelfs het nut van zijn bestaan. Als hij alleen maar angstig zou zijn, omdat het gevaar en ongerief telkens van alle kanten op hem af kwam, was het dan nog wel waard om te leven?

Op een dag had de specht een goed idee. Hij pikte met zijn krachtige snavel in de stam van een hoge boom, net onder de kruin. En hoe langer hij pikte, hoe meer de machtige stam week. Eerst verscheen een klein gaatje, maar na uren zwoegen was een gat in de stam ontstaan waar de specht al half in kon. Het kostte twee dagen werk, maar toen had de specht zijn uiteindelijke doel bereikt: een hol in de stam, zo groot, dat hij er in kon wonen, slapen en rustig zitten, zonder dat enig gevaar dreigde. De roofvogels konden hem niet meer zien, en als ze hem zagen aanvliegen  was de ingang zo klein dat ze nooit naar binnen konden. De uilen hadden ook geen schijn van kans, en de vossen en katten konden zo hoog niet komen. Zelfs Koning Winter was machteloos, want in de stam was het lekker warm en aangenaam.

Zo kreeg de specht weer zin in het leven. Hij maakte zijn holletje zo, dat hij er zeer aangenaam kon verpozen en raakte zijn angst helemaal kwijt. Hij hoefde slechts naar buiten om wat voedsel te halen, de rest van de dag bleef hij gewoon lekker binnen zitten. Het vertrouwen in zijn nieuwe omgeving groeide zo, dat hij zich volledig onkwetsbaar voelde in zijn stam, en zijn zelfvertrouwen werd groot.

Op een kwade dag, het was een hete zomerdag, was in het bos grote paniek uitgebroken. De zangvogeltjes, insecten, vossen, uilen en muizen vluchtten massaal naar de rand van het bos, de weilanden op. In de verte was het kwaad waarneembaar: een furieuze bosbrand! De specht echter, voelde zich zo veilig en onkwetsbaar in zijn stam, en zijn geloof in de krachtige stam was zo groot, dat hij weigerde te vluchten voor de vernietigende vlammen, ofschoon hij daar wel ruimschoots tijd en gelegenheid voor kreeg. Hij verbrandde levend.

Saturday, January 12, 2013

Schilderij van de dag

Het is koud in het atelier, dus maakte ik vandaag een klein schilderijtje (30 bij 30 cm.) van een ijsvogel. Deze ijsvogel staat ook al op een ander, groter schilderij ('Annunciatie') maar hij mocht wel een keer los, van mij..

Sunday, December 23, 2012

Mijmering

Een kunstenaar dient zichzelf voortdurend te betwijfelen, dus zichzelf af te vragen of datgene wat hij doet wel relevant is en of hij wel voldoende getalenteerd is, maar hij zou zich nooit moeten afvragen of hij iets niet mag doen. Elke omschrijving of definitie van kunst of van een kunstenaar heeft niets met kunst of een kunstenaar te maken.

Saturday, December 22, 2012

Tuesday, December 04, 2012

Tragische Fabels 1


Van de tijger en de Muis

 

In een kooi in de dierentuin leefde eens een enorme tijger. Hij was de keizer van de dierentuin, en als hij brulde dan verstomden alle andere dieren en konden ze niet anders dan sidderen van angst. Elke dag bracht de oppasser een groot been met daaraan resten vlees, en dat vermaalde de tijger dan met zijn krachtige kaken. Alle andere dieren vreesden dat ook zij een keer in die kaken terecht kwamen en tot pulp werden geknaagd.

Allemaal? Nee, er was een klein diertje dat met de tijger in zijn kooi durfde te leven, en dat diertje was een muis. Het was maar een heel klein bosmuisje, maar hij was zo snel, dat de tijger hem nooit te pakken kon krijgen. De muis wist altijd een klein beetje vlees van de tijger te stelen, en verdween dan net snel genoeg in zijn kleine verstopplaatsje tussen de tegels dat de tijger hem niet kon pakken. En hoe de tijger ook brulde en gromde en steigerde en sprong, hij kon de muis niet uit zijn schuilplaats krijgen. De tijger rende achter de muis aan, als hij hem zag, en als het kleine ondier weer eens een stukje vlees had gepikt, maar pakken kon hij hem niet. De tijger begreep niet dat juist hij, keizer van alle dieren, door allen gevreesd, zo getart en belachelijk gemaakt werd door een klein muisje.

De tijger raakte zo gefrustreerd dat hij begon te oefenen, sprintjes trekken, push-ups, jiu-jitsu.. Maar niets hielp, want de muis was hem telkens te vlug af.

Wanhopig sprak de tijger op een dag de muis aan, nadat die weer net op tijd in zijn schuilplaats was gevlucht met een stukje vlees.

Ben je niet bang voor mij? gromde de tijger, maar de muis piepte: “Nee hoor, want ik weet dat je mij toch niet kunt pakken”.

Maar ik ben de keizer van alle dieren, iedereen vreest mij, zelfs de olifant en de leeuw!”, “Dat kan zijn”, zei de muis, “maar ik vrees je niet want ik ben veel sneller.”

De tijger gooide het over een andere boeg en zei: “Als je verhuist naar het verblijf van de leeuwen of de apen krijg je heel mijn bot van vandaag mee, lijkt je dat wat?”Nee, hoor”, zei de muis “Ik blijf lekker hier want ik heb het hier prima naar mijn zin, het uitzicht is goed, en het is lekker warm”..

Nog gaf de tijger het niet op: “Als je naar een ander dierenverblijf verhuist dan zal ik je niet alleen mijn bot geven, maar verder alles wat je wilt, ik zal zelfs rondbrullen dat jij mijn vriend bent en dat iedereen die je kwaad doet mij op zijn pad zal vinden!”

Maar de muis ging niet akkoord. Wat de tijger ook voorstelde, het muisje weigerde in te stemmen en ging niet weg. De tijger raakte hoe langer hoe gefrustreerder, en werd erg boos en depressief.

De volgende dag kwamen de verzorgers naar de kooi van de tijger en ze vonden hem, bungelend aan het plafond. Hij had zichzelf verhangen.

 



Tuesday, November 27, 2012

Eenvoudige esthetische theorieen

Onderstaand zijn vier theorieen uit de esthetica die ik eenvoudig heb geformuleerd teneinde docenten van andere disciplines in staat te stellen onderwijs te verzorgen.


Hoe pas je formalisme toe?

Formalisme is de theorie van Significant Form en de grote inspirator voor Bauhaus.

Voorbeeld: Als in je BNO-document staat dat je je tentoonstellingselement wilt laten opvallen (mate van opvallendheid) dan zou je dat kunnen doen door formalistische technieken te gebruiken. Dat doe je door de ruimte te bestuderen waarin je tentoonstellingselement staat, en daarmee in vorm en lijn te contrasteren. Die ruimte heeft bepaalde vorm (architectuur is meestal recht en er zijn waarschijnlijk witte wanden) en daar kun je mee contrasteren. Maak dus iets met ellipse lijnen, of diagonalen, en gebruik kleuren die afsteken tegen de achtergrondkleur. Of maak zelf een achtergrond die contrasteert met de ruimte. (in feite is een schilderijlijst een formalistische wijze om het schilderij te laten contrasteren met de achtergrond, in dit geval de muur waar het schilderij aan hangt)

Andere voorbeelden:

Je maakt een filmpje met een ‘click’, waarbij het eerste deel droevig moet zijn en het tweede vrolijk. Als je bijvoorbeeld de kleuren in het eerste deel aanpast (grijs, bruin) aan de emotie, en die van het tweede deel ook (felle kleuren) dan krijg je een kleurcontrast dat formalistisch kan worden geduid. (dus aan de hand van significant form)

Deze theorie is altijd van toepassing om een aantal redenen:

Ten eerste is het zo dat je zult moeten kiezen tussen representatie of niet. Die keuze moet je altijd maken. Volgens de formalisten is representatie onzuiver, omdat het ‘significant form’ in haar pure verschijningsvorm in de weg zit. Je zult als vormgever argumenten moeten hebben waarom je (als je dat doet) toch voor representatie kiest. (dat moeten we dus van studenten vragen)

Ten tweede maak je altijd gebruik van vorm en kleur en dat is significant form.

Je kunt formalisme en intentionalisme (zie beneden) als elkaars tegengestelden zien, dat wil zeggen dat als je in de vormgeving een kleur gebruikt om de kleur zelf, (bijvoorbeeld om aan het BNO-begrip ‘opvallendheid’ of ‘onderscheidendheid’ te voldoen!!) dat je dan formnalistisch bezig bent (kleuren vanwege de kleuren) en als je een bedoeling hebt met een kleur, dan ben je intentionalistisch bezig. Het vereist een andere wijze van vormgeving omdat je de gebruiker van de vormgeving uitdaagt om je kleuren ‘mooi’ te vinden vanwege de ‘mooiheid’ van de kleuren, OF om de achterliggende betekenis van een kleur te zoeken. (waarom zou hij deze kleur hebben gebruikt?)

 

Hoe pas je Amerikaans formalisme toe?

De hedendaagse toepassing van de theorie van Clement Greenberg ligt hem niet zozeer in het jezelf als ontwerper onderwerpen aan de specifieke eigenschappen van het medium per se, maar in het jezelf bewust zijn dat je medium eigenschappen heeft en op welke punten je die overschrijdt in je visualisatie. De beslissing om die eigenschappen te overschrijden is in CMD4 een rationele en geen intuitieve. Vraag je dus bij studenten af, waarom ze iets laten zijn wat het niet is. (is er een link met de communicatieve doelstelling) Zo ja, waarom overschrijd je de grenzen van het medium dan? (antwoorden als: ‘omdat het anders saai wordt’, ‘omdat ik het niet met Greenberg eens ben’, ‘om het een mooier ding te maken’ zijn niet voldoende)

 

Waarom altijd van toepassing?

De keuze voor het al dan niet overschrijden is altijd van toepassing omdat er geen andere mogelijkheid is. (je overschrijdt de eigenschappen of je overschrijdt ze niet)

 

Als je als student Greenberg goed toepast, maak je een lijstje met de eigenschappen van je medium en kijk je waar je die eigenschappen overschrijdt, gerelateerd aan de begrippen zoals die in het BNO-document staan.

 

Hoe pas je institutionalisme toe?

Bij alles wat je doet maak je impliciet of expliciet de beslissing of je je conformeert aan een instituut of dat juist niet doet. Ik kan mij niet voorstellen dat studenten aan de HHS hun eigen weg gaan, dan zouden het geniale avant-gardisten zijn, dus de vraag die overblijft is: aan welk instituut conformeer je je en waarom? Als ze een film maken, in welke stijl is die dan? (MTV bijvoorbeeld) en waarom? (niet: omdat het mooi is, maar : omdat ik denk dat het effectief is, dat wil zeggen, omdat het te relateren is aan de communicatiedoelstellingen)

 

Waarom altijd van toepassing?

Als vormgever conformeer je je altijd aan een instituut. Het is niet mogelijk om intentioneel een eigen instituut te beginnen. Bewustzijn dat je dat als vormgever doet is erg belangrijk.

 

Datgene wat in de oude zin ‘doelgroepenonderzoek’ wordt genoemd, is eigenlijk een goed bruikbare variant van institutionalisme. Je wilt iets maken voor vrouwen van 50 jaar die op de Libelle zijn geabonneerd, dan neem je een stapel libellen en die kijk je door. Je maakt er netjes een moodboard van en past je vormgeving aan, zodat je een aardige Marjolein Bastin-vormgeving krijgt. Wat je dan doet is niet vormgeven naar de doelgroep, maar vormgeven naar het instituut Libelle, dat dezelfde doelgroep heeft als die jij wilt bereiken..

 

Hoe pas je intentionalisme toe?

Studenten willen iets vertellen aan de bezoekers van hun tentoonstellingselement. Intentionalisme in haar extreemste vorm gaat ervan uit dat datgene wat te vertellen is niet of niet altijd in vormgeving of metaforen of film zou moeten worden vertaald, maar rechtstreeks in taal zou moeten worden gecommuniceerd. Taal is immers de helderste vorm van communicatie. Studenten gaat het enorm duizelen als ze iets maken om iets te vertellen en je zegt: ‘ja, maar waarom schrijf je dat dan niet gewoon op? Dan weet iedereen waar het over gaat zonder dat ze je vormgeving moeten lezen’ (A.C.Danto) Wat we willen kweken is een bewustzijn in relatie tot de wrijving tussen vormgeving en een communicatiedoelstelling. Studenten maken een keuze of worden daartoe bij de expertbijeenkomsten gedwongen, om vorm te geven.

 

Twee varianten:

1) intentionalisme als soort vormgeving waarbij je wilt dat mensen de bedoeling van jouw vormgeving proberen te achterhalen, dat wil zeggen, je vormgeving wil iets vertellen. De vormgever die volgens deze vorm van intentionalisme vormgeeft beschouwt kleuren als ‘readymades’ waarbij de kleur zelf niet van belang is, maar de reden waarom de vormgever die kleur gebruikt.

2) Als vormgeving een intentie heeft, zoals bovenstaande vorm van intentionalisme propageertm, waarom dan niet de hele vormgeving eraan geven? Dus niet vormgeven. Als je gewoon opschrijft wat je wilt zeggen heb je een veel zuiverder en betrouwbaarder vorm van communicatie te pakken dan wanneer je je bedoelingen verstopt in vormgevingsrebussen.

 

 

Hoe pas je Immersie toe? (met de methode van Temporele Emotionaliteit)

Deze theorie is met name toepasbaar bij film, maar uitsluitend bij media waarbij de factor tijd een rol speelt. Als een student een filmpje maakt of gaat maken is de vraag in hoeverre je als toeschouwer meegaat met de gerepresenteerde werkelijkheid. Je zou als filmmaker moeten stimuleren dat de toeschouwer zijn eigen werkelijkheid en persoon tijdelijk en vrijwillig vervangt door de gerepresenteerde. Een techniek om dat voor elkaar te krijgen is temporele emotionaliteit van Derek matravers.

 

Immersie: je identiteit en omgeving vrijwillig verruilen voor een identiteit en omgeving die door het medium wordt gerepresenteerd. (in een boek duiken of in een film) Een van de vele manieren om immersie te bereiken is met behulp van temporele emotionaliteit. TE gaat uit van de gedachte dat de emoties sneller gaan dan de ratio, en dat de ratio de immersie verstoort. Het is dus zaak om er zorg voor te dragen dat de ratio niet aan bod komt en de emotie meer voeding krijgt.

Thursday, November 15, 2012

Gezicht

Vandaag heb ik de tijd besteed aan het zoeken van een goede gelaatsuitdrukking.. morgen ga ik het gezicht afmaken.

Friday, November 02, 2012

Draperie bijna klaar.

Een hele dag werk voor een mouwtje. Was ik maar een tachist... Maar afgezien van wat ruwe randjes is de draperie wel zo'n beetje klaar.

Monday, October 29, 2012

Immersie 31: Jan Fabre

De Belgische kunstenaar Jan Fabre deed onlangs een performance waarbij twee helpers katten de lucht in gooiden, terwijl hij zelf bovenaan een trap in een Fred Astaire kostuum stond te dansen. De reakties op deze performance zijn niet van de lucht. Het publiek reageerde geagiteerd op het vermeende 'dierenleed'.
Er wordt gerefereerd aan een andere performance van Fabre waarin hij levende karpers laat sterven in zout water. Ander werk van Fabre is een dode hond die aan vleeshaken is opgehangen.
De thematiek van Fabre is gebaseerd op het esthetiseren van gruweldaden, zoals ook andere kunstenaars doen, waardoor feilloos en meedogenloos het falen van de massa-moraal met betrekking tot leed wordt blootgelegd. Felle reakties van het publiek kunnen worden 'vermoraliseerd' met de opmerking dat de vermeende gruweldaden van Fabre zelf, in zijn kunstwerken, in het niets vallen bij de gruweldaden die dagelijks en op grote schaal plaatsvinden in de bio-industrie, (bijvoorbeeld plofkippen en levende dieren aan vleeshaken) huisdierenindustrie, (eindeloos doorfokken tot schattige diertjes die nauwelijks levensvatbaar zijn) cosmetische en farmaceutische industrie (proefdieren) en wat dies meer zij. Je zou kunnen stellen dat de vele reakties van 'tijdelijke' dierenliefhebbers essentieel onderdeel zijn van het kunstwerk.
Daarnaast stelt Fabre de kunst zelf ter discussie, vanuit de vooringenomenheid dat, klaarblijkelijk, een moreel gegeven wordt geaccepteerd als het om bioindustrie etcetera gaat maar, wanneer een en ander onder het mom van kunst wordt gepresenteerd, gelden plotsklaps andere morele regels. Dat zegt iets over het geinstitutionaliseerde publieke wezen van kunst. Kennelijk geldt voor kunst een exomorale houding.
Maar het (voor mij) interessante aspect van zijn werk is wellicht dat hij een poging doet om leed, en gruweldaden, in een representatie te vatten. De vraag die belangrijk is voor een helder begrip van immersie, is uiteraard, of wel sprake is van een representatie, of dat het werk van Fabre echt is, en niet gerepresenteerd. In het eerste geval slaagt hij er in om middels representatie gruweldaden over te laten komen op een publiek, daarvan getuige de vele verontwaardigde reakties. In het tweede geval slaagt Fabre er in om niet-representatieve kunst te maken, waardoor de gedachte dat alle kunst representatief is, in duigen valt.

Tuesday, October 23, 2012

Schilderwerk van vandaag...

Een reprise van een schilderij dat ik eerder maakte (maar dat toen mislukte) op groter formaat, namelijk 1.30 bij 2.00 meter. Het is een "Saint Jean de Calvaire" naar een vijftiende eeuws houten beeld, dat in het Louvre te bezichtigen is. Ik probeer het houten beeld levensechter te maken, door geen hout maar stofuitdrukking die bij het gerepresenteerde hoort te schilderen. Dat is schildertechnisch niet zo makkelijk. Maar als het meezit kan ik het binnen vier werkdagen af hebben.

Saturday, October 20, 2012

Onderwijskunde 1

In de epistemologie (kenleer) kent het begrip 'deconstructivisme' een heldere betekenis. De deconstructivist gaat ervan uit, dat het voor een mens niet mogelijk is om de dingen in de wereld te kennen. (in tegenstelling tot de Logisch Positivisten) Dat komt omdat de menselijke receptie (de zintuigen) niet te vertrouwen zijn, want je weet immers niet of dat wat je waarneemt correspondeert met hoe de dingen werkelijk zijn. Maar daarnaast is het proces van zintuiglijke indrukken naar conclusies in de menselijke geest ook onbetrouwbaar. De deconstructivistische epistemoloog (Jacques Derrida is er een van) vindt echter, dat, wanneer je het taalgebruik dat in een bepaald gebied of door een bepaald persoon wordt gebezigd, monadisch deconstrueert, dus afbreekt tot op de kleinste eenheden, en daarna analyseert, dat je dan wel heel veel kunt zeggen over de wijze waarop mensen in een bepaald taalgebied de wereld zien. Je kunt die conclusies ook relateren aan conclusies uit een ander taalgebied en zo tot een interessante epistemologie komen, die zelfs ethisch getint kan worden.

In de onderwijskunde heeft men aan het begrip 'deconstructivisme' een andere betekenis gegeven. Deconstructivisme betekent daar, dat je, als docent, het vooringenomen construct van een student over een bepaald onderwerp afbreekt (deconstrueert) en vervangt door een nieuwe, dat beter gerelateerd is aan onderwijscompetenties. De vooringenomenheden moeten dan zijn:
  1. Het construct dat bij een student aanwezig is, is niet adequaat
  2. Bij alle studenten is een soortgelijk, niet-adequaat, construct aanwezig
  3. Het is mogelijk om, in een beperkte periode, menselijke mentale constructen te 'deconstrueren' en te vervangen door andere.
Vooral dat laatste lijkt mij bezwaarlijk. Nemen wij een helder construct: een klas met Moslims, waarbij de religie wordt beschouwd als een mentaal construct. Is het mogelijk om dat binnen een bepaalde lesperiode af te breken en door het construct 'Christendom' te vervangen? Nee, dat denk ik niet.

Religie is een te zwaar construct? Neem een klas met Feyenoord-fans. Kun je een les bedenken waarin dat construct wordt weggenomen en vervangen door een Ajax-fan-construct? En als dat lukt, hoe ga je dan om met cognitieve dissonantie en andere mentale dwarsbalken?


Monday, October 15, 2012

Rommelen met nieuw schilderij...

Kleuren zijn niet goed.. het wordt een heel karwei om hier iets van te maken.

Saturday, July 07, 2012

onderschildering

Vandaag de gehele dag bezig geweest met het zoeken en schilderen van een nieuwe compositie.. een heel dikke man, een soldaat, een gotisch getraceerde spitsboog, een Romeins grafmonument met een afbeelding van de ontvoering van Europa, een stierekop en een contraposto vrouwelijk model. Alles nog in okergeel. Ik ben er bepaald nog niet tevreden over, het is veel te fragmentarisch.

Monday, June 25, 2012

Modelschilderen

Vanmiddag was een model in het atelier, ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt door in acryl deze onderschildering te maken. Misschien probeer ik er een echt schilderij van te knutselen.

Monday, June 11, 2012

Dit is een establishingshot ten behoeve van een animatie. Ik heb een vliegend schip getekend en die moet voor dit landschap gaan vliegen. De kijker ziet dus nooit het gehele establishing shot omdat het schilderij onder de 'camera' door schuift om beweging te suggereren.

Monday, June 04, 2012

Over vrije wil

Als reaktie op diegenen die stellen dat vrije wil niet kan bestaan omdat de objectieve werkelijkheid en de menselijke eigenschappen te determineren zijn tot chemische of natuurkundige processen en daarmee samenhangende causaliteit:
 
Men zou kunnen beargumenteren dat het niet de natuur is die zich in deterministische wetten laat vangen, maar de wijze waarop wij de natuur middels onze zintuigen recipiëren en middels onze hersenen beschouwen. Dat wil zeggen dat de natuurwetenschappen niet de natuur omschrijven maar de wijze waarop wij die natuur zien. De wereld is niet deterministisch van aard, ons denken is dat, en daarmee beschouwen wij de wereld.
In dat licht bezien zou het onzinnig zijn om vanuit een causaliteit die voortkomt uit een wereldbeeld dat een derivaat is van de anatomische eigenschappen van onze zintuigen en denkeigenschappen (bijvoorbeeld categorisering als aanleiding tot wiskunde) te ontkennen dat wij als beschouwende zelf geen vrije wil zouden kennen. Die gedachte is immers te herleiden tot een circulaire drogreden.

Tuesday, May 29, 2012

Nut en kunst

Probleem voor de cultuur is, dat in een darwinistisch-kapitalistische maatschappij, en dito wereldbeeld, en een utilistisch mensbeeld, alles in kaders van nut wordt beoordeeld. Wat beleidsmakers doorgaans doen om de kunsten tegen populisme te verdedigen (niet alleen de financiele ondersteuning daarvan) is meegaan in dat utilistische denken door kunst in termen van nut te omschrijven. ("..maar kunst heeft wel degelijk nut, want het brengt geld in het laatje", of zo) Ik denk dat dat niet de correcte wijze is om de kunsten een plaats in de maatschappelijke maalstroom van ultra-liberalismen te verschaffen. De reden daarvan is, dat ik denk dat het een noodzakelijke eigenschap is van kunst dat zij zich juist anti-utilistisch opstelt. Zij kan zich niet in termen van nut laten evalueren. Kunst bezit een doelloze doelmatigheid. Maar zij kan wel worden ingezet om de fouten van een kapitalistische ultra-liberale grondhouding bloot te leggen, niet in ethische maar in humane zin. Dat maakt de kunsten veel waardevoller voor een gezonde samenleving dan het prijskaartje doet vermoeden.

Friday, May 25, 2012

Tilburg kan ook best mooi zijn...

Joris verslaat de draak maar de boom verslaat Joris

Wednesday, May 23, 2012

Atelier tijdens tentoonstelling


But what is it like to produce art?

Producing art is a mental process in which concepts are realized by means of technique and labour, a time consuming practice of concentration, an unbearable danger for the artist, an exercise in loneliness, a paradoxal state of curiosity and melancholy, without any goal or directive...   and it cannot be more than that.                

Sunday, May 06, 2012

Uit het atelier

Beike staat hier tussen haar schilderij van haar dochter en mijn kop, tijdens de fase van het kiezen wan werk voor een tentoonstelling.

Tentoonstelling maken


Wednesday, April 25, 2012

Over een religieus wereldbeeld (tweede versie)

1
In Nederland rijden treinen, volgens bepaalde trajecten. Die treinen hebben een identiteit, ze zijn van elkaar te onderscheiden door een nummer dan aan de zijkant van de trein staat. Die treinen rijden volgens bepaalde trajecten, je kunt je heel goed voorstellen dat er iemand is geweest die bepaald heeft wanneer welke treinen waarheen rijden. Daar zit een bepaald evenwicht in. Treinen botsen niet tegen elkaar, ondanks het feit dat het spoor zeer druk bezet is, en de treinen zijn op een bepaalde tijd op een bepaalde plaats. (althans, dat is de bedoeling) Dit is allemaal bedacht door die ene persoon, die de dienstregeling heeft gemaakt.

Die persoon noemen we God.

Stel je nu voor: je bent een treinspotter. Je staat langs de kant van het spoor, bij Dordrecht, en je verbaast je over het vernuft van die grote kolossen, die op tijd rijden en regelmatig voorbijkomen, en een schijnbaar moeiteloze vanzelfsprekende harmonie tentoonspreiden. Je prijst God om de schoonheid van datgene wat hij heeft gecreeerd. Je ziet die schoonheid als een bewijs van het bestaan en de almacht van God. Je onderkent dat je het zelf nooit zo zou kunnen bedenken, aan de hand van hetgeen je ziet voorbijkomen. Maar je ziet niet alles, je ziet alleen wat er in Dordrecht voorbij komt.

Maar nu ga je een schema maken. Je noteert de tijden en de identiteitsnummers van de treinen die voorbijkomen. Je trekt al snel bepaalde conclusies.

  1. Treinen komen meer dan eens voorbij, dus ze leven langer dan een rit
  2. Als ze ergens heen gaan en ze komen nog een keer voorbij, moeten ze dus ook terug zijn gegaan.
  3. Je merkt een correspondentie tussen lengte en type van de trein en het tijdstip van voorbijkomen.
  4. Je gaat intercity’s van stoptreinen onderscheiden.
  5. Enzovoorts.
Met andere woorden: je gaat het systeem achter het voorbij komen van treinen steeds beter begrijpen, en je kunt al snel modellen opstellen waarin het voorbij komen van treinen voorspeld kan worden. Misschien ben je in staat om aan de hand van de treinen in Dordrecht voorspellingen te doen over de treinen in Utrecht. Op een gegeven moment, en na het verzamelen van veel informatie, kun je zelfs de identiteit van voorbijkomende treinen voorspellen.

Daarmee tast je de almacht en het bestaan van God aan. Hoe meer je begrijpt van het systeem, en hoe meer je de gebeurtenissen kunt voorspellen, hoe minder je de God respecteert. Op het moment dat je fouten in het systeem gaat ontdekken, zoals treinen die te laat rijden of overvolle treinen, verlies je je geloof in God, en ga je de ontwerper van het schema als een gelijke zien.

2
Stel je voor, je speelt een racespelletje op de computer. Dat racespel is door iemand gemaakt, de ontwerper van het spel. Als je begint met spelen moet je eerst het spel leren kennen. Je blaast constant de motor op, je vliegt uit de bocht en eindigt steevast als laatste. Toch ga je door. Waarom?

Omdat je er van uitgaat dat het spel zo is gemaakt door de ontwerper dat het speelbaar is. Je vertrouwt zo op de kwaliteit van de ontwerper, dat je je falen bij het spelen volledig aan jezelf wijt.

De ontwerper noemen we God.

Je faalt in het spelen van het spel des levens, maar je blijft doorgaan, omdat de wereld is gecreeerd door een ontwerper die het leven zo heeft bedacht dat het leefbaar, ja, zelfs winbaar is. Dat is een ethische grondhouding.

Stel je voor dat je je geloof in de kwaliteiten van de ontwerper van het computerspel verliest, doordat je, ook na dagen en weken van proberen, niet als winnaar aan de finish komt. Dan zeg je: ‘dit spel is onspeelbaar’. Dat is een evaluatieve conclusie. Die conclusie kun je ook trekken als je merkt dat na veel oefening er nog steeds geen progressie in de resultaten zichtbaar is.

Als je zegt: ‘dit spel is onspeelbaar’ dan kun je twee dingen bedoelen:

  1. Dit spel is door een ontwerper gemaakt die niet goed genoeg is om het spel speelbaar te maken
  2. De ontwerper heeft het spel expres onspeelbaar gemaakt.
  3. Ik ben een onvoltooid mens omdat ik het spel niet beheers.
De eerste twee antwoorden zijn derivaten van een ethische grondhouding waarbij de verantwoordelijkheid voor het spel bij een God wordt gelaten. Een parallel in het echte leven zou kunnen zijn: ik krijg kanker, ik overlijd, ik kan geen geschikte partner vinden, ik heb pech bij het vinden van een baan, ik was buiten mijn schuld betrokken bij een auto-ongeluk, vechtpartij, revolutie, noem maar op.

Het derde antwoord is een derivaat van een religieus concept van zonde: ik kan niet anders dan zondig zijn, dus ik kan nooit een goed en volledig mens zijn, het hoogst haalbare voor mij is, dat ik er naar streef. Maar Jezus vergeeft me mijn onvolkomenheden, doordat hij zichzelf heeft opgeofferd.

Als je de metafoor van het spel gebruikt voor de werkelijkheid, en het spelen van dat spel als leven in die werkelijkheid, komt daar nog een vierde conclusie bij:

  1. Er bestaat geen God.
De eerste drie conclusies zijn wat mij betreft behoorlijk cynisch. De vierde conclusie betekent, zeker op het eerste gezicht, dat het onmogelijk is te bepalen of het spel van het leven wel speelbaar is.